Aart Strootman krijgt de Matthijs Vermeulenprijs in de Gaudeamus Muziekweek.

Foto Dries Alkemade

‘De driehoek componist, instrumentbouwer en uitvoerder: daar voel ik me thuis’

Interview Componist Aart Strootman won de prestigieuze Matthijs Vermeulenprijs 2019 voor zijn ensemblewerk ‘Shambling Emerge – after after party’.

We tikken op YouTube Misha Mengelberg afterparty in. Het filmpje dat bovenaan verschijnt, toont de legendarische improvisator achter de vleugel. Hoogbejaard, reeds vergevorderd alzheimerpatiënt. Zijn vingers weifelen over de toetsen: hoe moest het ook alweer? Halverwege komt een dartele kleuter aangeschuifeld. Onbevangen begint Emily Glerum, dochter van contrabassist Ernst, een potje mee te pingelen.

„De puurheid trof me”, zegt componist Aart Strootman (1987), die de melodieën uit het fragment verwerkte in een ensemblestuk. „Je ziet een ontmoeting tussen een ‘nog net’ en een ‘nog niet’ weten – en dat levert fascinerende muziek op. Totaal random, maar toch heel poëtisch.”

Inmiddels is Shambling Emerge – after after party meerdere keren in de prijzen gevallen. Niet alleen schreef Aart Strootman met het stuk de Gaudeamus Award 2017 op zijn naam, voor hetzelfde werk ontvangt hij nu de prestigieuze Matthijs Vermeulenprijs van het Fonds Podiumkunsten. De uitreiking is op 7 september tijdens de Gaudeamus Muziekweek 2019, een internationaal festival voor nieuwe muziek en jonge makers.

Uit het juryrapport: „De componist brengt in dit werk het gebruik van een muzikaal ‘objet trouvé’ samen met haast microscopisch klankonderzoek.” Wat heet: in de openingsmaten priegelt de gitarist muzikale muizentrapjes in elkaar volgens een nieuw ontworpen, microtonale stemming. De slagwerker onderzoekt welke kleurnuances je met een liniaal uit een houten kist kunt klepperen.

Dergelijke timbre-exercities zijn een handelsmerk van Aart Strootman. Via DocARTES, het promotietraject voor artistic research van de Universiteit Leiden, doet hij momenteel onderzoek naar ‘fysieke modificaties’ aan de gitaar. „Hoe kun je een speelbaar fretboard ontwikkelen voor een gitaar die niet 12 halve, maar 31 microtonen in het octaaf heeft?” Zulke kwesties.

Wasknijpers

Gevraagd naar zijn fascinatie voor het sleutelen aan instrumenten, vertelt hij een anekdote: „Voor een nieuw stuk vroeg ik ooit een cellist om wasknijpers op zijn snaren te zetten. Hij bespeelde een nogal kostbaar achttiende-eeuws instrument, dus dat ging terecht niet door. Het voorval deed me beseffen dat zo’n cello eigenlijk een heel ander repertoire dient. Fantastisch voor klassieke stukken, maar niet voor ingrijpend klankexperiment. Dan kun je als componist beter zelf aan de slag gaan.”

Elektronica zou ook een optie zijn, beaamt hij, maar dat ligt hem minder. Aart Strootman: „Ik wil dingen maken, fysiek met materialen werken. Misschien is het mijn achtergrond als klassiek gitarist, maar ik vind een trillende snaar, of een resonerend stuk metaal, honderd keer interessanter dan een computer die iets afspeelt.”

Bovendien blijft de samenwerking met musici trekken: „Het leidt telkens weer tot heel leerzame dialogen. De driehoeksverhouding tussen componist, instrumentbouwer en uitvoerder, daar voel ik me het beste thuis.”

Vroeger bezette Aart Strootman in de weekenden geregeld het tuinhuisje van zijn ouders, om met lintzaag en bandschuurmachine aan eigen uitvindingen te klussen. Sinds kort heeft hij een eigen atelier („compleet met plastic flappengordijn”), dat hij volstouwde met houtbewerkingsapparatuur.

Driehonderd houten toetsen

Voor zijn nieuwste stuk W.A.L.L., een geëngageerde knipoog naar de architectonische ambities van „ene D. Trump te A.”, ontwikkelde hij een manshoge marimbamuur met niet 12, maar 60 tonen in het octaaf. De driehonderd houten toetsen maakte hij allemaal met de hand: „Dan krijg je als componist echt een andere relatie met je materiaal. Het eindeloze tweaken wordt een essentieel onderdeel van het maakproces.”

Of hij al ideeën heeft voor de 20.000 euro prijzengeld? „Ik speel al een tijdje met de gedachte om mijn instrumentarium open source te maken. Kijk, nieuwe instrumenten ontwikkelen is boeiend, maar voor je het weet staan ze ergens in een kelder te verstoffen.”

Lasersnijden- en 3D-printtechnologie zijn veelbelovend, zegt hij. „Je kunt het ontwerp van een instrument dan vastleggen in een vectortekening, die je samen met de partituur verstuurt via de mail. Aan de andere kant van de wereld print je het uit – en je kunt beginnen met repeteren. Een versmelting tussen compositie en industrial design, zeg maar. Maar het heeft nog wel wat onderzoek nodig.”