Opinie

De klap in het gezicht van Huppert

Joyce Roodnat Joyce Roodnat stelt bij herbekijken van ‘Loulou’, met Isabelle Huppert en Gérard Depardieu, tot haar schrik vast dat ze één belangrijk detail vergeten heeft. Terwijl ze beter had kunnen weten.

Joyce Roodnat

Wat het geheugen normaal vindt, slaat het niet op. Gelukkig zijn de kunsten er om dat geheugen zonodig een opkontje te geven. Ik bezoek de bioscoop voor Loulou. Vanwege Isabelle Huppert, die in deze film een van haar sleutelrollen speelt. Gérard Depardieu zit er ook in. Samen zijn ze dynamiet, Depardieu is een en al oksel, Huppert is een en al krijg-de-kolere. Loulou is een fantastische film. Zo’n veertig jaar oud, maar ik weet alles nog: blikken, incidenten, de boze voeten waarmee Huppert Depardieu uit bed duwt. Maar tot mijn schrik was ik kwijt hoe ze in haar gezicht wordt geslagen.

Een vrouw die een klap in haar gezicht krijgt, dat was normaal, het zit in talloze films. Werd er eentje ‘hysterisch’ dan wist een beetje man hoe hij haar moest resetten – waarna zij met haar hand op haar wang bij haar positieven kwam, als een klein kind. Het was zelfs een soort van sexy, niemand keek ervan op. Ik ook niet. Maar nu wel. De film had iets vastgehouden, een idee uit de tijd dat de vrouw standaard hysterica was en de man haar standaard pappie.

Ik had beter kunnen weten, ik las Elena Ferrante en die analyseert de klap in haar Napolitaanse romans, herinner ik me nu. In Napels, schrijft ze, was dat een dubbele slag, eerst van de vlakke en dan met de rug van de mannenhand op de andere wang, in één soepele polsbeweging. Een echte man was zo’n ‘schiaffo’ machtig. Voor vrouwen was het iets wat erbij hoorde als je een vrouw was. Een man kreeg er nooit één.

Alle kunst groeit op de humus van de werkelijkheid. Kunstenaars zoeken het bijzondere maar ze weerspiegelen het gewone en zo conserveren ze per ongeluk iets wat anders onherroepelijk verdwenen zou zijn.

Lees ook het interview met Isabelle Huppert: ‘Je ziet mij en je ziet mijn kop al rollen’

Lees The Party, zeggen ze. Ik doe het. Lees Fleishman is in Trouble, zeggen ze. Ik doe het. Twee bestsellers, ik knal er doorheen. The Party is van de Britse schrijfster Elizabeth Day. Fleishman is van de Amerikaanse Tabby Brodesser-Akner. The Party is net iets beter dan Fleishman, dat naar te veel Philip Roth meets Woody Allen neigt. Beide boeken lijken zich te concentreren op de kleine man en zijn provocaties van amorele rijke patsers. Maar ze blijken vervolgens te gaan over hun echtgenotes: onverschrokken selfmade vrouwen die desondanks ten onder gaan aan de dominantie van die kleine mannen. Deze romans onthullen iets over onze tijd, dat moet wel. Maar wat? Dat in deze tijd de seksen zo in gevecht zijn dat ze elkaar geen centimeter toegeven? Nee, dat ligt er te dik bovenop, dat is juist níét gewoon. Wat mis ik? Later zal ik het herkennen, in deze boeken, in schilderijen, in een musical, in films. Ik ben zo benieuwd.