Deze vissersboot werd geramd - zat China daar achter?

Zuid-Chinese Zee Kleinere landen botsen met China’s groeiende overmacht op de Zuid-Chinese Zee, met aanvaringen als “onvermijdelijk resultaat”.

De vissersboot Gem-Ver werd in juni aangevaren en tot zinken gebracht, volgens de Filippijnse bemanning door een Chinees schip. De boot wordt nu gerepareerd.
De vissersboot Gem-Ver werd in juni aangevaren en tot zinken gebracht, volgens de Filippijnse bemanning door een Chinees schip. De boot wordt nu gerepareerd. Foto Annemarie Kas

De zee is kalm, de radio staat afgestemd op een zender met oude hits. Fleetwood Mac, Thunder only happens when it’s raining. Een man of zes timmeren en zagen gestaag door. Zakdoek om hun hoofd tegen het zweet, potlood achter het oor.

De voorkant van de houten boot konden ze uit zee redden. Wat ooit de achterkant was, ligt nu als bergje halfvergane planken in hun werkplaats, pal aan het strand. Ze gebruiken nieuw hout om de romp weer op te bouwen. Balk voor balk.

De klussers zijn de Filippijnse bemanning van de Gem-Ver, de vissersboot werd in juni aangevaren. Ze lagen voor anker bij de Reed Bank, een gebied in de Zuid-Chinese Zee waar de Filippijnen zeggenschap over hebben. Ze weten zeker dat een Chinees schip hen ramde. Er stonden Chinese karakters op de romp, zeggen ze. Het had weinig gescheeld of hun boot was vergaan en zij hadden het niet overleefd.

Hun aanvaring vertelt het verhaal van China’s dominantie in de Zuid-Chinese Zee. Het Chinese overwicht neemt er elke dag verder toe en er gebeurt weinig tegen. China vindt daarentegen dat het niet alleen aanspraak mag maken op het grootste deel van de zee, ook dat het tegenwicht moet bieden aan Amerikaanse marineschepen, die in de ogen van China veel te aanwezig zijn.

De bemanningsleden van de Gem-Ver repareren de vissersboot. Ze hopen over twee à drie maanden weer de zee op te kunnen.

Foto Annemarie Kas

Scheepskok Richard Blaza was als enige nog wakker, die avond, vlak voor middernacht. Hij had net de rijst voor het ontbijt van de volgende ochtend klaargemaakt toen hij iets hoorde aankomen. „Ik raakte in paniek. Ik maakte de kapitein wakker en schreeuwde dat hij de motor moest aanzetten. Een schip, een schip!”

Wegvaren lukte niet. Het schip ramde hun vissersboot en verdween in de nacht. De Gem-Ver spleet in tweeën. Het achterste deel zonk, de voorkant bleef drijven en daar klampten de 22 bemanningsleden zich aan vast. Twee van de jongste mannen peddelden in de kleine bootjes waar ze overdag in vissen naar een stipje licht in de verte. Twee uur later bleek dat een Vietnamees schip. Met handen en voeten maakten ze duidelijk wat er was gebeurd: water, boot, paniek. De Vietnamezen schoten te hulp, de vissers werden gered.

Vietnamezen zijn vriendelijker

Op zee kunnen de Filippijnen altijd goed overweg met de Vietnamezen, vertelt Richard Blaza. „Ze zijn vriendelijk, we krijgen wel eens eten van ze.” Met de Chinezen ligt dat anders. „Met hen hebben we bijna geen contact. Soms jagen ze ons weg met armgebaren.” Vroeger zagen ze nooit Chinese schepen bij de Reed Bank, tegenwoordig overtreffen die de Filippijnse boten in aantal. Blaza gaat al negentien jaar met de Gem-Ver de zee op, hij kan het weten. „Sinds een paar jaar, ongeveer sinds 2013, zijn ze met meer en meer. En wij halen steeds minder vis binnen.”

Je kon wachten op een incident als dit, zegt Gregory Poling. „En het is een kwestie van tijd tot het opnieuw gebeurt. Dit soort aanvaringen zijn het onvermijdelijke resultaat van China’s beleid om naar overmacht op de Zuid-Chinese Zee te streven.” Gregory Poling is directeur van het Asia Maritime Transparency Initiative, een club onderzoekers die de ontwikkelingen in de Aziatische zeegebieden probeert te doorgronden en transparanter te maken.

Vaak blijft schimmig wat er op de Zuid-Chinese Zee gebeurt, terwijl die juist van groot strategisch belang is. Er ligt veel olie en gas in opgeslagen. De zee is cruciaal voor de handel: zo’n 64 procent van de wereldwijde doorvoer van zeecontainers gaat via Azië en daarvan vaart een aanzienlijk deel door dit gebied. En de zee is een bron van inkomsten voor vissers uit alle omringende landen. Niet voor niets noemen de Filippijnen het de West-Filippijnse Zee. En in Vietnam zeggen ze Oost-Vietnamese Zee.

Als alleen aantallen bepalen hoe je de zee noemt, zou China makkelijk winnen. Het land investeerde de afgelopen jaren enorm in zijn nationale kustwacht en die is nu de grootste ter wereld. Volgens het Center for Strategic and International Studies verdubbelde het aantal patrouilleschepen, van 60 in 2010 naar 130 nu.

