Coalitie blijft twijfelen over wietexperiment

Politiek Van de vier coalitiepartijen gelooft alleen D66 dat de wietproef drugscriminaliteit kan aanpakken.

Donderdag werd officieel bekend welke tien gemeenten vanaf 2021 vier jaar lang gaan experimenteren met de verkoop van door de overheid geteelde wiet.
Donderdag werd officieel bekend welke tien gemeenten vanaf 2021 vier jaar lang gaan experimenteren met de verkoop van door de overheid geteelde wiet. Foto Robin van Lonkhuijsen

Het is een experiment dat de coalitie eigenlijk niet wil, maar nu toch een kans gaat geven. Donderdag werd officieel bekend welke tien gemeenten vanaf 2021 vier jaar lang gaan experimenteren met de verkoop van door de overheid geteelde wiet. Dat moet de ‘illegale achterdeur’ waarmee coffeeshops nu worden bevoorraad beëindigen, en daarmee ook de drugsindustrie aanpakken.

Van de vier coalitiepartijen gelooft eigenlijk alleen D66 écht dat het experiment drugscriminaliteit kan aanpakken. Een initiatiefwet van die partij werd in 2017 met een kleine meerderheid (77 stemmen) in de Tweede Kamer aangenomen. Drie van de vier huidige regeringspartijen, VVD, CDA en ChristenUnie, stemden toen tegen. In de formatie van het kabinet-Rutte III gingen de drie toch akkoord met het testen van staatswiet. Maar voorstander van de proef zijn ze nog steeds niet.

Dat bleek donderdag maar weer eens. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg noemt de proef een „heilloze weg”. VVD’er Antoinette Laan wil het experiment wel het voordeel van de twijfel geven, maar noemt het „naïef” dat het legaliseren van softdrugs criminaliteit zou aanpakken.

De grootste voorstanders van het experiment bevinden zich dan ook buiten Den Haag: in de gemeentehuizen bij burgemeesters die zien hoe drugscriminaliteit hun gemeenten ondermijnt. De afgelopen anderhalf jaar drongen zij juist aan op verruiming van het experiment: door langer dan vier jaar te kunnen testen, met verschillende soorten wiet en verschillende coffeeshopmodellen.

Tien soorten wiet

Tussen terughoudendheid en verruiming kiezen ministers Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) en Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA) uiteindelijk een middenweg. Ja, er worden vanaf 2021 zo’n tien verschillende soorten wiet geteeld voor de coffeeshops van de tien gemeenten. En ja, na die vier jaar komt er een afbouwperiode in plaats van het eerst voorgenomen ‘harde’ einde. In die periode wordt ofwel het experiment afgebouwd, ofwel omgezet in permanente wetgeving. Dat was genoeg om gemeenten, in eerste instantie terughoudend in hun enthousiasme vanwege de strikte regels, over te halen zich aan te melden. 26 deden dat, een commissie onder leiding van hoogleraar André Knottnerus koos er tien uit voor deelname.

Lees ook de reportage uit Almere: ‘Op straat is de wiet al-tijd goedkoper’

Wat helpt voor het draagvlak binnen de coalitie is dat het experiment pas vanaf 2021 ingaat, als kabinet-Rutte III is uitgeregeerd en er verkiezingen zijn. Voor eventuele ongewenste effecten van het experiment zullen de kritische regeringspartijen van nu zich vooralsnog niet verantwoordelijk voelen.

‘Liever de hele zooi sluiten’

Knottnerus adviseert om een aantal gemeenten als ‘controle-gemeente’ aan te wijzen. Daar wordt geen staatswiet verkocht, maar zal gedurende de vier jaar wel onderzoek gedaan worden naar drugscriminaliteit. Door die resultaten te vergelijken met de deelnemende gemeenten, moet blijken of de proef geslaagd is. Bruins en Grapperhaus onderzoeken nog welke gemeenten daadwerkelijk als ‘controle-gemeente’ gaan fungeren, schreven ze donderdag aan de Tweede Kamer.

Eén advies van Knottnerus nemen ze in ieder geval niet over. De gemeente Utrecht wordt niet betrokken bij het experiment. Utrecht wil, of kan, namelijk niet al haar coffeeshops mee laten doen, denkt de gemeente. En dát gaat tegen de door de coalitie gemaakte afspraken in.

Zo bleek andermaal de worsteling tussen de wensen van gemeenten en die van coalitiepartijen. CDA’er Van Toorenburg toonde zich donderdag realist: „Wij vinden drugs funest voor mensen en willen het liefst de hele zooi [alle coffeeshops, red.] sluiten. Maar goed, de realiteit is dat daar geen meerderheid voor is.”

Veel gemeenten die meedoen aan het experiment liggen in de buurt van de grens. Van Toorenburg is bang dat Nederland straks „de drugsdealer van Europa” wordt, zegt ze. Drie van de gemeenten (Breda, Maastricht en Heerlen) zijn officieel aangemerkt als ‘grensgemeenten’; zij mogen geen wiet verkopen aan buitenlanders om te voorkomen dat het drugstoerisme sterk toeneemt. Van Toorenburg vreest dat ook gemeenten als Tilburg en Arnhem een grote aantrekkingskracht uitoefenen op buitenlanders.

Tot de start in 2021 moet er nog veel duidelijk worden over de precieze invulling van het experiment. Wie gaat bijvoorbeeld de staatswiet telen? Voor die partijen zullen strenge voorwaarden gelden omtrent veiligheid, gezondheid en kwaliteit. Vooral op dat laatste hameren burgemeesters. Zij vrezen dat gebruikers naar aanpalende gemeenten gaan of de straathandel toeneemt als de kwaliteit van de staatswiet achter blijft bij de illegale wiet. En dan wint de drugscriminaliteit alsnog aan terrein, ondanks alle goede bedoelingen om het tegendeel te bereiken.