Dit zijn nu de opties voor het Britse parlement

Rekkelijken en preciezen ruziën over de zet van premier Boris Johnson om het parlement lang te schorsen. Wat kan het parlement doen? Vier scenario’s.

Politie in Londen probeert een einde te maken aan een demonstratie tegen het opschorten van het parlement eerder deze week.
Politie in Londen probeert een einde te maken aan een demonstratie tegen het opschorten van het parlement eerder deze week. Foto Vudi Xhymshiti/AP

Van een smeuïge staatkundige stammenstrijd is de Britse politiek nooit vies geweest. In de vijftiende eeuw vloeide bloed in de Rozenoorlogen tussen de Huizen van York en Lancaster, twee takken van het koninklijk huis. Tijdens de Glorieuze Revolutie van de zeventiende eeuw werd stadhouder Willem III door een deel van het politieke establishment uitgenodigd om per schip over te komen en de katholieke koning James II af te zetten, een omwenteling die uiteindelijk de macht van het parlement ten opzichte van de monarch versterkte.

En nu, na drie jaar gekat over de Brexit, is weer een nieuw conflict ontstaan over de koers van uittreden, over de verhoudingen tussen de volksvertegenwoordiger en de regering, dus tussen de wetgevende en uitvoerende macht.

Dit keer ruziën rekkelijken en preciezen over de betekenis van de zet van premier Boris Johnson om het parlement 35 dagen te schorsen van 9 september tot en met 14 oktober. Het niks-aan-de-hand-kamp, dat bestaat uit bondgenoten van Johnson, wijst erop dat de schorsing slechts vier dagen scheelt met het jaarlijkse herfstreces dat al op de kalender stond opdat alle politieke partijen naar hun congres konden.

Tegenstanders van de schorsing zien de stap als antidemocratisch. De kersverse premier, naar Brits gebruik gekozen door de 160.000 leden van de Conservatieve Partij, mijdt bewust democratische controle, klinkt het. Een feitje dat de ronde doet: op 14 oktober zal Johnson 80 dagen premier zijn, maar het Lagerhuis kon op slechts vijf daarvan zijn handelen controleren.

De schorsing van het parlement zal een reactie ontlokken. Dit zijn de opties.

1 Motie van wantrouwen

De meest directe manier voor het Lagerhuis om het ongenoegen te uiten, is om op dinsdag, als het Lagerhuis van zomerreces terugkeert, een motie van wantrouwen in te dienen tegen de regering. Zo kan de volksvertegenwoordiging terugblaffen tegen een regering die zich naar haar mening als bully gedraagt.

De verhouding tussen parlement en regering is voor de Brexit van wezenlijk belang, maar niet altijd even duidelijk. Formeel is in het Britse stelsel een schoolvoorbeeld van monisme: de leden van de regering blijven lid van de volksvertegenwoordiging, de scheiding tussen uitvoerende en wetgevende macht is niet haarscherp.

In de praktijk is de kloof groot. De regering is machtig en bepaalt bijna altijd de volgorde waarin wetsvoorstellen worden ingediend. Het systeem is ingericht op een politiek die gedomineerd wordt door een grote regeringspartij, de Tories in de tijd van Margaret Thatcher of Labour onder Tony Blair. Een sterke premier stelt voor en het parlement keurt goed.

Door de Brexit zijn de grote partijen intern verdeeld en is de meerderheid in het Lagerhuis van de Conservatieven verdampt. Als gevolg zoeken het parlement en regering naar een nieuwe verstandhouding. Theresa May koos voor de aanhoudende directe confrontatie, door drie keer haar Brexit-deal voor te leggen. Het parlement ging in de lente over op een nieuwe aanpak door op eigen gezag, wat toen als uniek werd gezien, de regering te omzeilen door stemmingen te regelen over Brexit-alternatieven. Dat bleek eveneens vruchteloos. Nu tracht premier Johnson op zijn beurt het parlement te mijden door de volksvertegenwoordiging te schorsen.

Als een motie van wantrouwen Johnson de pas afsnijdt, ontstaat nieuwe paniek. De geplande schorsing komt te vervallen en het Lagerhuis krijgt twee weken de tijd om een nieuwe regering, bijvoorbeeld Labour, met steun van de voltallige oppositie en rebellen bij de Tories, te vormen die op een meerderheid kan rekenen. De kans dat zo’n bonte coalitie tot stand komt is klein. De politieke smaken en belangen lopen te veel uiteen. Er volgen dan verkiezingen.

2 Nieuwe verkiezingen

Johnson en zijn adviseurs, zoals Dominic Cummings, zijn al langer drukker met een eventuele verkiezingscampagne dan met het Lagerhuis. Eigenlijk mijdt Johnson als politicus de groene bankjes van Westminster al sinds zijn aftreden als minister van Buitenlandse Zaken vorig jaar zomer. Tijdens de debatten over de Brexit-deal van May was hij vaak afwezig. Als boegbeeld van de Brexiteers richtte hij zich vooral via zijn columns in The Daily Telegraph rechtstreeks tot kiezers.

