Naakt toegestaan

Schrijver Herman Vuijsje en kunstschilder Jan Groenhart wandelen langs de kust en doen verslag in woord en beeld. Afl. 8: te perfect

Borkum, het dichtstbijzijnde Duitse Waddeneiland en onze eindbestemming, verschilt even ingrijpend van het Nederlandse strand als Knokke, waar we onze tocht begonnen, maar op een precies tegengestelde manier. Aan de promenade staat een rij schitterende hotels uit de Gründerzeit knalwit af te steken tegen de strakblauwe lucht. Op een zandbank de eerste zeehonden die we met het blote oog kunnen zien. De sfeer is gemoedelijk en goedburgerlijk. Grandeur voor het gewone volk. Ook totaal anders dan de doe-maar-gewoon entourage van onze Waddeneilanden, maar even charmant.

Van de Nederlandse badplaatsen kan dat niet worden gezegd. De meeste zijn door de Duitsers met de grond gelijk gemaakt voor de aanleg van de Atlantikwall en wat ervoor in de plaats kwam, stemt zelden tot vreugde. Dieptepunt is Zandvoort. „Laat die Duitsers alsjeblieft terugkomen om het nog een keer te slopen …”, kreunde Jan toen we er liepen.

„En er een nieuw Borkum voor in de plaats zetten”, vulde ik aan.

In Scheveningen waren ze net bezig een groot stuk strand plat te walsen en te plamuren om nog meer strandtenten te kunnen neerzetten. „De mensen willen een vlakke plek om hun stoel neer te zetten”, zei Jan. „Niet dat je ene pootje hoger staat.”

En ze willen méér dan strand alleen: een belevenis, een ervaring willen ze. Het strand is zichzelf niet meer genoeg, strandtenten hebben hier exotische namen als Patagonia, Boomerang en Colorado, met Boeddhabeeld of een gipsen leeuw voor de ingang, en loungehangplekken.

Laat ze lekker! Tien minuten later waren we alweer alleen op een mooi breed strand, een dubbele rij blauwe vuilnisbakken wees ons de weg. En dat gold voor onze hele tocht: driekwart van de tijd zagen we niets dan zand, water en lucht. Overal is het strand publiek toegankelijk, het is openbaar kustbezit. En het ligt er onberispelijk bij. Wel drie vrijwilligersploegen zijn hier in touw om het schoon te houden, vertelde een ouwe strandjutter op Vlieland: van de gemeente, Stichting Noordzee en Staatsbosbeheer.

Een strakke ‘zonering’ wordt gehandhaafd door borden die bijvoorbeeld waarschuwen dat hier „extreme sporten als vliegeren” zijn toegestaan, dat „naaktrecreatie is toegestaan van 10-7” of dat je een „struingebied” nadert. Voor Jan werd het soms een beetje té perfect. „Tekentafelstrand met een aangeharkte zee”, hoorde ik hem mopperen over de stuifdijk langs de Zuid-Hollandse kust. Maar dat kwam alleen maar doordat we verwend waren door de nóg mooiere stranden en duinformaties van Zeeland. Vanaf het strand gezien heeft onze minister-president een punt: Nederland ligt er supergaaf bij.

De acht afleveringen van Strandlopers waren een selectie uit een uitgebreider reisverslag, dat begin komend jaar, met schilderijen en tekeningen van Jan Groenhart, in boekvorm verschijnt bij uitgeverij Elmar in Delft.