Ajax ploetert zich naar groepsfase van de Champions League

Champions League Door een 2-0 zege op Apoel Nicosia is Ajax verzekerd van een nieuw seizoen in de Champions League.

Edson Alvarez (nummer 4) brengt Ajax met een kopbal op 1-0. Zijn teamgenoten Lisandro Martinez, Klaas Jan Huntelaar en Nico Tagliafico zijn in de buurt.
Edson Alvarez (nummer 4) brengt Ajax met een kopbal op 1-0. Zijn teamgenoten Lisandro Martinez, Klaas Jan Huntelaar en Nico Tagliafico zijn in de buurt. Foto Maurice van Steen/ANP VI Images

Marc Overmars, directeur voetbalzaken, staat op een leeg veld in een stadion dat langzaam volloopt. Het is een uur voor het duel tegen Apoel Nicosia, in de Johan Cruijff Arena. Eerder dit jaar vertelde hij in NRC over de Europese avonden van vroeger en dat het zijn „drive” is om „dat gevoel” weer op te kunnen roepen bij Ajax.

Algemeen directeur Edwin van der Sar komt aanlopen. Ze schudden elkaar de hand, praten even bij. Het tafereeltje oogt ontspannen. Het bestuurlijke hart van Ajax – als geen ander doordrongen van de belangen. Financieel, maar vooral ook: het duel van de prestige, van het Europese perspectief, van het ‘merk’ Ajax dat afgelopen seizoen internationaal een nieuwe dimensie kreeg en nu een vervolg moet krijgen.

Op een benauwde, zweterige avond, onder een gesloten dak, moest het gebeuren: plaatsing voor het hoofdtoernooi van de Champions League. Ajax deed het, lang worstelend met zichzelf, door een 2-0 zege – voldoende na de doelpuntloze remise vorige week op Cyprus.

De loting voor de groepsfase van de Champions League is donderdag in Monaco, Ajax zal worden ingedeeld in ‘pot 2’, wat betekent dat het twee op papier mindere ploegen zal treffen uit de potten 3 en 4. Ajax is door de kwalificatie verzekerd van zo’n 40 miljoen aan Europese inkomsten – waarmee het in Nederland de concurrentie ver op afstand houdt.

Ajax, de club met de internationale ambities en flirtend met de Europese top, was het aan zijn stand verplicht Apoel te verslaan, met een begroting van 110 miljoen tegen zo’n 15 miljoen voor de landskampioen uit Cyprus.

Maar dit Ajax is, Europees, nog poreus. Het aanvalsspel te stroperig, de gezochte oplossingen te moeilijk. De inspeelpasses vaak moeizaam. Wild, onrustig, knullig soms, met hier en daar communicatieve kortsluitingen. Een elftal onder hoogspanning, zo oogde het in fases. De structuren, de automatismen, het combinatievoetbal – onherkenbaar in vergelijking met vorig seizoen.

De grote kern

In zijn column in De Telegraaf schreef Van der Sar dinsdag dat, na de verkoop van Matthijs de Ligt en Frenkie de Jong, „met vereende krachten geweldig werk verricht” is, met het behouden van „de grote kern” van de ploeg.

Ajax verkocht dit jaar voor zo’n 180 miljoen aan spelers, waarbij het grootste deel werd binnengehaald door de transfers van De Ligt en De Jong. Ajax kocht voor 60 miljoen in, met onder anderen Razvan Marin, Edson Álvarez en Quincy Promes.

Het moet nog allemaal gaan klikken bij Ajax, als het al gaat klikken. Coach Erik ten Hag moest gedwongen – mede door de blessure van Donny van de Beek – nu al zwaar improviseren. In vergelijking met het duel in Nicosia begonnen woensdag slechts drie spelers op dezelfde positie.

Er stond een bijna volledig nieuw middenveld, met Hakim Ziyech in een centrale rol, gesouffleerd door de Argentijn Lisandro Martínez en de Mexicaan Álvarez, die niet kon overtuigen bij zijn basisdebuut ondanks zijn kopgoal (1-0). De niet functionerende zomeraankoop van 12 miljoen, de Roemeen Marin, werd geslachtofferd na zijn zwakke optreden vorige week.

Het onoverwinnelijke gevoel moest worden opgeroepen, woensdag. Het voorspel was er, de deinende massa met rood-witte vlaggetjes, kort voor de aftrap. Het stadion schudde zo nu en dan.

Ajax ploeterde lang tegen het onmachtige Apoel, maar wist op de belangrijke momenten goals te forceren. Kort voor rust, via Álvarez. En tien minuten voor tijd, nadat een man het veld opliep en door stewards werd gegrepen, zorgde Dusan Tadic met een afstandsschot voor de bevrijdende 2-0. De puike combinatie die eraan vooraf ging, was weer waar Ajax voor staat: snel, vloeiend voetbal met veel beweging.

Een videoshot, kort voor het eindsignaal: Overmars en Van der Sar in een onderonsje. Een voorzichtige glimlach was te zien bij Van der Sar.