Het kamp-Johnson wil in een campagne het Lagerhuis afschilderen als een belemmering. De redenering is dat andere politici met onnavolgbare, vertragende blokkades komen terwijl Johnson maar één ding wil: snel de Brexit regelen zodat er eindelijk tijd is om echt belangrijke zaken (zorg, onderwijs, criminaliteit, infrastructuur) aan te pakken.

Zo schreven Britse en Europese kranten over het schorsen van het parlement: Despoot in Downing Street of eindelijk Brexit-voortgang?

Een eventuele verkiezingscampagne wordt een felle strijd tussen Johnson en Corbyn, twee ervaren en effectieve campaigners. Jo Swinson zal haar LibDems neerzetten als het pragmatische alternatief en Nigel Farage gaat hard schreeuwen om ruimte op te eisen op de Brexit-flank die nu pontificaal door Johnson wordt bezet.

Schotland is sinds donderdag een zorg voor de Tories. Ruth Davidson, de sociaal-liberale leider van de Schotse Tories, kondigde haar vertrek aan. Ze wil meer tijd met haar gezin doorbrengen, maar haar vertrek is ook een uiting van ongenoegen over de Brexit-koers en het premierschap van Johnson. Mede door Davidsons charisma en progressieve ideeën deden de Conservatieven het bij de verkiezingen van 2017 goed in Schotland. De Tories veroverden dertien zetels. Er zijn niet zo veel kiesdistricten die de Tories kunnen kapen om een terugval in Schotland te compenseren. Gezien de minieme marges in het Lagerhuis, kan dat het verschil uitmaken tussen winst of verlies.

3 Schaduwparlement

Tijdens de leiderschapsstrijd bij de Conservatieven voor de zomer kwam Rory Stewart, de enige kandidaat die de Brexit-deal van May steunde, met een idee. Als de toekomstige premier besloot het parlement te schorsen, beloofde Stewart in een conferentiecentrum tegenover het Paleis van Westminster een schaduwparlement op te richten. Daar zou gezocht worden naar een Brexit-compromis.

Het is onduidelijk of Stewart de daad bij het woord voegt, maar enig animo is er wel onder Britten. Een formele online petitie die oproept het parlement niet te schorsen is al door meer dan 1,4 miljoen mensen getekend (stand donderdagmiddag). Dat betekent dat het Lagerhuis verplicht is na te denken of er een parlementair debat over de petitie gevoerd moet worden.

Uit een peiling van YouGov blijkt dat 47 procent van de ondervraagden tegen schorsing is. 27 procent vindt het wel acceptabel en 26 procent weet het niet. Opvallend is dat ook hier de enorme kloof zichtbaar is die het land al drie jaar verdeelt. Iets meer dan de helft van de ondervraagde Leave-stemmers is voorstander van schorsing, terwijl 73 procent van Remain-stemmers tegen is.

Die breuklijn zou ook zichtbaar zijn in het schaduwparlement van Rory Stewart. Brexiteers in het Lagerhuis stemmen in met de parlementaire schorsing en blijven afwezig, terwijl tegenstanders van uittreden onderling praten over verdere stappen. Het parlement is dan geen parlement meer waar maatschappelijke meningsverschillen tot uiting komen, maar een vergaderzaal waar mensen in hun eigen filterbubbel blijven.

4 Rechtszaken

De Amerikaanse president Donald Trump had een dwingend advies aan toenmalig premier May voor hoe hij de Brexitonderhandelingen met de EU zou aanpakken: sue them. De tegenstanders van de Brexit maken gebruik van die tip.

Er zijn drie rechtszaken, een in Schotland, een in Noord-Ierland en een in Engeland, in voorbereiding tegen de schorsing. De redenering is dat de regering van Johnson onrechtmatig handelt door expres lang te schorsen om het debat te smoren. Een van de zaken wordt aangespannen door Gina Miller, zakenvrouw en activist. In 2017 stapte zij ook al naar de rechter. Toen vond zij dat de regering van May haar boekje te buiten ging door zonder instemming van het parlement de Brexit in gang te willen zetten. Daar is parlementaire goedkeuring voor nodig, betoogde Miller. Na een lange zaak kreeg zij gelijk van het Supreme Court, de hoogste rechter van het land.

Nu dringt Miller er op aan dat de zaak met spoed, dus voor 9 september behandeld wordt. Opnieuw is het een tegenstander van de Brexit die opkomt voor de rechten van het parlement, precies de instantie die volgens Brexiteers na Europese uittreding weer soeverein moet zijn. Maar die tot het zo ver is, dient te zwijgen.

Demonstranten tegen Brexit scanderen donderdag leuzen bij de regeringsgebouwen in Londen. Foto Facundo Arrizabalaga/EPA