Belangrijker nog, zegt Poling, zijn de schepen die officieel niet onder de kustwacht vallen, maar wel in opdracht van de Chinese overheid werken. Het lijken vissersschepen, maar ze houden eigenlijk de wacht. „Ze pesten schepen van andere landen, proberen ze weg te bluffen.”

Waarschijnlijk was het zo’n militie-schip dat de Gem-Ver heeft geramd.

Militie of niet, de mannen van de Gem-Ver vinden dat de Chinezen hun schade zouden moeten vergoeden. Van de boot én hun vangst. Ze waren al dagen op zee toen het gebeurde en hadden drie ton lapu-lapu in hun koelboxen liggen, dat zijn dure zeebaarzen die ze notabene vooral naar China exporteren. Veel méér nog zijn de vissers teleurgesteld in hun eigen president Rodrigo Duterte. „Hij zou de vader van zijn volk moeten zijn. Maar hij doet alsof het wel meevalt wat er is gebeurd”, zegt visser Cirilo Escuterio. Duterte zou die schadevergoeding voor hen moeten vragen, vindt hij.

Duterte is meer op China

Tot nu toe weigerde Duterte het voor de vissers op te nemen, terwijl hij daar goede reden voor zou hebben. In 2016 bepaalde het Permanent Hof van Arbitrage in Den Haag dat China geen historische aanspraak kan maken op het overgrote deel van de Zuid-Chinese Zee. De Reed Bank stond zelfs expliciet in de uitspraak, omdat volgens het hof China daar de Filippijnse soevereiniteit had geschonden. De Chinezen hebben de uitspraak niet geaccepteerd en houden vol dat het grootste deel van de zee aan hen toebehoort. Deze week bezoekt Duterte China en hij heeft toegezegd dat hij de uitspraak ter sprake gaat brengen.

Van harte zal dat niet gaan. Duterte is veel meer op China – en vooral op Chinese investeringen – gericht dan zijn voorganger, die de rechtszaak was begonnen. Dus al gebeurde de aanvaring in de Filippijnse exclusieve economische zone van de zee, volgens Duterte was die niet meer dan een „klein maritiem ongeluk”. Hij zei dat hij geen zin heeft hierover een „oorlog met China te riskeren”.

Andere landen in de regio bewijzen dat het wél zin heeft te protesteren tegen China’s brutaliteit op zee. Voor even dan.

De claim van China in de Zuid-Chinese Zee.

Illustratie NRC

Vietnam bijvoorbeeld sprak zich de afgelopen maanden consequent en publiekelijk uit tegen de aanwezigheid van een Chinees schip dat onderzoek naar oliewinning deed bij de Vanguard Bank – een olierijk gebied binnen de Vietnamese economische zone van de zee. De spanningen liepen op. Van beide kanten lagen er uiteindelijk zo’n twintig gewapende schepen in het gebied – en China stuurde nog meer paramilitaire schepen mee. Vietnam zocht consequent de publiciteit en uiteindelijk trokken de Chinese schepen zich terug.

Dit soort negatieve berichtgeving over „een grootmacht die zijn kleine buren pest” is reputatieschade waar China niet op zit te wachten, zegt analist Gregory Poling. Alleen het punt is: China heeft geen haast. „Ze trekken zich terug en proberen het later gewoon nog een keer.” China heeft daar meer dan genoeg schepen, de andere landen niet. Die moeten kiezen wanneer ze een keer een punt willen maken en sturen dán hun schepen.

Vorige week werd het Chinese onderzoeksschip alweer op zee gesignaleerd.

Waar gaat dit heen? Als het zo doorgaat is de Zuid-Chinese zee over tien jaar „een Chinees meer”, zegt Poling. „Een meer waarop schepen van andere landen alleen kunnen varen als China dat toestaat. Dat zou een groot probleem zijn voor de geloofwaardigheid van de Verenigde Staten, maar ook van Japan en Zuid-Korea.”

Gedragscode

Optie twee is dat de landen in de regio afspraken maken over hun gedrag in het gebied. Er lopen tussen de landen in Zuidoost-Azië en China nu wel onderhandelingen over zo’n gedragscode, maar die maken weinig voortgang. En het minst waarschijnlijke scenario, maar volgens Poling wel een mogelijkheid: een serieus conflict tussen China en de Verenigde Staten. „Dat we op een ochtend wakker worden en er bij een ongeluk op zee een paar Filippino’s zijn omgekomen. De VS willen dan terugslaan, om een statement tegen China te maken.”

De bemanning van de Gem-Ver hoopt over twee, drie maanden weer de zee op te kunnen. Vissen is wat ze doen, wat ze kunnen. De mannen hebben zich wel afgevraagd wat ze moeten doen als ze dan weer Chinezen tegenkomen. Ze hebben erover nagedacht om zich te bewapenen. „Maar we hebben alleen kleine messen voor de visnetten.” Dus ze gaan iemand op wacht zetten ’s nachts. „Als er een schip aankomt, varen we meteen weg.”