Amsterdam staat machteloos bij drugshandel

Schaduweconomie Kwetsbare jongeren doen het vuile werk. Ze leven in een gewelddadige schaduweconomie, blijkt uit een rapport.

Amsterdam is het centrum van de Europese cocaïnehandel geworden
Amsterdam is het centrum van de Europese cocaïnehandel geworden Foto: Olivier Middendorp

Kinderen van negen of tien jaar die op de uitkijk staan voor criminelen. Penthouses in Osdorp waar beroepscriminelen ongehinderd samenkomen. Handgranaten bij coffeeshops. Honderden miljoenen euro’s aan drugsgeld die ongemerkt en ongestraft naar Zuid-Amerika worden overgemaakt.

Veel van wat er te lezen valt in De achterkant van Amsterdam, het rapport over de drugsgerelateerde criminaliteit in de hoofdstad, was al bekend. Maar dat het zó omvangrijk is, zó alomtegenwoordig in de stad, en – bovenal – dat de lokale overheid zó machteloos staat, dat zullen weinigen zich gerealiseerd hebben.

Hoe kon Amsterdam het centrum van de Europese cocaïnehandel worden?

De verdienste van bestuurskundige Pieter Tops en journalist Jan Tromp, die dit rapport schreven in opdracht van burgemeester Femke Halsema, is dat ze alle beschikbare informatie over de Amsterdamse drugscriminaliteit voor het eerst bij elkaar hebben gezet. Want, zo schrijven de onderzoekers, het grootste probleem is „nood aan empirische data in Amsterdam”. Met andere woorden: gemeente, politie, belastingdienst en andere instanties hebben geen flauw benul van de omvang van de drugscriminaliteit. En als ze wél over kennis beschikken, wordt die gebrekkig met elkaar gedeeld.

Tops en Tromp deden een half jaar onderzoek in de hoofdstad. Ze spraken met meer dan zestig mensen. Het beeld dat ze schetsen van de Amsterdamse drugscriminaliteit is ontluisterend. Amsterdam is de „draaischijf” van de internationale cocaïne-economie. De handel in cannabis en synthetische drugs levert honderden miljoenen op. „Er is een wassend leger van jonge criminelen die leven in een omvangrijke en gewelddadige schaduweconomie”, schrijven Tops en Tromp. De grote bazen, vaak miljonair en soms miljardair, bestieren hun drugsimperium vaak op afstand: vanuit Dubai, Marokko of Zuid-Amerika.

Achterstandsbuurten

Als één ding de Amsterdamse drugscriminaliteit kenmerkt, is het dat die doorsijpelt in de samenleving. Kwetsbare jongeren in achterstandsbuurten, vaak verstandelijk beperkt en zonder enige opleiding, worden gerekruteerd voor het vuile werk: drugs vervoeren en verkopen, maar ook liquidaties. „Er zijn voldoende jonge gasten beschikbaar die bereid zijn om voor een relatief laag bedrag mensen af te schieten”, zegt een rechercheur in het rapport.

Deze jonge jongens voelen zich aangetrokken tot het snelle geld dat met drugs te verdienen is – en de bijbehorende levensstijl van merkkleding, dure horloges en viptafels in nachtclubs. Ze komen vooral uit wat de onderzoekers ‘zwijgwijken’ noemen: delen van de Bijlmer, Nieuw-West en Amsterdam-Oost waar de meeste bewoners niet met de politie willen praten uit angst voor represailles.

Tegelijkertijd maakt de onderwereld gebruik van de legale infrastructuur die ook de bovenwereld bedient. Drugscriminelen schermen hun miljoenen af via trustkantoren, sluizen enorme bedragen weg via grenswisselkantoren en investeren grootschalig in vastgoed. Tot hun beschikking staat een heel leger aan financieel adviseurs, bemiddelaars, dubieuze notarissen en makelaars. Het zijn die geldstromen die vooral tot ontwrichting in de samenleving leiden.

Blowtje is normaal

De consumptie van drugs is volgens Tops en Tromp in de hoofdstad „in verregaande mate gedecriminaliseerd en genormaliseerd”. Een lijntje, een pilletje, een blowtje – het is volstrekt vanzelfsprekend geworden.

Het uitgaansleven wordt bediend door een leger van honderden dealertjes op scooters: cocaïne is sneller ter plekke dan pizza. Uit onderzoek in het Amsterdamse rioolwater blijkt dat er dagelijks zo’n vier kilo versneden coke in de neusgaten van feestgangers verdwijnt. In de 167 coffeeshops doen hordes toeristen zich te goed aan joints, het Amsterdam Dance Event (ADE) of een van de honderdvijftig andere festivals vormen een walhalla voor de xtc-business.

Bij de lokale overheid heersen laksheid en gebrek aan doorzettingsvermogen. Voor de Amsterdamse politie heeft de bestrijding van drugs al jaren geen enkele prioriteit, schrijven de onderzoekers: de politie stopt zijn (beperkte) menskracht liever in zaken die direct tot maatschappelijke onrust leiden, zoals liquidaties. „Komt de politie onderweg partijen drugs tegen, dan neemt men die in beslag. Voor het overige is er in het korps een sterk ontwikkelde houding van: ach, die drugs, wat heeft bestrijding allemaal voor zin.”

In een eerste reactie schrijft burgemeester Halsema dat het rapport haar zorgen bevestigt over de drugseconomie in de stad. Ze onderschrijft de kritiek op de gemeente, die de drugscriminaliteit nooit standvastig en langdurig te lijf ging. Toch is het rapport, hoe vernietigend ook, voor Halsema een steun in de rug. Zij ziet de negatieve gevolgen van ondermijning als een van de belangrijkste thema’s van haar burgermeesterschap. Met dit onderzoek in de hand kan ze volle kracht vooruit.

Om de strijd te winnen van dit „monster met talloos veel klauwen”, schrijven Tops en Tromp, zal Amsterdam een inspanning moeten doen die zijn weerga niet kent. Ze bepleiten een „massief beleid van repressie” tegen de illegale handel en productie van drugs. Tegelijkertijd moeten de kwetsbare gezinnen die worden meegezogen in de drugseconomie, langdurig geholpen en begeleid worden.

Een vereiste is dat de verkokerde Amsterdamse overheidsdiensten veel beter gaan samenwerken. En, misschien wel het belangrijkste: de aanpak moet er eentje zijn van lange adem. Want dat is een hardnekkig Amsterdams probleem in de bestrijding van de drugscriminaliteit: projecten worden nooit lang volgehouden. „Men vindt handhaving rechts en daarom wordt het verwaarloosd”, citeren Tops en Tromp een voormalige topambtenaar. „Maar handhaven doe je voor de kwetsbaren.”