Opinie

Rooksignalen kondigen een andere wereld aan

Paul Scheffer

We weten nu wel hoe erg de toestand is, en misschien wordt het allemaal nog erger. Toch moeten we voorbij alle morele zelfbevestiging – inderdaad, Salvini, Trump en Johnson bewandelen een doodlopende weg – vragen blijven stellen. Waar komen deze populistische en populaire leiders vandaan en wat kan er tegenover hun ideeën worden gesteld?

Een van de mogelijke verklaringen voor de opkomst van het nationalisme is het machtsverlies van de westerse wereld. De top van industriële landen was een treurig schouwspel. Al was het maar omdat de ‘G7’ in Biarritz samenviel met de herdenking van de bevrijding van Parijs, precies 75 jaar geleden. De beelden van Charles de Gaulle die statig over de Champs-Élysées loopt doen de huidige leiders verbleken.

Dat is natuurlijk geen terechte vergelijking, maar wie zaten de afgelopen dagen aan tafel? Een Italiaanse premier die al is afgetreden, een bondskanselier die tekenen van uitputting vertoont, twee leiders van de Angelsaksische wereld die zich van Europa afkeren, een Canadese premier die wankelt en tenslotte een Franse president die manmoedig de boel bij elkaar probeert te houden.

De ietwat afgeleefde badplaats Biarritz vormde een passende omgeving. Als forum voor mondiale besprekingen is de G7 sleets geworden, al werden rond Iran stapjes gezet. Het klimaat of de internationale handel vragen om een heel ander overleg. Zonder de BRIC-landen – Brazilië, Rusland, India en China – heeft het geen zin meer om hierover te onderhandelen.

Dat is geen slecht nieuws, ware het niet dat deze economieën worden geleid door nationalistische leiders – Xi, Poetin, Modi en Bolsonaro. Zij zien om begrijpelijke redenen een kans om hun lot in eigen handen te nemen nu de economische macht van Europa en Amerika in relatieve zin is afgenomen. Dat kun je zien als de definitieve dekolonisering van de wereld.

Kijk naar het bijtende commentaar van de Braziliaanse president op de internationale bemoeienis met de branden in de Amazone: „Dat is alsof we een kolonie of niemandsland zijn.” Ook in India en China wordt steeds afwijzender gereageerd op westerse bemoeienis. Die rooksignalen kondigen een andere wereldorde aan.

Het nationalisme dat bij de opkomende machten een vorm van zelfbewustzijn is gaat in ons deel van de wereld meer over een verlangen naar bescherming. Beide houdingen kunnen elkaar versterken. De globalisering brengt zo paradoxaal genoeg wereldwijd een toenemende nadruk op nationale soevereiniteit met zich mee.

Klimaat of handel vragen een ander podium dan G7, zonder Brazilië, Rusland India of China gaat het niet

Trump, Johnson, Salvini en Orban omarmen deze trend. Daarom is alle discussie over Russische manipulatie zo oppervlakkig. Als Salvini president Poetin een groot leider noemt, meent hij wat hij zegt. Dat gaat voorbij eventuele inmenging – dat gaat over een gedeeld wereldbeeld, soms ook over dezelfde vijanden.

Zonder de veranderende positie van de westerse wereld begrijpen we te weinig van de roep om bescherming. Die klinkt door in het ‘Take back control’ van de Brexit. Het Britse antwoord is problematisch, want het ligt voor de hand dat juist een eensgezind Europa aan de afzonderlijke lidstaten meer greep op hun toekomst geeft.

In Biarritz werd opnieuw de breuk zichtbaar tussen de Angelsaksische wereld en continentaal Europa. De president van de Europese Raad, Donald Tusk, sprak met gevoel voor drama voor de top over een „laatste kans om onze politieke gemeenschap te herstellen”. Misschien dat het er na Trump en Johnson anders zal uitzien, toch is de kans groot dat het machtsverlies van de westerse wereld voorlopig tot meer nationalisme zal leiden.

Trumps handelsoorlog – zijn streven de Amerikaanse en Chinese economie te ontkoppelen – is een keerpunt. Zelfs zijn meest uitgesproken critici begrijpen dat vrijhandel wederkerig moet zijn. China trekt zich weinig aan van dat beginsel. Die critici begrijpen ook dat handel raakt aan veiligheid, zoals de controverses rond Huawei leren.

De handelsoorlog staat voor meer. De eenzijdige keuzes van de voorbije liberale decennia verongelukken voor onze ogen – ook in de Europese Unie. Het vrije verkeer van kapitaal, goederen en mensen is een mooi uitgangspunt maar vraagt om nieuwe regels. Die reiken van eerlijke belastingheffing tot een minder naïeve handelspolitiek, van veiligheidsbeleid tot een meer geordende migratie.

We weten nu wel hoe erg de toestand is. Voorbij alle morele verontwaardiging over populisme is een Europese samenwerking gevraagd die, anders dan nu, wel openheid en bescherming verzoent. Het is een oude les: vrijheid kan niet duurzaam zijn zonder veiligheid.

Paul Scheffer is hoogleraar Europese studies.