Veel beloftes aan bewoners Zandvoort, maar weinig concreets

Formule 1 Een panel luistert naar de kritische kanttekeningen die de Zandvoorters hebben, maar geeft zelden concreet antwoord.

De gemeente Zandvoort organiseerde een informatie avond voor bewoners over de aankomende Formule 1.
De gemeente Zandvoort organiseerde een informatie avond voor bewoners over de aankomende Formule 1. Foto David van Dam

In een klam zaaltje in het hart van Zandvoort, waar buiten in het laatste uur zonlicht de strandgangers in loom tempo naar huis of auto togen, worden vanavond zo’n honderd inwoners van het dorp vele glazen water en een hoop beloften geschonken. De terugkeer van de Formule 1 wordt een spektakel zoals de sport dat nog niet heeft gezien, is naast een groot feest een enorme kans voor het dorp, en zij, de mensen die er daadwerkelijk wonen en zijn aangeschoven op deze informatieavond, hoeven zich niet druk te maken. Niet over de bereikbaarheid van hun woning, niet over de bereikbaarheid van het circuit, niet over de vergunningen die nog verstrekt moeten worden.

Lees ook: Grand Prix van Nederland waarschijnlijk op 3 mei

Halverwege het vragenrondje neemt een vrouw in het publiek het maar op zich om eens aan het panel met daarin de wethouder, gemeentelijk projectmanager, burgemeester en circuitdirecteur te vragen of ze eigenlijk ook zórgen hebben. „We moeten ons realiseren dat we niet, met alle respect, de plaatselijke snuffelmarkt organiseren”, zegt circuitdirecteur Robert van Overdijk. „We kunnen het niet in ons eentje. Als je vraagt: slaap je als een roos? Nee, dat zeg ik eerlijk. Maar hebben we voldoende kennis in huis om het een succes te maken? Ja.” Burgemeester Niek Meijer voorziet dat de eerste keer dingen nog niet helemaal goed zullen gaan en spreekt van de „mediadruk” en „mediahype”.

Zandvoorters zijn betrokken

De informatieavond in het wijksteunpunt De Blauwe Tram is de eerste van meerdere in de aanloop naar de eerste grand prix in Nederland sinds 1985. Een evenement van een grootte net onder de buitencategorie Olympische Spelen, EK en WK voetbal, benadrukt Van Overdijk deze dinsdag nog maar eens. Met grote impact, zeker omdat er nogal wat moet gebeuren om het circus dat de Formule 1 met zich meebrengt te kunnen herbergen in een plaats met slechts 17.000 inwoners, op een circuit dat geroemd wordt omdat het van de oude school is, maar daardoor tegelijkertijd nog niet voldoet aan de eisen van de nieuwe. En dat gelegen in een gebied dat niet bekendstaat om de soepele bereikbaarheid, op een warme zomerdag als deze al niet, in natuur die zijn eigen wetten met zich meebrengt.

Dus even bijpraten is wel zo goed.

Zandvoorters, zo opende burgemeester Meijer de avond immers, zijn betrokken. En hun betrokkenheid raakt ook een snaar in hun emotie. „En ze hebben het hart op de tong”. Kritische vragen zijn er ook zeker. Die geven goed inzicht in wat er bij de inwoners leeft, maar tot grootse confrontaties komt het niet. Er wordt geluisterd naar de kanttekeningen, maar die krijgen zelden een concreet antwoord. Veel van de zorgen van inwoners blijken uit berichtgeving in de media te komen en die krijgen van het panel meermaals een kleine sneer: heel veel zaken die er mogelijk zouden spelen, of struikelblokken zouden zijn, zijn volgens de betrokkenen onzin. „De enigen die weten wat er echt speelt, dat zijn wij”, verzekert circuitdirecteur Van Overdijk.

Hardcups en leenfietsen

Hijzelf weidt uit over de ambities die de organisatie van de Dutch Grand Prix heeft voor de race in Zandvoort: het moet de groenste op de racekalender worden – denk aan duurzaam voedsel, hardcups in plaats van gewone plastic bekers. En uit hun peiling zou blijken dat een kleine dertig procent van de bezoekers met de auto wil komen, de rest met het openbaar vervoer of de fiets. Niet alleen goed voor de ontsluiting, ook dat zou ongezien ‘groen’ zijn. Er komen leenfietsen, er zijn plannen voor park-en-bike-terreinen. En als geheel moet de Dutch Grand Prix een racefestival worden dat inclusief ‘side-events’ al vanaf woensdag interessant is, en niet alleen op de zondag van de race.

Wethouder Ellen Verheij-De Haas praat namens de gemeente in doelstellingen: bezoekers verspreiden door middel van verschillende soorten vervoer, het dorp altijd bereikbaar houden voor bewoners en hulpdiensten – Zandvoort gaat niet op slot voor auto’s, zoals even het plan leek.

Lees ook: Even lekker rubberwalmen inhaleren op het circuit van Zandvoort

In de loop van de avond wil een man in het publiek het panel eraan herinneren dat het „nog maar acht maanden is”. Of het niet tijd wordt voor besluiten, in plaats van al hun algemene opmerkingen. Want concreet wordt het niet: hoe het bereikbaarheidsplan eruit moet zien, de definitieve datum van de grand prix, wanneer de gesprekken met ProRail over de uitbreiding van de capaciteit zijn afgerond. „Ja, maar je kunt ook zeggen, er zijn nóg acht maanden”, antwoordt Van Overdijk hem op een manier die de bijeenkomst wel goed samenvat: er moet een hoop gebeuren, maar het komt echt wel goed.

Bijgepraat

Achter in de zaal zat Armand D’Hersigny goed voorbereid met een A4’tje vol vragen. Hij is al langer fel tegenstander en daar heeft deze avond niets aan veranderd. „Ze kennen me inmiddels wel”, zegt hij. D’Hersigny, woonachtig vlak bij de duinen, wilde vooral laten zien dat echt niet iedereen idolaat is van de terugkeer van de Formule 1. Hij zou graag de vergunning van het circuit aangepast zien, dat er voor dergelijke overlast meer rust tegenover komt te staan.

Tegenstanders zoals D’Hersigny zullen „hun kansen nu zien”, zegt Alex de Wijs even later met een schamper lachje. Hij is zelf fan, bezoekt vaker races, dus ziet de Formule 1 graag komen. Hij wilde vooral tussen alle „meningen” door even feiten horen, en het was goed om bijgepraat te worden. Hij heeft ook alle vertrouwen dat het allemaal gaat lukken, maar toch had ook hij enige kritiek. De Wijs greep als inwoner, net als vele anderen, naast kaarten, die werden toegewezen vanwege de grote vraag. Toch apart, zegt hij, dat er niet iets meer aan de inwoners is gedacht. En niet dat hij het snel ziet gebeuren, maar hij wilde het toch zeggen: „Je kunt van fans makkelijk tegenstanders maken.”