Wat we gaan dragen: de hoed

mode Milou van Rossum belicht elke maand een kledingstuk of accessoire dat binnenkort (weer) in de mode komt.

Nina Ricci, collectie najaar 2019.
Nina Ricci, collectie najaar 2019. Foto Team Peter Stigter

Hoeden, zeker vrouwenhoeden, worden doorgaans aangeschaft voor speciale gelegenheden, en komen niet erg vaak verder dan dat. Een hoed is tegenwoordig zelden vanzelfsprekend.

Maar af en toe zijn hoeden even een echt mode-accessoire. Bijvoorbeeld een paar jaar geleden, toen het leek of bijna alle blonde, scooterrijdende, stadse jonge vrouwen een flaphoed op hadden.

Er lijkt weer zo’n moment voor de hoed aan te komen, want in de vrouwencollecties voor dit najaar was een ongekende hoeveelheid hoofddeksels te vinden, en dan heb ik het niet over petten en gebreide mutsen.

Een greep uit de shows waarin hoeden prominent aanwezig waren: Ann Demeulemeester (hoge bolhoeden), Chanel (fedora’s van tweed), Dior (hoeden met een neerhangende rand), Kenzo (bollen van vrolijk gekleurd imitatiebont), Loewe (ronde hoedjes met aan de voorkant twee flapjes die doen denken aan een oudhollands kapje, plus een flapje bovenop), Louis Vuitton (strakke mutsen van zwart leer), Saint Laurent (fedora’s), Valentino (cloches met een brede rand).

En Nina Ricci, waar de Nederlandse ontwerpers Rushemy Botter en Lisi Herrebrugh – ook het duo achter mannenlabel Botter – debuteerden als hoofdontwerpers. De vaak vrolijk gekleurde, grote hoeden hielden het midden tussen een bolhoed en een oversized cloche, en waren gebaseerd op de knop van een parasol; parasols en badpakken waren een inspiratiebron voor de collectie – Rushemy Botter groeide op op Curaçao.

Samen met die van Louis Vuitton en Loewe hoorden de hoeden van Nina Ricci tot de overtuigendste van het seizoen: niet te retro, niet te romantisch, niet te uitbundig, maar fris, geestig en vooral nieuw. In een tijd waarin het lijkt of alles al een keer voorbij is gekomen op modegebied, een niet te onderschatten prestatie.