Opinie

Bolsonaro zit fout, maar daarom zit de EU niet meteen goed

Amazone

Commentaar

Als een groot natuurbeschermer zal de Braziliaanse president Jair Bolsonaro niet de geschiedenis ingaan. Onder zijn supervisie geldt in het Amazoneregenwoud het recht van de sterkste: grote stukken bos worden opgeofferd aan de wensen van landrovers en veeboeren. Wanneer zij bosbranden stichten, knijpt de Braziliaanse regering een oogje toe. Erg geloofwaardig was Bolsonaro dus niet toen hij afgelopen week zijn „diepe liefde en respect” voor het Amazonegebied betuigde.

Zijn Franse ambtgenoot Emmanuel Macron had vorige week derhalve voldoende reden om de vele bosbranden in de Amazone als een „internationale crisis” te bestempelen. Veel minder noodzakelijk was het om Bolsonaro diep te beledigen door na afloop van de G7 toe te voegen: „Wij kunnen jou niet toestaan dat je alles vernietigt.” Dit leidde vooral tot voorspelbare verwijten van neokolonialisme. Het Amazoneregenwoud schoot er intussen helemaal niets mee op.

Bolsonaro’s slechte trackrecord ten spijt, het zou te makkelijk zijn om de teloorgang van het regenwoud uitsluitend aan deze ultrarechtse president te wijten. Door zijn vele geringschattende uitspraken over het woud – dat in zijn optiek maar beter kan plaatsmaken voor land- en mijnbouw – is hij uitgegroeid tot een lievelingsvijand voor het Westen. Maar de westerse landen kunnen hun eigen rol niet negeren.

Zo valt er iets voor Bolsonaro’s argument te zeggen dat Europa zijn eigen bossen in voorbije eeuwen al gekapt heeft. Maar relevanter is dat de westerse vleesconsumptie in forse mate bijdraagt aan de ontbossing. De naar schatting 200 miljoen Braziliaanse koeien vormen de basis van een kwart van de wereldwijde rundvleesmarkt. Op 450.000 vierkante kilometer ontbost regenwoud, een kwart van het oorspronkelijke bos, graast nu vee. En van de verbouwde soja wordt het overgrote deel voor veevoer gebruikt.

Deze cijfers leggen enige mate van verantwoordelijkheid bij westerse vleeseters – maar nog veel meer bij westerse overheden, die immers op het punt staan een handelsovereenkomst te sluiten met de Mercosur-landen (Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay). De kans is groot dat dit verdrag aanleiding zal geven tot nog meer ontbossing in Brazilië. Volgens de overeenkomst mogen de Mercosur-landen bijna honderdduizend ton rundvlees naar de Europese Unie exporteren, tegen een gereduceerde importheffing. Om dit vlees te produceren, is er meer grasland nodig. In feite subsidieert de Europese Unie hiermee dus zelf de ontbossing waartegen ze zo ageert.

De oplossing is in dit geval helder: onder deze omstandigheden, met deze Amazonevijandige Braziliaanse president, mag dit handelsverdrag niet geratificeerd worden. Macron heeft al gedreigd om ratificatie in te trekken, en ook Ierland overweegt dit. Het zou goed zijn als ook Nederland zich bij deze landen voegt. Als het akkoord wél geratificeerd wordt, verspeelt Europa het recht op verontwaardiging over het verdwijnende woud.

Het Amazoneregenwoud is in overdrachtelijke zin van ons allemaal, zoals ook de planeet van iedereen is. Het past de westerse wereld niet om in te grijpen in de Braziliaanse soevereiniteit, maar al met al moet er wel iets gebeuren. Allereerst moeten de branden geblust worden. Maar daarna staat de wereld voor de fundamentele vraag hoe verdere ontbossing te voorkomen valt. Het presidentschap van Bolsonaro is daarbij geen geruststellende factor. Handelsverdragen met perverse prikkels zijn dat evenmin.