‘Het leven hier is beter dan in India’

Indiase kennismigranten Na Syriërs zijn Indiërs de grootste groep nieuwkomers in Nederland. Wat vinden zij van Nederland en hun werkgevers?

Het Indiase restaurant Love My Curry op de High Tech Campus in Eindhoven. De stad kreeg er in 2017 878 Indiërs bij.
Het Indiase restaurant Love My Curry op de High Tech Campus in Eindhoven. De stad kreeg er in 2017 878 Indiërs bij. Foto’s Walter Herfst

Bhadaradh Jayasima (24) steekt zijn plastic lepel in de dampende vegetarisch curry op het dienblad voor hem. De steel knapt. „Elke keer”, mompelt hij. Hij pakt de reservelepel die hij al klaar had liggen en lepelt door. Hij is gewend zijn curry met zijn handen te eten, niet met plastic bestek.

Over een half uur is zijn lunchpauze voorbij en wandelt hij over ‘de strip’ terug naar het Philips-kantoor. Dit boulevardachtige pad loopt dwars door de High Tech Campus in Eindhoven, met zijn hoge kantoorgebouwen van Philips, ASML en IBM. Op de strip, ingeklemd tussen een broodjeszaak en een Albert Heijn, zit het Indiase lunchrestaurant Love My Curry, waar Jayasima zijn maaltijd naar binnen werkt.

Dat zo’n restaurant voor deze locatie koos, is best logisch. Tussen 2012 en 2017 verdubbelde de instroom van Indiase migranten in Nederland, berichtte het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vorige maand. Ruim 8.600 Indiërs kwamen in 2017 naar Nederland – na Syriërs de grootste groep nieuwkomers. Zo’n driekwart van de migranten uit India werkt in de IT en informatiedienstverlening. Met name aan hoogopgeleide IT’ers is in Nederland al jaren een tekort. Dat vullen deze kennismigranten op. En dat verklaart gelijk het hoge aantal Indiase expats op de High Tech Campus, en de locatie van Love My Curry.

Een beter leven

Anand Govindaraj (49) eet hier niet elke dag curry, vertelt hij. „Eens in de zoveel tijd” is prima. Dat doet aan de populariteit van het restaurant niets af. „De rij staat vaak tot dáár.” De Indiase programmamanager bij Philips wijst op een denkbeeldig einde van de rij, achterin de zaak.

Govindaraj, uit de zuidwestelijke stad Kochi, woont inmiddels drieënhalf jaar met vrouw en twee kinderen in Eindhoven. Hij vindt het er fijn. „Het leven hier is beter dan in India.” Daar stond het verkeer altijd vast. „Ik was 45 minuten met de auto onderweg naar mijn werk, zeven kilometer verderop.”

Indiase expats in Nederland concentreren zich in een beperkt aantal steden. Wat de nieuwkomers betreft, nam Eindhoven volgens het CBS in 2017 de vierde plaats in. De stad kreeg er dat jaar 878 Indiërs bij. De meesten streken neer in Amsterdam (2.608), gevolgd door Den Haag (949) en Amstelveen (904). Kennismigranten vormen het merendeel, zo’n 40 procent betreft meegereisde partners en kinderen.

Govindaraj werkte in India al voor Philips, vertelt hij. Het aanbod in Nederland te komen werken, kwam wat hem betreft op het juiste moment. Zijn zoon zou net gaan studeren, en dat kon ook in Nederland. „Anders had ik naar mijn gezin in India heen en weer moeten reizen.” Nu volgt zijn zoon een hbo-opleiding elektrotechniek.

Gunstig, redeneert zijn vader: op de arbeidsmarkt hier zal hij straks met minder mensen hoeven concurreren. En echt wennen hoefde het gezin in Nederland ook al niet. Iedereen spreekt Engels, ze maakten snel nieuwe vrienden – collega’s, met name. En zijn vrouw, die huisvrouw is, vindt het fijn dat gasten niet meer zomaar komen aanwaaien. „In India klopt iedereen onverwachts aan”, zegt Govindaraj. „Hier is meer tijd voor het gezin.”

Dát men in India zo goed Engels spreekt noemt Vinay Dasa, die met zijn bedrijf Teamexpat Indiase werknemers voor bedrijven als ASML en Philips rekruteert, een van de redenen dat deze kennismigranten zo populair zijn bij Nederlandse bedrijven. „India heeft het grootste aantal jonge, technisch hoogopgeleide mensen ter wereld. Ze zijn vaak al bekend met werken in complexe omgevingen, omdat ze in India bij onderzoekscentra van bedrijven als Microsoft of Philips werkten. En ze spreken dus goed Engels”, vertelt Dasa.

Anders dan veel westerse werknemers, durven ze bovendien wat meer risico’s te nemen, zegt hij. „Ze zijn bereid ver te reizen, omdat ze weten dat ze elders een hoger salaris kunnen krijgen en er een prettigere werkcultuur heerst.”

Lamsvlees met een lepel

„Hij woont hier nog maar net.” Bharath Muppa (28) wijst lachend naar zijn collega aan de overkant van de lange lunchtafel, Sakarayapatna Darshan (29). Die woont hier nu twee maanden, Muppa is al twee jaar in Nederland. Beiden zijn webdeveloper bij Philips. „Ik ben veel afgevallen”, zegt Darshan. Hij kookt hier voor het eerst zelf.

