Vertelde de Britse premier Boris Johnson een porky over pork pies?

Heeft premier Boris Johnson er nu weer een verteld? Een porky over, jawel, ditmaal een pork pie? Een leugen heet in Engelse straattaal ook wel een ‘porky’. Dat komt van ‘pork pie’ (een gevuld varkensvleespasteitje), wat weer rijmt op lie. Een leugen.

Johnson zei dat als er na de Brexit een handelsakkoord met de Verenigde Staten komt, de Amerikanen bepaalde beperkingen op Britse producten moeten laten vallen. Hij zei: „Ik kon er een aantal noemen toen ik de [Amerikaanse] president sprak. Melton Mowbray pork pies, die wel in Thailand en in IJsland worden verkocht, maar niet op de Amerikaanse markt vanwege, kennelijk, een bepaalde beperking van de voedselautoriteit.”

De pork pie is typisch Engels. Het meestal koud gegeten pasteitje, van korstdeeg met daarin een vulling van varkensvlees en kruiden in gelei, werd voor het eerst in 1390 vermeld. Populair werd het als snack in de 18de eeuw. En dan vooral rondom het stadje Melton Mowbray in Leicestershire, waar landarbeiders de pies als lunch meenamen en de adel als picknick tijdens het jagen. Nu zijn ze gewoon in de supermarkt te koop.

Met de uitspraak van Johnson leek alleen één probleem te zijn: volgens de voorzitter van de Melton Mowbray Pork Pie Association worden de pasteitjes niet geëxporteerd naar Thailand of IJsland, zei hij tegen de BBC.

Waarop Johnsons woordvoerder wees op de directeur export van een pie-producent, die zei dat minder dan 1 procent van de omzet wel zo wordt verdiend. Zo hoeft Johnson uiteindelijk geen humble pie te eten; hij hoeft niet in te binden.