De Italiaanse pianist en componist Ludovico Einaudi tijdens een optreden in Milaan, 2018.

Foto Roberto Finizio/ NurPhoto/ Getty Images)

Componist Ludovico Einaudi: ‘Al wandelend ontwaakt mijn scheppingskracht’

Klassiek Dit jaar wijdt Ludovico Einaudi liefst zeven albums aan wandelen. „Ik geloof in de band tussen natuur en kunst.” De Italiaanse componist en pianist trekt met zijn verstilde muziek een miljoenenpubliek, onder wie veel jongeren.

Pianist Ludovico Einaudi (63) wandelt zoals hij componeert: doorgaans langs hem bekende paden, zoekend naar kleine en nieuwe variaties in het landschap. „Want dezelfde weg en wandelaar zijn vandaag anders dan gisteren”, vindt de Italiaan. „De Franse kunstenaar Paul Cézanne kon elke dag zijn geliefde berg, Mont Sainte-Victoire, met nieuwe ogen bekijken en schilderen.”

Deze traditie vormt het fundament onder de zeven albums van de cyclus Seven Days Walking, die sinds maart maandelijks verschijnen. Zijn muziek ademt het karakteristieke minimalisme en de meditatieve atmosfeer. Einaudi vergaarde er een miljoenenpubliek mee, vooral onder jongeren. Het Concertgebouw zat bij zijn optreden dit voorjaar vol twintigers en dertigers. Zijn stukken lijken voor hen een tegengif in een overprikkeld bestaan.

Seven Days Walking voerde Einaudi deels terug naar zijn eigen jeugd, naar de eindeloze wandelingen met zijn vader over de scherpe heuvelruggen van de streek Langhe, zuidelijk van Turijn. „Een van de titels op de albums, ‘Het pad van de fossielen’, verwijst naar een plek in de wijngaarden waar we vaak even uitrustten. In de grond kon je schelpen vinden, want ooit bevond zich daar de zee. Mijn vader leerde me alles over planten. Hij verzamelde bloemen uit de streek, die hij in onze tuin opnieuw tot leven wekte. Vooral rozen waren een obsessie voor hem, met name de verloren soorten die werden beschreven in boeken over de Oudheid. Die wilde hij herscheppen.”

Het geslacht Einaudi bracht beroemde namen voort. De familie bestreed met scherpe tijdschriften het opkomende fascisme. Een keuze waarvoor Italië zijn opa, econoom Luigi Einaudi, in 1948 beloonde met het presidentschap. En de vader van de componist, Giulio, groeide na de oorlog uit tot de belangrijkste literaire uitgever van het land. Schrijvers Cesare Pavese, Primo Levi en Italo Calvino schoven in Einaudi’s kindertijd vaak aan voor het avondeten in het ouderlijk huis.

„Dat gebeurde altijd op woensdagen na vergaderingen op de uitgeverij. Aan velen van hen koester ik nauwelijks herinneringen. De meesten hadden geen belangstelling voor een kind. Waarom zouden ze? Maar Calvino was een uitzondering. Uit zijn boeken spreekt ook een verbeeldingskracht die ingaat tegen de desillusies van de volwassenheid. Hij voelde zich thuis in de wereld van het kind. Calvino woonde in hetzelfde appartementencomplex. Hij kwam vaak op bezoek en leerde me veel over de natuur. Daar wist hij alles van: zijn familie bestond uit botanici. Op mijn tiende verjaardag gaf hij me een cactus, waarvan ik me de Latijnse naam nog herinner: Sedum Guatemalense.”

Calvino bezat een andere, verfrissende manier van kijken. „Op een dag kwam ik naar boven, met afdrukken uit de doka in de kelder. In mijn tienertijd bezat ik een passie voor fotografie. Calvino vroeg me alles op de vloer uit te spreiden. ‘En dan zoeken we samen de beste uit.’ Hij koos een straatfoto uit Engeland: enkele Britten komen uit een pub, je ziet de schim van een passerende fietser – voor de meeste mensen niets bijzonders, maar hij zag personages en verhalen. Het doet me denken aan zijn roman Marcovaldo, over een fabrieksarbeider, een antiheld die de seizoenen in de stad ondergaat. Daarin laat Calvino veelkleurige sprookjes opbloeien uit de grijze alledaagsheid.”