De verschillen met thuis zitten hem vooral in kleine dingen, zegt Darshan. Je lamsvlees met een lepel eten, in plaats van met je handen. Hallo zeggen tegen onbekenden op straat. „En op het werk wil men perfectie”, vult Muppa aan. „Óók in de kleinste details”, zegt Darshan.

Hij had gedacht dat de overgang moeilijker zou zijn, „maar het valt mee”, vertelt hij. Zijn ouders hadden in India een huwelijk voor hem gearrangeerd, maar hij wilde niet trouwen. Dat was een belangrijke reden naar Nederland te komen. „Plus: de balans tussen werk en privé is hier heel goed, er is niet zoveel vervuiling en ik kan op de fiets naar mijn werk.”

In Nederland heerst bovendien een minder strenge hiërarchie op de werkvloer, vult Muppa aan. „Als developer is het belangrijk dat je met je leidinggevende open over je bezigheden kan praten. In India kon ik dat bij misschien maar drie op de tien projecten, hier voor het grootste deel.”

Cultuurverschillen

De migranten in het Indiase restaurant zijn opvallend positief. Kavitha Varathan (37), van het Expat Spouses Initiative, kan dat uitleggen: binnen de Indiase cultuur is het niet gebruikelijk commentaar te leveren.

Kavitha Varathan is vaste klant. Walter Herfst

Zelf is ze al ruim tien jaar in Nederland, uit India meegekomen met haar partner, en de cultuurverschillen kent ze inmiddels. Enkele jaren geleden begon ze haar organisatie om – veelal hoogopgeleide – partners van expats in Eindhoven in contact te brengen met lokale bedrijven, zodat ook zij een baan kunnen bemachtigen. Dat was, vertelt ze aan de telefoon, „op de juiste plek, op het juiste moment”.

Partners van expats zijn vaak hoogopgeleid en gemotiveerd om aan de slag te gaan, maar kunnen in Nederland moeilijk een baan op niveau vinden. ‘In India was ik top of my class ’

De Indiase expats beginnen zo langzaamaan hun plek in Nederland te vinden, stelt ze vast. Binnen de snel groeiende gemeenschap vind je al weer gestructureerde subgroepen, zoals de etnische Telugu. „Zij hebben zich in Nederland heel goed georganiseerd, heb ik het idee. Zo zijn er allerlei Telugu-netwerken – eerst in Amsterdam, nu ook in Eindhoven.”

Anders dan de expats in het Indiase lunchrestaurant benoemt Varathan wél nadelen van werken in Nederland. Voor Indiërs zou het weleens lastig kunnen worden om in hun carrière dóór te groeien, zegt ze. „Nederlanders, met hun directe manier van communiceren, zien niets in een Indiër als leidinggevende. Die brengt een boodschap volgens hen niet sterk genoeg over. Ik kreeg laatst nog een expliciet verzoek van iemand die een manager zocht: géén Indiër.”

De hoofdreden dat veel Indiërs voor Nederland kiezen, heeft volgens Varathan te maken met de balans tussen werk en privé. „In India is het heel gebruikelijk om over te werken, soms tot diep in de nacht. Je wilt nooit de eerste zijn die weggaat. Het wordt er als verkeerd gezien als je niet al je energie in je werk stopt.”

Ook de Verenigde Staten trekken veel Indiase kennismigranten, met name door de relatief hoge lonen. Darshan heeft het overwogen. „Ik kon daar meer verdienen, maar daar is de balans tussen werk en privé nog véél slechter dan thuis.” Bovendien werkte de webdeveloper in India ook al voor Philips, en vond het prettig dat hij al bekend was met het bedrijf.

De meesten vertrekken weer

De jonge expats in de curryzaak hebben desgevraagd weinig concrete toekomstplannen. „Mijn ouders willen wel weten wanneer ik terugkom”, zegt Darshan. Ook dat kenmerkt de Indiase migratie: de meeste immigranten vertrekken uiteindelijk weer. Van de 3.955 die in 2012 arriveerden, waren er vijf jaar later nog maar 1.650 in Nederland, aldus het CBS.

Varathan verklaart dat: „Indiërs hebben een ontzettend sterke band met hun thuisland en voelen de verantwoordelijkheid om terug te gaan.” Ze kent veel Indiërs die zijn teruggekeerd om voor familie te zorgen. „Een verzorgingsstaat zoals jullie die kennen, bestaat daar niet.” Ook kent ze verhalen van mensen die in India een betere positie wisten te bemachtigen met de ervaring die ze in Nederland opdeden.

„Ik heb nu in ieder geval een jaarcontract”, zegt Bhadaradh Jayasima, die in een al bijna lege zaak snel de laatste happen van zijn curry wegwerkt. „Hier kun je vijf of tien jaar sparen, en dan teruggaan. Misschien ga ik ook wel terug. Om met een Indiase te trouwen, want ik wil mijn ouders geen pijn doen. Wie weet hoeveel landen ik daarvoor nog zal bezoeken.”