Recensie

Recensie Beeldende kunst

In de quilts van Faith Ringgold botsen cliché en verwachting

Tentoonstelling In haar quilts zuigt Faith Ringgold (89) je mee in haar universum van geweld en hoop. In Londen hangt een fantastisch overzicht van de schijnbaar naïeve kunst van de Afro-Amerikaanse.

Faith Ringgold. Links: American Collection #1: We Came to America (1997)
Faith Ringgold. Links: American Collection #1: We Came to America (1997) Foto readsreads.info

Ergens begin jaren zeventig werd de Amerikaanse kunstenares Faith Ringgold tijdens een bezoek aan het Rijksmuseum in Amsterdam staande gehouden door een bewaker. „Stop”, sprak die volgens de overlevering tegen Ringgold, „kom mee naar beneden, dit moet je zien.” Zo leidde de anonieme bewaker, als een engel of een Vergilius, Ringgold naar de Rijkscollectie thanka’s: rijkversierde boeddhistische wandkleden die geen drager of frame hebben, zodat de monniken ze makkelijk kunnen oprollen en meenemen naar een volgende spirituele sessie of les over het leven van de boeddha. Voor Ringgold (1930) kwamen ze precies op het goede moment. In de jaren ervoor had ze naam gemaakt met een aantal grote, ambitieuze schilderijen. De bekendste daarvan is ongetwijfeld American People Series #20: Die (1967): geïnspireerd op Picasso’s Guernica. Een bloederig tafereel is het, waarin mannen en vrouwen van verschillende rassen elkaar aanvallen, beschieten, verminken, maar geschilderd in de typische Ringgold-stijl: grafisch, helder, op de grens van naïef, waardoor er zelfs bij dit heftige geweld nog hoop en verwondering onder het geheel blijft sluimeren.

Dit is typisch zo’n expositie die bewijst hoe terecht en nuttig de recente horizon-verschuiving in de kunst is

Faith Ringgold had alleen een probleem: de schilderijen waren voor haar te zwaar om in haar atelier te verslepen, en te groot om over de wereld te laten reizen. En ineens waren daar de thanka’s. Natuurlijk, Ringgold zal zich ongetwijfeld aangesproken hebben gevoeld door hun kleurenrijkdom en spirituele lading, maar dat je ze simpelweg kon oprollen en over de wereld kon sturen was ook niet slecht – precies wat ze nodig had.

Nieuwe perspectieven

Ringgolds ‘Amsterdamse epifanie’ vormde zo de basis voor haar bekendste werken: grote, hangende doeken, gebaseerd op de tradities van de thanka en de quilt – waarvan nu een fantastisch overzicht is te zien in de Londense Serpentine Gallery. Faith Ringgold is typisch zo’n tentoonstelling die bewijst hoe terecht en nuttig de recente horizonverschuiving in de beeldende kunst is: het feit dat het werk van niet-witte, lang miskende kunstenaars als Frank Bowling (nu in Tate Britain) en Luchita Hurtado (nu in Serpentine Sackler) eindelijk volop aandacht krijgt, is niet alleen in sociaal opzicht terecht, het levert ook geweldige nieuwe artistieke perspectieven op. Dat zie je heel goed bij Ringgold, juist omdat in haar werk allerlei thema’s en technieken bij elkaar komen die afzonderlijk in de westerse kunst niet erg populair waren (of zijn?): textielkunst, schijnbare naïviteit en niet te vergeten: haar Afro-Amerikaanse achtergrond. Ondanks een klassieker als Die is de Serpentine-tentoonstelling pas haar eerste solo in een Europees museum – op haar 89ste.

American People #19: US Postage Stamp (1967) van Faith Ringgold op de tentoonstelling in Serpentine Galleries. Foto Faith Ringgold, readsreads.info

Het goede nieuws is daardoor wel dat er in de Serpentine een fascinerende wereld opengaat voor de toeschouwer. Ringgolds stijl mag dan op het eerste gezicht wat naïef overkomen, daarachter schuilt een complexe wereld die helemaal draait om het veranderen en laten botsen van clichés en ingesleten verwachtingen. Dat begint met haar techniek: waar quilts vaak worden geassocieerd met huisvlijt, abstractie en decoratie gebruikt Ringgold ze juist om lange, stripachtige verhalen te vertellen, vol alternatieve geschiedenissen en Afro-Amerikaanse perspectieven. Aunt Jemima bijvoorbeeld, de fictieve donkere ‘posterwoman’ die beroemd is van de Amerikaanse pancake-verpakkingen, wordt op Ringgolds allereerste quilt Who’s Afraid of Aunt Jemima (1983) een voorvechtster van het zwarte feminisme. Ook maakt ze quilts over haar eigen gewichtsverlies (en de vooroordelen van donkere vrouwen en overgewicht) en droomt ze op een Gauguin-achtige manier van paradijselijke werelden waarin iedereen gelijk is.

Vrijheid

Ringgolds werelden lijken daardoor vaak droomachtig, op het surreële af (net als de verhalen op de thanka’s), maar dat is duidelijk tactiek. Door die vorm lokt Ringgold je haar universum in, om de harde werkelijkheid vervolgens als een boemerang in je gezicht terug te laten vliegen – racisme, kleur en ongelijkheid zijn voortdurend aanwezig in haar werk, soms sluimerend op de achtergrond, soms vol in je gezicht. Dan wordt de botsing tussen vormen en culturen ronduit pijnlijk: neem het geweldige American Collection #1: We Came to America (1997), een kleurrijk doek, bijna al een quilt, met een lonkend gele zon aan de horizon en een fier zwart Vrijheidsbeeld – tot je beseft dat het geheel is geïnspireerd op William Turners klassieke schilderij The Slaveship en alle ‘zwemmende’ donkere mannen en vrouwen stuk voor stuk op het punt staan te verdrinken.

Faith Ringgold, The Flag is Bleeding #2 (American Collection #6) (1997) Foto Faith Ringgold/ ARS, New York

Toch is er ook ongegeneerd geluk. Een van mijn favoriete werken in de Serpentine Gallery is Woman on a Bridge #1 of 5: Tar Beach (1988), een forse quilt waarop we de familie van Ringgolds alter-ego Cassie Lightfoot op en heldere zomeravond op hun dakterras in Harlem zien zitten. De ouders spelen kaart en drinken, de kinderen liggen ernaast op een matras. Het is een heldere nacht, Cassie kijkt naar de sterren en ziet zichzelf vliegen over George Washington Bridge, de brug waaraan haar vader heeft mee gebouwd – wij, toeschouwers begrijpen meteen dat die brug en dat vliegen gezamenlijk het symbool vormen voor het idee dat alle werelden met elkaar verbonden kunnen worden, dat alles mogelijk is, dat vrijheid te bereiken is voor iedereen. Dat is het mooie aan Ringgolds oeuvre: je beseft zo goed dat ze uiteindelijk zelf die Rijksmuseum-bewaker, die engel, is geworden, die haar toeschouwers meeneemt naar een andere, nieuwe wereld en ze rijker en geïnspireerder terug stuurt naar de echte.

De serie Slave Rape van Faith Ringgold. Vanaf links: Slave Rape #1: Fear Will Make You Weak (1972).Slave Rape #2: Run You Might Get Away (1972) en Slave Rape #3: Fight to Save Your Life (1972) Foto’s Pippy Houldsworth Gallery/ Faith Ringgold/ ARS