Trage hartslag

De literatuur bleef sindsdien altijd belangrijk. Voor zijn eerste solo-album Le Onde liet Einaudi zich een kwart eeuw geleden inspireren door de roman The Waves van Virginia Woolf. De stukken weerspiegelen een wandeling op een verlaten strand zonder begin en einde, waar alleen de golven veranderen.

„Over het vervloeien van verschillende kunsten sprak mijn compositieleraar Luciano Berio vaak. In zijn geest zocht muziek verbindingen met verschillende disciplines, zoals de natuur en de wetenschap. We keken eens naar een zwerm vogels. ‘Wat zou het mooi zijn om hun vlucht te laten verklanken door een strijkorkest’, zei hij. Noten op zich kunnen benauwende stegen vormen. En Berio besefte dat, plantte dat bewustzijn in mijn gedachten. Hij spoorde me aan om door muziek, de taal waarin ik mijn gevoelens het helderst kan uitdrukken, aansluiting te zoeken met de wereld, met anderen.”

Hierbij dient de trage hartslag van de natuur Einaudi vaak tot sleutel: de eeuwige branding van de zee op zijn debuutalbum, of de heuvels en dalen van Piemonte in de nieuwe cyclus Seven Days Walking. Hij voegt zich met die fascinatie in een lange traditie. Het wandelen – de mens dwalend door het geheimzinnige labyrint van de natuur – verwierf een mythisch aanzien in de klassieke muziek. Componist Gustav Mahler liep in de zomers door de Alpen. Het landschap vulde hem met muzikale invallen. „Aan mijn schrijftafel werk ik slechts mijn schetsen uit, zoals een boer zijn oogst naar de schuur brengt”, schreef Mahler.

In de natuur komt alles samen: de kale kern maar ook de overdaad. Het volmaakte en het gebrekkige

Einaudi herkent dat beeld. „Het wandelen laat de scheppingskracht ontwaken”, zegt hij. „Ik herinner me tochten door sneeuwbuien waarin de witte deken veel om me heen van zijn contouren en kleuren beroofde. Die eenvormigheid inspireerde me. In mijn ogen komt in de natuur alles samen: de kale kern maar ook de overdaad, het volmaakte en het gebrekkige, zonder de grilligheid van de menselijke emotie. Er is een gestage stroom, een groots en onderliggend ritme. Hoe zou het voelen om één dag een plant of een boom te zijn? Om te ervaren welke verbanden en hiërarchieën er bestaan in een woud. Dat geloof in de band tussen natuur en kunst dateert uit mijn jeugd. Mijn vader bewonderde Giuseppe Penone, een boerenzoon uit onze streek die beroemde kunst maakt van wat hij aan materialen in bossen, rivieren en grotten vindt.”

Beeldende kunst en literatuur waren de biotopen van zijn vader. „Van muziek hield hij niet”, grijnst Einaudi. „Toen hij na de scheiding alleen woonde, zag ik in zijn appartement in Rome tot mijn verbazing een cd-speler. Benieuwd wat hij draaide, doorzocht ik zijn kast. Ik vond welgeteld één cd, een album van John Cage, met een opname van 4’33”, vier minuten en drieëndertig seconden stilte in drie delen.”

Het muzikale bloed kwam van zijn moeder, Renata Aldrovandi, dochter van een dirigent en componist die in de jaren dertig de duistere krachten van Mussolini’s dictatuur moest ontvluchten, omdat hij weigerde aan het begin van een concert de verplichte fascistische hymne te vertolken. Hij week uit naar Engeland, en strandde op een tournee in Australië, waar hij door het uitbreken van de oorlog niet meer weg kon.

Hoe zou het voelen om één dag een plant of een boom te zijn?

„Mijn moeder was een tiener toen hij vertrok”, vertelt Einaudi. „Ze zou hem nooit weerzien. Hij stierf begin jaren vijftig, te berooid om naar Italië terug te keren. Van hem kreeg ze als kind pianoles. En altijd wanneer ze thuis Bach, Chopin of Schumann op de lessenaar zette, hoorde ik heimwee in haar spel, een verlangen naar haar vader. Die melancholische klanken deden mijn liefde voor muziek ontbranden. Onder haar handen groeiden noten uit tot iets spiritueels en persoonlijks. Ik herkende Bach, maar ook mijn moeder. Ze gaf de stukken een eigen kleur en aroma. Meestal lag ik op mijn bed strips te lezen, vaak drongen flarden tot mijn slaapkamer door. Dan zweefde haar pianospel door het huis als de geur van versgebakken brood.”