Onbekommerd drugsgebruik in Nederland is normaal geworden

Amsterdam is het centrum van de Europese cocaïnehandel, concluderen bestuurskundige Pieter Tops en onderzoeksjournalist Jan Tromp. Hoe kon het zover komen?

De Amsterdamse Zeedijk in 1984. De tijd met veel heroïnejunkies op deze plek is een vage herinnering geworden.
De Amsterdamse Zeedijk in 1984. De tijd met veel heroïnejunkies op deze plek is een vage herinnering geworden. Foto ANP

Hoe zorgen we dat onze kinderen niet eindigen met een heroïnespuit? Zorg over de gezondheid van de Nederlandse jeugd is lang een belangrijke pijler geweest onder het Nederlandse drugsbeleid. En het is succesvol geweest. Waar in veel landen – van België, Schotland tot de Verenigde Staten – overheden worstelen met een explosie van verslaafden aan opiaten als heroïne of nog sterkere synthetische varianten, is het beeld van de Amsterdamse Zeedijk vol heroïnejunkies een vage herinnering geworden. Leve het gedoogbeleid dat erop was gericht om het gebruik van hasj en wiet uit de criminele sfeer te halen.

Cocaïnehandel in Amsterdam levert wekelijks miljoenen op, zei politiecommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg

Toch heeft ook Nederland een enorm drugsprobleem. Het liberale drugsklimaat is een unique sellingpoint voor buitenlandse toeristen. Amsterdam heeft internationaal de allure van een drugsstad, zo vatte politiecommissaris Pieter-Jaap Aalbersberg een jaar voor zijn vertrek de problematiek samen in een gesprek met NRC. „Cocaïne wordt in hele bedrijfssegmenten gebruikt, in alle lagen van de bevolking. Het wordt als volkomen onschuldig beschouwd. Daarom voelt met een brommertje ’s avonds langs dertig klanten rijden om lijntjes coke te bezorgen niet als criminaliteit.”

Onbekommerd drugsgebruik

Wat ooit is begonnen met het gedogen van hasj en wiet heeft geleid tot een maatschappelijk klimaat waarin onbekommerd drugsgebruik normaal wordt gevonden, in vrijwel alle delen van de samenleving. Die drugseconomie heeft grote gevolgen voor heel Nederland. Brabantse criminelen die op grote schaal wiet telen en pillen draaien, duiken ook elders in het land op. In Nederland gewortelde smokkelbendes zijn zo groot geworden dat ze hun werkterrein hebben uitgebreid buiten Rotterdam: zij nemen 70 tot 80 procent van de cocaïnesmokkel via de haven van Antwerpen voor hun rekening.

In De achterkant van Amsterdam hebben hoogleraar bestuurskunde Pieter Tops en journalist Jan Tromp in opdracht van het hoofdstedelijke gemeentebestuur in kaart gebracht wat die drugseconomie eigenlijk betekent voor de stad. Het levert een serie bekende en minder bekende constateringen op die ook voor kenners schokkend is.

Lees ook: ‘Cocaïne – iedereen heeft het altijd’

De georganiseerde misdaad heeft zich diep genesteld in Amsterdam: vrijwel geen enkele sector of bevolkingsgroep weet zich daaraan te onttrekken. Het drugsgebruik is in Amsterdam feitelijk vrij en de handel in drugs kent nauwelijks belemmeringen, constateren Tops en Tromp: „Het verdienmodel is zo omvangrijk dat het financiële verhoudingen corrumpeert en sociale verhoudingen in de stad ontwricht, hetgeen vooral mensen uit kwetsbare onderklasse treft.”

Feesteconomie

Het is een van de meest dwingende conclusies uit dit rapport: de feest-economie leidt tot een verdere verdieping van maatschappelijke tegenstellingen. Het plezier is voor de zorgeloze drugsgebruiker en de pijn komt terecht in de slechte delen van de stad waar hele buurten worden gegijzeld door onderwereldgeweld.

Twee ambtenaren vatten het probleem tastbaar samen. „Drugs zijn in die wereld van jongeren geen doel op zichzelf, maar een interessant middel om iets van hun leven maken”, zegt een wijkmanager uit Amsterdam-West. „De aantrekkingskracht is enorm, ze kunnen zich meten met zangers en voetballers uit hun milieu.” Het is een geromantiseerd beeld, zegt een gemeenteambtenaar, waarin de schaduwkant ontbreekt. „De onzekerheid, het altijd achterom moeten kijken, zwetend in je bed liggen en de angst van je ouders. Die kant zou meer belicht moeten worden.”

NRC ging op pad in de Tilburgse Vogeltjesbuurt, waar veel wiettelers wonen

Daarmee raken Tops en Tromp de essentie van het containerbegrip ‘ondermijning’ dat de afgelopen jaren in de mode is geraakt. De drugseconomie is zo groot en invloedrijk dat iedere inwoner van het land ermee te maken kan krijgen. Of het zou gaat om drugsafval op een camping, een schietpartij in jouw buurt of een wietplantage in de flat waar je familie woont. En in alle gevallen geldt: de burger die wat ziet of merkt en erover gaat praten met de politie loopt een risico op represailles. Zo zijn we allemaal het slachtoffer van beleid dat ooit vanuit het oogpunt van gezondheidszorg is opgezet.

Genormaliseerd

Het probleem is inmiddels zo groot dat een simpele uitweg niet meer bestaat. Het gebruik van drugs is zo genormaliseerd dat het niet meer is weg te denken, zo constateren ook Tops en Tromp. En de vijftigjarige geschiedenis van de war on drugs heeft geleerd dat repressie alleen niet het gewenste resultaat zal opleveren. „In het beleid moet scherp onderscheid worden gemaakt tussen gebruik enerzijds en productie en handel anderszijds.” Als dat gebeurt zijn gecontroleerde vormen van legalisering denkbaar, menen zij.

Maar dan nog zal tegen de illegale drugsproductie en handel grootschalig en hard moeten worden opgetreden. En dat moet gebeuren door een overheid die één front optrekt: „Het is een opdracht die zweet en chagrijn zal voortbrengen.” Het simpelweg gedogen van drugsgebruik omwille van de gezondheid van onze kinderen, heeft zijn tijd gehad.