Gemeenten krijgen toch wat ruimte om wietbeleid te regelen

Softdrugs Een aantal gemeenten zet stappen op weg naar gereguleerde wietteelt. Burgemeesters hopen zo ondermijning tegen te gaan.

In Nederland start een experiment met door de staat gereguleerde wietteelt. Het experiment moet aantonen of wiet uit de criminaliteit kan worden gehaald, maar ook wat het gebruik van wiet voor de gezondheid betekent.
In Nederland start een experiment met door de staat gereguleerde wietteelt. Het experiment moet aantonen of wiet uit de criminaliteit kan worden gehaald, maar ook wat het gebruik van wiet voor de gezondheid betekent. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Lang vreesde de Bredase burgemeester Paul Depla (PvdA) dat het experiment met gereguleerde wietteelt zó werd ingericht, dat het alleen maar kon falen. Die twijfel is nu weg. „Dit was niet het experiment dat we idealiter hadden gewild”, zegt Depla. „Maar het kabinet is op cruciale punten onze kant opgeschoven.”

Donderdag wordt duidelijk welke gemeenten vanaf 2021 vier jaar lang gaan experimenten met de verkoop van gereguleerde wiet. Dan presenteert een commissie onder leiding van André Knottnerus een advies dat naar verwachting wordt overgenomen door de verantwoordelijke ministers Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) en Ferdinand Grapperhaus (Justitie, CDA). Woensdag maakte de NOS bekend dat tien gemeenten aan het experiment zullen deelnemen. Onder die gemeenten zijn in elk geval Tilburg, Almere en Breda.

Lange tijd werd het experiment, overeengekomen in het regeerakkoord, omringd door twijfel bij de uitvoerders. Dat er maar één soort experiment gehouden mocht worden, waar amper van afgeweken kon worden om aan de lokale omstandigheden te voldoen, leidde tot onvrede bij veel burgemeesters. En omdat het experiment, geslaagd of niet, na vier jaar hoe dan ook zou stoppen, was er weinig enthousiasme bij coffeeshophouders. Waarom investeren om aan strenge regels te voldoen die na vier jaar, van de ene op de andere dag, niet meer zouden gelden?

Die twijfel bleef niet zonder gevolgen. Een aantal gemeenten, waaronder Haarlem, Utrecht, Zwolle en Oldambt, trok hun aanmelding in wegens gebrek aan draagvlak in de gemeenteraad of onder coffeeshophouders.

Toegenomen enthousiasme

Maar langzaam, ziet Depla, is het enthousiasme weer wat toegenomen. „Er komt wat meer ruimte om lokaal dingen te regelen.” Zo gaat het ingezetenencriterium, dat alleen Nederlanders de staatswiet mogen kopen, alleen gelden in grensgemeenten. Gemeenten krijgen ruimte om zelf te handhaven op de handelsvoorraden, de hoeveelheid wiet die coffeeshops op voorraad hebben. Mocht door het deelnemen aan het experiment de onveiligheid op straat toenemen, zoals door straathandel, dan komt er volgens Depla landelijke steun. „Dat kunnen extra agenten zijn, maar ook geld voor boa’s (buitengewone opsporingsambtenaren)”.

Lees ook: Een huisarts, advocaat en voormalig politicus in de wiet

En, het belangrijkste: het experiment kán toch langer gaan duren dan vier jaar. Mocht na die periode geconcludeerd worden dat de teelt en verkoop veiliger zijn geworden, dan gaat er een overgangsperiode van anderhalf jaar in. Daarin moet de experimentele wetgeving omgezet worden in permanente. In die periode mogen deelnemende coffeeshops gewoon doorgaan met de verkoop van gereguleerde wiet. Het ‘harde’ einde na vier jaar wordt daarmee vermeden.

Ook onder coffeeshophouders zijn twijfels over het experiment afgenomen, zegt Nicole Maalsté van 420 Consultancy, vertegenwoordiger van de cannabismarkt. „Het lijkt erop dat het ministerie openstaat voor een werkbaar resultaat.” Al zijn er ook nog genoeg zorgen, zoals hoe zit het met de voorbereidingstijd, de aantrekkelijkheid van de verpakking, de prijs en kwaliteit van het product.

Een goed experiment „staat of valt” met een goede afspiegeling van de diversiteit aan gemeenten in ons land, schreef de commissie-Knottnerus eerder in haar advies over de proef. Spreiding in regio, de grootte van gemeente, aantal coffeeshops.

Van de 26 gemeenten die zich hebben aangemeld – de lijst is niet openbaar – mogen er volgens het regeerakkoord „zes tot tien” meedoen. Maar een goede afspiegeling is, afgaande op de ruim twintig gemeenten die hun aanmelding publiekelijk maakten, nog geen eenvoudige opgave.

In de provincies Zeeland, Zuid-Holland, Drenthe en Friesland is geen enkele gemeente bekend die zich heeft aangemeld voor het experiment. Brabantse en Limburgse gemeenten zijn daarentegen juist oververtegenwoordigd. Vooral daar spelen problemen met ondermijning en hebben burgemeesters de hoop gevestigd op het experiment.

Ook de vier grote steden laten het vooralsnog afweten. Ze konden zich niet vinden in de voorwaarden van het experiment, zoals de verplichting voor elke coffeeshop in deelnemende gemeenten om mee te doen. Tot teleurstelling van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, „want juist de grote steden hebben hun eigen problematiek”, aldus een woordvoerder. Al is er volgens haar best kans dat alsnog één van de vier meedoet. „Dat weten we pas donderdag.”

Update (28-08-2019): Dit artikel is geactualiseerd met nieuws over welke gemeenten concreet gaan deelnemen aan het experiment: Tilburg, Almere en Breda.