Johnson: parlement schorsen

Verenigd Koninkrijk

Boris Johnson in het parlement in juli.
Boris Johnson in het parlement in juli. Foto Jessica Taylor/EPA

De Britse regering wil het parlement laten schorsen tot 14 oktober. Premier Boris Johnson heeft woensdag laten weten koningin Elisabeth hierom te vragen. In een brief aan parlementsleden zegt de premier dat de eerste stappen om het parlement te schorsen op 9 september worden gezet. Met deze controversiële stap zou het voor parlementsleden moeilijk worden om een No Deal-Brexit tegen te houden.

Het parlement zou volgende week voor het eerst weer bijeenkomen. Johnson wil na 9 september het parlement enkele weken schorsen om op 14 oktober met de Queen’s Speech, de Britse versie van de Troonrede, een nieuw parlementair jaar in te luiden. Op die dag presenteert de regering de plannen voor het komend jaar, waaronder die voor de Brexit. Op 31 oktober verlaat het VK de Europese Unie, met of zonder akkoord, aldus Johnson. Met de schorsing hebben de parlementariërs minder tijd om te voorkomen dat het Verenigd Koninkrijk zonder deal de Europese Unie verlaat.

Johnson zegt dat het parlement desondanks „ruimschoots de tijd” heeft om te debatteren over de Brexit-plannen. Ook ontkende de premier dat hij met deze stap komt om tegenstanders van een No Deal de wind uit de zeilen te nemen. Hij noemde dit „volledig onwaar”. Hij zegt dat de regering zich vooral richt op Binnenlandse Zaken en dat de schorsing niets met de Brexit te maken heeft.

Het is gebruikelijk om voorafgaand aan de Queen’s Speech het parlement tijdelijk op te schorten. Maar deze stap van Johnson wordt gezien als een politiek besluit. Hierdoor wordt de koningin daarbij betrokken.

De voormalige minister van Financiën Philip Hammond spreekt van „een constitutionele schande”. Het Conservatieve parlementslid Dominic Grieve noemde het plan tegenover de BBC „schandalig” en waarschuwde dat Johnson misschien een motie van wantrouwen tegemoet kon zien. Volgens de premier van Schotland Nicola Sturgeon kan deze dag „de geschiedenis ingaan als een duistere voor de Britse democratie”. (NRC)