Opinie

Op vakantie met Mao

Frits Abrahams

Tijdens mijn vakantie streef ik ernaar boeken te lezen die ik ooit heb aangeschaft, maar om een of andere geheimzinnige reden niet gelezen heb. Dit jaar was de beurt aan Het privé-leven van Mao door zijn lijfarts dr. Li Zhisui. Mijn paperback uit 1997 omvatte bijna duizend pagina’s.

Ik nam Mao mee naar Ameland – en liet hem daar niet meer los. Wat ’n man! En wat ’n boek! Een Amerikaanse politicoloog noemde dit misschien wel het openhartigste boek dat ooit over een dictator geschreven is. Li werkte 22 jaar voor Mao en baseerde zijn boek op de dagboeken die hij had bijgehouden. De betrouwbaarheid van Li’s boek is aangevochten, vooral in China, maar dat hij een belangrijke rol in Mao’s leven moet hebben gespeeld, blijkt alleen al uit de vele foto’s waarop ze samen staan afgebeeld.

Zo’n boek zal niet meer vaak herdrukt worden. Mao, die in 1976 stierf, lijkt voltooid verleden tijd, maar zou zijn geest ook definitief uit China geweken zijn? Ik vermoed dat ze daar in Hongkong, en ook in dissidente kringen in China, anders over denken.

Als je het leven van Mao met één woord moet typeren, zou ik kiezen voor ‘machtsmisbruik’. Machtsmisbruik op ongekend grote schaal en van alle niveaus. In een land waar zulk machtsmisbruik mogelijk was, zal het geestelijk klimaat zich niet zo gemakkelijk daarvan kunnen herstellen.

Li constateert: „De Grote Sprong Voorwaarts van Mao had geresulteerd in de ergste hongersnood in de geschiedenis van de mensheid. We weten nu dat er minstens 25 tot 30 miljoen mensen gestorven zijn, maar er zijn zelfs schattingen van 43 miljoen. Zijn Culturele Revolutie had het land in een chaos gestort en was vernietigend geweest voor levens, families, vriendschappen en de hele structuur van de Chinese samenleving.”

Mao wist dat er door zijn snode plannen ontelbare slachtoffers vielen, maar het kon hem niet schelen. In een redevoering in 1957 in Moskou zei hij dat hij bereid was driehonderd miljoen mensen, de helft van de Chinese bevolking, te verliezen. Het was geen groot verlies, want er zouden immers steeds weer nieuwe mensen bij komen.

De waarde van Li’s boek is vooral dat hij iets van Mao als persoon kan laten zien. Een vrij luie man, zo blijkt. „Hij regelde bijna al zijn zaken vanuit zijn slaapkamer of aan de rand van zijn zwembad”, schrijft Li. Die ‘zaken’ betroffen doorgaans zijn eindeloze machtsstrijd met andere partijbonzen. ’s Avonds ging hij vaak dansen om een (soms meer) vrouwen uit te zoeken voor zijn slaapkamer.

Een nogal vieze man ook. Hij waste zich niet („Ik was mezelf in de lichamen van mijn vrouwen”, zou hij gezegd hebben), had geslachtsziektes en liet zijn gebit verrotten. Aan zijn artsen had hij een hekel, vooral als ze hem medische waarschuwingen gaven. Met Li heeft hij lange tijd een goede verstandhouding gehad totdat hij diens politieke positie begon te wantrouwen. Li week in 1988 met zijn vrouw naar Amerika uit, waar hij zeven jaar later in het huis van zijn zoon aan een hartaanval stierf.

Het boek is een speelfilm waard. Hoe je als jonge man in dienst komt van een dictator, hoe je van nabij ziet hoezeer hij ontspoort en een heel volk daarin meesleept en hoe je daardoor ook persoonlijk in de knel komt – misschien is één speelfilm te weinig en moeten we denken aan een tv-serie. Netflix?