Opinie

De man op wie James Bond gebaseerd is

Michel Krielaars

Voor mijn reis naar het Zuiden van de Balkan kan ik maar niet besluiten welke tien boeken ik in mijn koffer zal stoppen om me twee weken mee te vermaken. Daarom blader ik in mijn stukgelezen exemplaar van Fitzroy Macleans Eastern Approaches (1949). Het is de spannendste autobiografie die ik ooit heb gelezen en keer op keer herlees.

Fitzroy Maclean (1911-1996) was een Britse avonturier van het type ‘charmante conservatief met humor’. Net als zijn even avontuurlijke en charmante partijgenoot Boris Johnson zat hij op de elitaire kostschool Eton en studeerde hij klassieke talen. De briljante student Maclean leek voorbestemd voor de wetenschap, maar koos vanwege de internationale crisis van de jaren dertig voor de diplomatie.

In 1937 werd hij voor twee jaar gestationeerd in Moskou, dat hem als ontstellend saai werd voorgespiegeld. Maar eenmaal daar aangekomen bleek de Stalinterreur in volle gang. Als een van de weinige westerlingen woonde hij de showprocessen bij, waar hij in Eastern Approaches adembenemend over schrijft. Ook doorkruiste hij de Sovjet-Unie van Samarkand tot Boechara, van Tasjkent tot Tbilisi.

Maclean leidde een leven vol actie, dat de meesten van ons hoogstens in hun dromen meemaken. In de Tweede Wereldoorlog haastte hij zich, als zoon van een beroepsofficier, om dienst te nemen. Als lid van de elite-eenheid SAS vervulde hij geheime missies in Benghazi en Perzië. In twee jaar tijd klom hij op tot brigadegeneraal. Zijn vriend Ian Fleming baseerde zijn held James Bond op hem.

In 1943 werd Maclean naar Joegoslavië gestuurd om uit te zoeken wie er, om met Churchill te spreken, ‘de meeste Duitsers doodde’: partizanenleider Tito of de royalisten van Tsjetnik-leider Draza Mihailovic. Algauw ging zijn voorkeur uit naar Tito, aan wiens zijde hij vocht. Zijn ondergeschikten in die dagen waren onder meer Churchills zoon Randolph en Evelyn Waugh, die erover schreef in Unconditional Surrender (1961), een van de meest komische en intelligente oorlogsromans aller tijden, die zo in mijn koffer mag.

Na de oorlog werd Maclean verweten te begripvol voor Tito en de communisten te zijn geweest en Churchill met zijn advies te hebben misleid. Terwijl hij in werkelijkheid zijn communistenhaat had opgeschort omdat hij in Tito de enige sterke leider van Joegoslavië herkende. Pas toen dat land begin jaren negentig uiteenviel, kreeg hij gelijk.

Na het succes van Eastern Approaches ging Maclean de politiek in. Tijdens de Suez-crisis van 1956 was hij onderminister van Oorlog onder Anthony Eden. Maar in 1957 gooide diens opvolger Harold Macmillan hem uit zijn kabinet. Maclean begon nu een hotel, ging televisiedocumentaires maken over Oost-Europa en de Sovjet-Unie en pakte de pen weer op.

Ook was hij vaak op reis. In zijn plunjezak zaten altijd een Russische roman en een boek uit de Klassieke Oudheid. Ik zou zijn voorbeeld kunnen volgen door de onlangs verschenen Engelse vertaling van Vasili Grossmans Stalingrad mee te nemen, het voorspel van Leven en lot. Als klassieke tekst kies ik Theophrastos’ Karakterschetsen, een even vermakelijk als wijs kleinood uit de derde eeuw voor Christus, vertaald en bezorgd door Hein van Dolen. Enig advies op het gebied van mensenkennis kan onderweg tenslotte geen kwaad in een wereld vol huichelaars, hielenlikkers, fantasten en zwamneuzen.