Lekkere, vette varkens

Joël in ’t wild Wie de weg kent in de natuur, kan er goed van eten. Joël Broekaert gaat het leren. Deze keer: wilde zwijnen in overvloed.

Foto Lars van den Brink

Het is moeilijk nog te ontkennen dat het klimaat verandert – waar was er deze zomer géén hitterecord? De natuur verandert uiteraard mee. Door die bikramzomers staat half Nederland droog. Zeldzame elritsen en kamsalamanders staan op uitsterven. Ook grotere dieren hebben last: extreme droogte kan bijvoorbeeld leiden tot biggensterfte onder zwijnen. Sneu voor die individuele beestjes, toch hebben die wilde varkens collectief juist profijt van de klimaatverandering. Het worden er steeds meer. In het seizoen 1976/77 werden in Duitsland 131.561 zwijnen geschoten. In 2007/08 waren dat er 480.000. En nog eens tien jaar later 836.900.

Het klimaat is natuurlijk niet het enige dat is veranderd sinds ’76. De schaalvergroting en monocultuur in de landbouw spelen ook mee, legt de jagende melkveehouder en onze docent landbouw aan de jachtopleiding, Daniël Keppels, uit. Die honderden hectaren aaneengesloten maïsvelden leveren fijne dekking. Als daar in het voorjaar een rotte varkens in loopt, zie je ze niet meer terug tot er in oktober bij het oogsten van de laatste hectaren tientallen zwijnen wegschieten. Dat maakt selectief afschot een groot deel van het jaar onmogelijk.

De laatste tien jaar is er aan die landbouw echter niet zo veel veranderd. Wel zijn de winters milder en is er door het warme weer meer voedsel om een eventuele strenge winter door te komen. En dan gaat het snel...

De vruchtbaarheid van zwijnen is gekoppeld aan de vetreserves. Hoe meer spek op de rug na de winter, hoe eerder de zeug gedekt kan worden. Na een kleine vier maanden werpt een zeug zes tot tien biggetjes. Het komt steeds vaker voor dat zwijnen spekkig genoeg zijn om twee keer te werpen. Vier drachtige zeugen leveren dan per jaar 32 nieuwe varkens op, waarvan de helft zeug. Aan het begin van het nieuwe jaar is daarvan zeker de helft alweer vruchtbaar en zit je met 20 vruchtbare zeugen (moeders en dochters). Twee jaar later potentieel alweer 500. U begrijpt: daar valt in de winter niet tegenop te schieten.

Gelukkig worden maïsvelden tegenwoordig afgewisseld met gewassen die eerder worden geoogst. Dan ontstaan er kale stroken en kunnen jagers in de zomer selectief wat zwijnen schieten. Zo kan de populatie beter beheerst worden en de schade aan de landbouw beperkt. Maar het is ook culinair interessanter. Want in de zomer zijn de varkens vetter en dus lekkerder. En als we eerst eens die overvloedige wilde zwijnen zouden opeten in plaats van dieren uit de bio-industrie, dan kunnen we die opwarming van de aarde wellicht ook wat remmen.