Is de Amazone van Brazilië of van de hele wereld?

Verhouding rijke en arme landen Het aanbod van rijke industrielanden te helpen bij de bestrijding van bosbranden wordt door Brazilië afgedaan als kolonialisme.

Een bovenaanzicht toont rook die omhoog kringelt uit een uitgebrand deel van de Amazone in Porto Velho
Een bovenaanzicht toont rook die omhoog kringelt uit een uitgebrand deel van de Amazone in Porto Velho Foto Ueslei Marcelino/Reuters

Verontwaardigd wijst de Braziliaanse president Jair Bolsonaro nog steeds alle internationale kritiek op zijn Amazone-beleid van de hand. Niet alleen omdat die volgens hem gebaseerd is op leugens die zijn land in een kwaad daglicht stellen, maar ook omdat de westerse bemoeienis met de Braziliaanse bossen ‘een misplaatste koloniale manier van denken’ is, liet hij op Twitter weten. Hij reageerde op een opmerking van de Franse president Emmanuel Macron, die op Twitter schreef: ‘Ons huis staat in brand. Letterlijk. Het Amazone regenwoud – de longen die 20 procent van alle zuurstof op aarde produceren – gaat in vlammen op. Dit is een internationale crisis.’

Het roept de vraag op of de Amazone inderdaad alleen van Brazilië en een paar andere Zuid-Amerikaanse landen is of, in de woorden van Macron, „een onderwerp voor de hele planeet”. Of, zoals de Duitse bondskanselier Angela Merkel volgens persbureau AP zei: „Natuurlijk gaat het om Braziliaans grondgebied, maar de kwestie van de regenwouden is echt een wereldwijde kwestie […] Dus we moeten een gezamenlijke oplossing vinden”.

Na de G7-top van rijke, westerse landen afgelopen weekeinde in Biarritz, richtte Macron zich via de televisie rechtstreeks tot Bolsonaro: „We respecteren uw soevereiniteit […] We kunnen u helpen met herbebossing, we kunnen manieren vinden voor uw economische ontwikkeling met respect voor een natuurlijk evenwicht. Maar we kunnen niet toelaten dat u alles vernietigt.” Macron gaf toe dat Europa niet helemaal vrijuit gaat, bijvoorbeeld door de import van Braziliaanse soja. „We zijn deels medeplichtig”, aldus Macron.

Earth Summit

De discussie over internationale verantwoordelijkheid voor klimaatbeleid duurt nu al vele decennia en begon in 1992, toen op de zogeheten Earth Summit in Rio de Janeiro klimaat voor het eerst groot op de agenda stond. Op die conferentie werd besloten dat ‘het mondiale karakter van klimaatverandering … een zo breed mogelijke samenwerking van alle landen [vereist] en hun deelname aan een effectief en passend internationaal antwoord’. En dan volgt de bezwerende formule over het verschil tussen rijke en arme landen: ‘in overeenstemming met hun gemeenschappelijke maar gedifferentieerde verantwoordelijkheden en respectieve capaciteiten en hun sociale en economische omstandigheden’.

Lees ook hoe Europa de ratificatie van het Mercosurverdrag als drukmiddel gebruikt

Op basis hiervan werd de wereld verdeeld in (welvarende) landen die hun broeikasgassen moesten beperken, en ontwikkelingslanden, die dat voorlopig niet hoefden – of uitsluitend als rijke landen het betaalden. De CO2-reductie die dat in ontwikkelingslanden opleverde, mochten de rijke landen bijschrijven op hun eigen conto.

Het was mooi bedacht. Rijke landen waren tenslotte mede zo rijk geworden door hun ongebreidelde uitstoot van broeikasgassen. Zij hadden hun oerbossen eeuwen geleden al gekapt. Arme landen dreigden zo’n groeispurt – gebaseerd op overvloedige, goedkope energie en grondgebruik – nu te moeten missen omdat het klimaat dat niet langer toestond.

Maar in de afgelopen tien jaar is de uitstoot van broeikasgassen in zich ontwikkelende landen (bijvoorbeeld in China, India, Brazilië en Zuid-Afrika) zo snel toegenomen, dat de reducties in rijke landen meer dan teniet worden gedaan. Bovendien zijn rijke landen nooit erg bereid geweest om te betalen voor het klimaatbeleid in arme landen. Zo zullen de afspraken over een klimaatfonds van 100 miljard dollar per jaar dat vanaf 2020 beschikbaar moet komen, vrijwel zeker niet worden gehaald. Dat alles zorgt voor voortdurende wrevel en wederzijds wantrouwen.

Diepe liefde en respect

Die strijd wordt nu openlijk gevoerd in het debat over de verantwoordelijkheid voor de Amazone.

Enerzijds toont dit het gebrek aan vertrouwen van rijke landen. Ze vrezen vaak dat hun geld wordt misbruikt. Dus toen president Bolsonaro dit weekeinde in een televisietoespraak ineens zijn „diepe liefde en respect” voor het Amazonegebied betuigde, zijn land „een voorbeeld van duurzaamheid” noemde en zei dat het zijn opdracht was „om de bossen te beschermen”, waren er weinig westerse regeringsleiders die hem geloofden.

Anderzijds laat het zien dat arme landen denken dat de westerse landen puur uit eigen belang handelen. Ze kunnen zich terecht afvragen waarom Macron wel aandacht heeft voor de mediagenieke Amazone, en niet voor de grote bosbranden in de veel minder tot de verbeelding sprekende taiga in Rusland. En wat doen de rijke landen zelf eigenlijk om hun oerbossen te herstellen?

Het leidde tot voorspelbare reacties vanuit Brazilië op de aankondiging van Macron dat de G7-landen per direct 20 miljoen euro beschikbaar stellen om te helpen bij het blussen van de branden. Eerst zei Bolsonaro zei het geld niet te willen zolang Macron zich niet zou excuseren voor het feit dat hij hem een leugenaar had genoemd. Dinsdag liet Bolsonaro weten dat alle hulp welkom was, ook zonder excuses, zolang Brazilië maar zelf mocht bepalen hoe ze het geld zouden besteden.

Onyx Lorenzoni, de chef-staf van president Bolsonaro, ging een stap verder. Volgens de krant Globo zei hij over de 20 miljoen euro: „We waarderen het, maar misschien kan het geld beter gebruikt worden voor de herbebossing van Europa. Macron is niet eens in staat om een voorspelbare brand te voorkomen in een kerk die geldt als werelderfgoed. Wat wil hij ons land leren?”

Critici vroegen zich bovendien af of twintig miljoen euro om de ‘longen van de wereld’ te redden, niet een schijntje is. Ze wezen erop dat voor het herstel van de Notre-Dame na de brand in april in korte tijd een miljard euro werd toegezegd.

Dit artikel is op 28 augustus om 9 uur geactualiseerd.