‘Lo’ liet Shell groeien maar hield niet van kritiek

Lodewijk van Wachem (1931-2019) In de turbulente jaren tachtig zat de bestuurder van de oude stempel stevig aan het roer bij Shell. Ondanks grote protesten trok hij het bedrijf niet terug uit Zuid-Afrika tijdens het apartheidsregime.

Lodewijk van Wachem tijdens een persconferentie van Shell in 1992.
Lodewijk van Wachem tijdens een persconferentie van Shell in 1992. Foto Paul Stolk/ANP

Hij beschikte over een scherpe geest, een sterk strategisch inzicht en diplomatieke vaardigheden. Ook was de vorige week op 88-jarige leeftijd overleden Lodewijk van Wachem nogal vasthoudend in zijn standpunten.

‘Stop Apartheid, Boycot Shell’ zo luidde de slogan die in de jaren tachtig bij grootschalige protesten in Nederland en de Verenigde Staten werd gebruikt om ‘zijn’ Shell onder druk te zetten. Net zoals Coca-Cola had gedaan, moest de oliemaatschappij Zuid-Afrika verlaten, zo eisten actiegroepen. Maar topman Van Wachem wilde hier niets van weten. Hij wilde niet tornen aan de activiteiten van Shell in Zuid-Afrika.

Hoewel hij zei dat „iedere vorm van discriminatie moet worden afgewezen” en apartheid een „hopeloos systeem” noemde, vond Van Wachem de suggestie om Shell uit Zuid-Afrika terug te trekken belachelijk. Hij betwijfelde openlijk of dat de apartheid zou stoppen. „De realiteit is dat dan alleen het Shell-logo verdwijnt.”

Deze opstelling kostte Van Wachem in 1987 een eredoctoraat aan ‘zijn’ Technische Universiteit Delft. Terwijl decanen de Shell-topman hadden voorgedragen, stak het college van bestuur op het allerlaatste moment een stokje voor de toekenning, uit vrees voor maatschappelijke protesten.

Met enig dédain sprak Van Wachem later over de bedrijven die wél waren gebogen voor de druk, en Zuid-Afrika hadden verlaten. „Of de wegtrekking van Coca-Cola nou zo’n geweldige bijdrage [ ...] heeft geleverd, meen ik toch te mogen betwijfelen.” Verandering moest van binnenuit komen, zo vond de topman. Dat hij juist had gehandeld zag hij bevestigd toen Nobelprijswinnaars Nelson Mandela en Frederik Willem de Klerk hem uitnodigden voor de uitreiking in 1993.

Ingenieur

Lodewijk van Wachen – ‘Lo’ voor bekenden – overleed afgelopen weekend in Wassenaar, zo kwam donderdag naar buiten.

Bij Van Wachem stroomde rood-geel bloed door de aderen. Hij werd geboren in Indonesië en studeerde in 1953 in Delft af als werktuigbouwkundig ingenieur. Direct ging hij aan de slag bij ‘de Koninklijke’. Pas in 2002 trok hij hier de deur achter zich dicht.

Geheel volgens de Shell-filosofie werkte hij lange tijd in het buitenland – Brunei, Nigeria en Venezuela – voordat hij toetrad tot de bedrijfstop. Van 1982 tot 1992 was hij bestuursvoorzitter van Shell, daarna tot 2002 president-commissaris. Ben van Beurden en Charles Holliday, die deze posities vandaag de dag bekleden, roemen in een rouwadvertentie zijn „onaflatende bezieling voor Shell”.

Lang stond Van Wachem aan de top van het (inter)nationale bedrijfsleven. Naast Shell en Phillips – waar hij van 1993 tot 2005 (president-)commissaris was – vervulde hij ook commissariaten bij onder andere AkzoNobel, Bayer, BMW, IBM en verzekeraar Zürich.

Van Wachem was een bestuurder van de oude stempel. Medewerkers van Shell omschreven hem als „aristocratisch” en als een persoon met „eminentie”. Op aandeelhoudersvergaderingen hield Van Wachem het kort en smoorde hij geregeld kritische geluiden.

Zo verdedigde hij in 2004 als president-commissaris van Philips de salarisverhoging van topman Gerard Kleisterlee tegen gemor van de vakbonden en de VEB. Kleisterlees basissalaris (exclusief bonussen) was gestegen van 807.000 euro naar 956.000 euro per jaar. Van Wachem legde uit dat dit het gevolg was van een nieuwe rekenmethode, waarbij Philips met gelijkwaardige bedrijven werd vergeleken. Dit was slechts een stap zodat Kleisterlee kon ‘ingroeien’ naar een marktconform salaris. „Als dat niet wordt begrepen, dan moeten we misschien die ingroei maar achterwege laten en meteen het hoge salaris uitkeren.”

Zakelijk presteerde Shell uitstekend onder Van Wachem en streefde het concurrent Exxon voorbij als grootste beursgenoteerde oliemaatschappij. Terwijl Exxon veel geld uitgaf aan de inkoop van eigen aandelen én een klap kreeg door de milieuramp voor de kust van Alaska met olietanker Exxon Valdez in 1989, stak Shell miljarden in de uitbreiding van het wereldwijde netwerk van gas- en olievelden. Het smeedde bovendien voorzichtige relaties in de Sovjet-Unie.

De wereldwijde spreiding van Shell en het diverse medewerkersbestand dat daarbij kwam kijken, noemde Van Wachem een van de belangrijkste randvoorwaarden voor succes. „Het Shell-embleem, de Shell-cultuur, houdt zo’n [diverse] groep bij elkaar”, zei Van Wachem in 1990 tegen NRC, tijdens een zeldzaam interview.

Daarop volgde nog een anekdote: „Een regeringsleider zei me eens na een presentatie waar een groot aantal nationaliteiten aanwezig was van Shell: ‘Het lijkt wel de Verenigde Naties’. Toen kon ik niet nalaten te zeggen: ‘dan hoop ik maar dat het iets efficiënter is’.”