Controverses bij de opening van het filmfestival van Venetië

Filmfestival Venetië Controverses bij de opening van het filmfestival van Venetië, woensdag. Over de nieuwe film van Polanski en vrouwelijke filmmakers. ‘La Verité’ met Deneuve in hoofdrol was de openingsfilm.

Sterren uit de openingsfilm La Verité poseren woensdag op het filmvestival van Venetië: vlnr Ludivine Sagnier, Juliette Binoche, Kore-eda Hirokazu, Catherine Deneuve, Clementine Grenier en Manon Clavel
Sterren uit de openingsfilm La Verité poseren woensdag op het filmvestival van Venetië: vlnr Ludivine Sagnier, Juliette Binoche, Kore-eda Hirokazu, Catherine Deneuve, Clementine Grenier en Manon Clavel CLAUDIO ONORATI

Het filmfestival van Venetië ligt zwaar onder vuur vanwege het geringe aantal films gemaakt door vrouwen, dat te zien is op het festival. Maar het festival begon woensdagavond wel met een film die helemaal is opgebouwd rond een grote vedette van de Europese cinema: Catherine Deneuve.

De gevierde regisseur Hirokazu Kore-eda koos in La Verité, zijn eerste film buiten Japan, voor een verhaal over de grote Franse filmster Fabienne (Deneuve) en de moeizame relatie met haar dochter Lumir (Juliette Binoche). Lumir is scenarioschrijver en woont met man en dochter in New York. Voor het verschijnen van de memoires van haar moeder keert ze terug naar Parijs. In haar herinneringen omschrijft Fabienne zichzelf als een zorgzame moeder, maar Lumir herinnert zich vooral een hardwerkende en harde vrouw, die nauwelijks naar haar omkeek. Fabienne heeft nauwelijks wroeging of spijt. „Jij kunt me misschien niet vergeven. Maar mijn publiek kan dat wel.”

Fictie en werkelijkheid

Kore-eda speelt ingenieus met fictie en werkelijkheid in La Verité. Deneuve is natuurlijk in werkelijkheid net zo’n filmlegende als ze in de film speelt. Fabienne rookt voortdurend dezelfde dunne witte sigaretten als Deneuve. Evenals haar personage in de film deinst Deneuve er niet voor terug ongezouten haar mening te geven. Maar Deneuve is Fabienne natuurlijk toch niet. Kore-eda weet daarnaast subtiel twijfel te laten ontstaan aan de betrouwbaarheid van Lumirs herinneringen. Zij is niet voor niets scenarist. Ze heeft misschien ook haar eigen verhaal van het verleden gemaakt, net zoals haar beroemde moeder ( „Ik ben een actrice. Met de naakte waarheid kan ik niks.”)

Tegelijk is Kore-eda trouw gebleven aan zijn vaste thema’s. In zijn films staan ongebruikelijke, vaak gehavende familiebanden vrijwel altijd centraal. Vorig jaar won hij nog de Gouden Palm van het filmfestival van Cannes met Shoplifters; over een samengesteld gezin van kruimeldieven. Bij de overstap naar een ander land – de regisseur werkte op de set met een tolk – ging een deel van zijn gebruikelijke nuancering en diepgang verloren. Maar La Verité is zeker niet mislukt. Dat hij voor Deneuve met al haar geschiedenis en bagage zo’n boeiende rol wist te creëren, is een grote verdienste. Binoche lijkt de laatste jaren wat te zijn vastgelopen in haar over-emotionele, weinig gevarieerde acteerstijl.

Festivaldirecteur Alberto Barbera probeert zich te redden uit de gênante situatie dat hij zo weinig geschikte films van vrouwen kon vinden door erop te wijzen dat ook mannelijke regisseurs goede verhalen over vrouwen kunnen vertellen. La verité is daar een mooi voorbeeld van. Maar daarmee is de discussie niet gesloten.

Parker en Polanski

Controversieel is ook Barbera’s keuze om nieuwe films te vertonen van twee filmmakers, die in opspraak kwamen door seksueel wangedrag. De Amerikaanse regisseur Nate Parker werd beschuldigd (en vrijgesproken) van verkrachting. Zijn nieuwe film American Skin is te zien in Venetië . Voor meer ophef zorgt de selectie van de nieuwe film van Roman Polanski, J’accuse (over de Dreyfus-affaire). Polanski bekende in 1977 in Los Angeles seks te hebben gehad met een minderjarige, ontvluchtte nog tijdens de rechtsgang de VS en moet nog steeds zijn straf uitzitten.

Op de eerste dag van het festival leidde de Polanski-zaak tot ongemak tussen directeur Barbera en de gerenommeerde Argentijnse regisseur Lucrecia Martel, die dit jaar juryvoorzitter is in Venetië. Martel liet weten géén onderscheid te willen maken tussen de filmmaker en zijn werk. Ze liet ook weten niet aan te willen zitten bij het galadiner voor de première van Polanksi’s nieuwe film. Ze onderstreepte haar solidariteit met alle vrouwen die strijden tegen wantoestanden in de filmwereld.

Ze had zich voor het festival in Polanksi’s zaak verdiept en was tot de conclusie gekomen dat ze toch geen bezwaar kon maken tegen het vertonen van de film, omdat Polanski’s slachtoffer van destijds heeft verklaard de zaak als afgedaan te beschouwen. „Maar ik hoop wel van harte dat we het festival zullen gebruiken om te blijven debatteren over dit zo belangrijke thema.”

Barbera ziet dat duidelijk anders. „Polanski is de laatste van een grote generatie Europese filmmakers. Ik heb er geen twijfel over dat zijn film hier thuis hoort. Het is niet mijn taak om een moreel oordeel over hem te vellen. Het enige wat mijn team en ik moeten doen is een esthetisch oordeel vellen of een film goed genoeg is om te worden vertoond. Dat zou ook het criterium voor de toeschouwers moeten zijn.”

Vrouwelijke filmmakers quotum

De juryvoorzitter en de festivaldirecteur botsten opnieuw over de vraag of quota voor vrouwelijke filmmakers op festivals nodig zijn. Barbera is daar faliekant tegen. „Dan zou je voor elke minderheid aan een bepaald quotum moeten gaan voldoen. Als quota nodig zijn dan bij filmacademies en bij de subsidieverstrekkers. Daar spelen vooroordelen nog een rol, die de kansen van vrouwen verkleinen. Maar dat geldt niet voor een festival” Martel beschouwt quota als een middel dat weliswaar niet heel sympathiek is, maar wellicht toch noodzakelijk kan zijn. „Dit is de 76ste editie van het festival. Hoe lang moet het nog duren voordat er echt iets verandert? Zou het niveau van het festival echt zoveel dalen als je voor een bepaalde periode een fifty-fifty-verdeling maakt tussen mannen en vrouwen? Daarmee zou je een hele grote verandering teweeg kunnen brengen.”