Recensie

Recensie Boeken

Ook in Napels is de cocaïne sneller ter plekke dan pizza

Roberto Saviano In de onlangs vertaalde roman van de Italiaanse schrijver buitelen drugsdealertjes en jonge moordenaars over elkaar heen.

'Paranza’s' worden ze genoemd; groepen kinderen die elkaar bestrijden en uit zijn op macht, geld en een pistool.
'Paranza’s' worden ze genoemd; groepen kinderen die elkaar bestrijden en uit zijn op macht, geld en een pistool. Een still uit de boekverfilming La paranza dei bambini.

Het ‘leger van honderden dealertjes op scooters’ uit het onderzoeksrapport De achterkant van Amsterdam’ dat deze week verscheen, lijkt één op één op de juveniele onderwereld in Napels. Ook daar is de cocaïne sneller ter plekke dan pizza. In de net vertaalde maatschappijkritische roman Wrede kus van de Italiaanse schrijver Roberto Saviano is de heroïne niet aan te slepen en innen de jonge maffiosi het maandbedrag van de afpersingen op tijd – alleen moet de moordenaar van de broer van hoofdpersoon Nicolas nog worden omgelegd. Over deze jonge drugscriminelen schreef Saviano eerder in De kinderen in de sleepnetten. Maar nu zijn ze ouder, adolescenten tussen de 15 en 19 jaar. Ze kennen elkaar van school, uit de buurt, van zaalvoetbal.

Paranza’s worden ze genoemd; deze groepen kinderen die elkaar bestrijden en uit zijn op macht, geld en een pistool. En, zo stelt één van de bro’s: kinderen willen gecommandeerd worden door kinderen. Dus is de achttienjarige Nicolas de leider. Maar een leider met gevoel, naar het lijkt. Bijvoorbeeld als hij geacht wordt de pasgeboren baby van een moordenaar dood te schieten. Hij kan het niet, rent weg en ligt een uur later met zijn knieën opgetrokken thuis in bed te huilen. Even later vermant hij zich en roept de kinderen van de clan bij elkaar: één appje en iedereen is op het honk. Dan is elk sentiment verdwenen, want de werkelijkheid is deze: op verdenking van verraad vliegen je tanden eruit, op verraad zelf staat de dood.

Smaad en laster

Na jarenlang onderzoek, internationale bestsellers als Gomorra (2006) en De kinderen in de sleepnetten (2016), waarvan de verfilming in februari een Zilveren Beer won in Berlijn, is Saviano (1979) de kenner op het gebied van de georganiseerde misdaad in Napels. Al is hij sinds de verschijning van Gomorra ondergedoken en wordt hij bewaakt, Saviano is ook een publieke figuur die zich zeer kritisch uitlaat over het beleid van de Italiaanse regering, die zich niet lijkt te bekommeren om kansloze jongeren zoals beschreven in Wrede kus. Of om het lot van migranten op zee; Saviano beschuldigde minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini steevast van leugens en noemt hem ‘il Ministro della Mala Vita’ (een bijnaam die hij heeft overgenomen van zijn anti-fascistische leermeester Gaetano Salvemini die een eeuw geleden politicus Giovanni Giolitti zo noemde). Het kwam Saviano vorig jaar op een aanklacht te staan wegens smaad en laster, maar dat weerhoudt hem er niet van de minister zo te blijven noemen.

De vierde roman van Paolo Giordano vertelt meeslepend over de tragisch verstrengelde levens van vier jongeren in Zuid-Italië. Lees ook: Een puberzomer vol jaloezie, erotiek en voyeurisme

Zijn roman leest als een volledig journalistiek verslag van de onderwereld: rauw, zeer precies en bij vlagen – als het over moeders of de liefde gaat – zelfs liefdevol. Het eerste deel is een beetje langdradig, waarschijnlijk omdat zowel de kinderschaar als de maffiose godfathers van de Camorra hun rol opeisen. In het laatste deel heeft Saviano haast en buitelen moordenaars en dealers over elkaar heen.

€4.000 per week

Hoogtepunt van de roman is een televisie-interview waarbij de jongens in bivakmuts verschijnen en vragen op zich afgevuurd krijgen door een journaliste. Hoe oud zijn jullie? Wat willen jullie gaan doen als je later groot bent? En dan knikt zij naar de cameraman – inzoomen maar – want ze gaat de hamvraag stellen: Dealen jullie? Zijn jullie verantwoordelijk voor de moorden in de stad? ‘Iemand die onze kant uitgaat, komt ons altijd tegen’, antwoordt Nicolas. Wat zij op tv hebben willen laten zien, zo zegt hij na afloop, is dat zij niet alleen de baas zijn over hun wijk, maar over het hele centrum.

Wat kan de regering doen om deze jongens kansen te bieden? Wat weegt er op tegen de 4.000 euro die ze volgens Saviano per week (kunnen) verdienen? Het antwoord is werkgelegenheid, banen voor jongeren, want je aansluiten bij de paranza klinkt aantrekkelijk maar bekoop je vroeg of laat toch met de dood.