Groen beleggen is niet altijd groen

Groene beleggingen Duurzaam beleggen via indextrackers blijkt niet altijd groen. Bovendien is het rendement lager dan niet-duurzaam beleggen.

5,000 lampen verlichten de Total Raffinerie Mitteldeutschland in Leuna, Duitsland. Het is een van de meest moderne raffinaderijen in Europa.
5,000 lampen verlichten de Total Raffinerie Mitteldeutschland in Leuna, Duitsland. Het is een van de meest moderne raffinaderijen in Europa. Foto Waltraud Grubitzsch / Zentralbild
Lees ook: Kant-en-klaar beleggen

Particuliere en institutionele beleggers die via zogenoemde indextrackers (beleggingen die mandjes met aandelen volgen) duurzaam willen beleggen, lopen een aantal voordelen van traditioneel indexbeleggen mis. Daarbij beleggen ze vaak in bedrijven waarvan maar de vraag is of ze echt duurzaam zijn.

Tot die conclusie komt beleggersvereniging VEB na intensief onderzoek van een groot aantal duurzame beleggingsproducten voor particulieren.

De beleggersvereniging publiceert de komende tijd een reeks artikelen over de groeiende markt van duurzaam beleggen. Het is voor het eerst dat gestructureerd gekeken wordt naar de samenstelling van duurzame beleggingsproducten.

Groen beleggen is een gigantische groeimarkt. Pensioenfondsen laten speciale groene indices samenstellen om in te beleggen, Standard & Poors maakte recent een speciaal op duurzaamheid gerichte variant van de vermaarde S&P 500-index en de Nederlandse financiële sector ondertekende voor de zomer een ambitieus akkoord om via banken en verzekeraars daadwerkelijk bij te dragen aan een duurzamer samenleving. Ook particuliere beleggers kiezen steeds vaker voor groen.

Aangepaste versies

Uit het onderzoek van de VEB blijkt dat er inmiddels wereldwijd 222 indextrackers zijn die zich als duurzaam presenteren. Deze Exchange Traded Funds, of ETF’s, zijn beursgenoteerde fondsen en dus beschikbaar voor Nederlandse beleggers. Samen vertegenwoordigen de duurzame ETF’s een waarde van 50 miljard dollar (45,1 miljard euro), ongeveer 1 procent van de totale 5.200 miljard aan belegd vermogen in indextrackers.

De grootste duurzame trackers hebben elk een beheerd vermogen van 1 tot 1,3 miljard dollar. In de top vijf staan drie fondsen van iShares, de ETF-tak van vermogensbeheerder BlackRock en wereldwijd de grootste aanbieder van indextrackers.

De duurzame trackers zijn vaak aangepaste versies van traditionele varianten, waarbij bijvoorbeeld vervuilende bedrijven zijn uitgesloten, of waarbij op basis van een vergelijking alleen de meest duurzame fondsen zijn opgenomen (de beste van de klas). Verreweg de meeste trackers (zo’n negentig) baseren zich op de zogeheten ESG-principes, een beoordeling waarbij milieu, sociale aspecten en goed ondernemingsbestuur worden meegewogen.

Over de mate van groenheid van duurzame beleggingen woedt een stevig debat. Verschillende groene kredietbeoordelaars proberen helderheid te geven over zaken als de impact van beleggingen op het milieu en de samenleving, maar daar zit veel ruis tussen. De discussie over de mate van duurzaamheid is ook terug te vinden in het VEB-onderzoek. De verenging keek naar de opname van bedrijven in de auto-industrie en de energiesector in duurzame ETF’s.

Beter dan concurrent

Fossiele bedrijven als Total, Exxon en BP staan hoog op de lijst, net als Honda en Toyota. Total komt in bijna een vijfde van de 222 trackers voor. Een verklaring daarvoor blijft uit, stelt de VEB, behoudens de constatering dat Total in zijn klasse net iets beter scoort dan concurrenten. „Maar het blijft een energiebedrijf, grotendeels actief in fossiele brandstof”, aldus de VEB. Autobedrijven Toyota en Honda keren terug in ongeveer vijftien trackers. Tesla, toch bekend van volledig elektrische en dus geen CO2-uitstotende auto’s, is terug te vinden in vijf trackers. Ook de populariteit van Johnson&Johnson (in een zesde van de fondsen) valt op. Juist deze week werd de farmaceut beboet voor de rol die het speelde in de Amerikaanse opiatencrisis.

Lees ook dit achtergrondverhaal over de duurzame S&P: Groten-index S&P heeft er een ‘schoon’ broertje bij

Nog populairder dan Total en Honda zijn techbedrijven. Bijna een derde van de duurzame ETF’s heeft techgigant Microsoft in zijn mandje zitten, een vijfde Googles moederbedrijf Alphabet en eveneens een vijfde Apple. Ook Amazon en Facebook staan in de top tien van meest voorkomende aandelen. Met name de hoge score van Alphabet verbaast, omdat het bedrijf op milieugebied slechter scoort dan veel concurrenten.

Spreiding

Een van de voordelen voor particulieren om te beleggen in trackers is dat er een brede spreiding van aandelen in één enkel product is opgenomen, hetgeen ook het risico op al te grote koersschommelingen vermindert. De VEB constateert dat die spreiding bij de duurzame trackers op zijn zachtst gezegd problematisch is. Veel duurzame trackers hebben meer dan de helft van hun vermogen belegd in slechts tien bedrijven. De aanbieders van deze trackers melden overigens keurig dat zij minder spreiding hebben dan reguliere ETF’s.

Duurzamebeleggingsexperts stellen graag dat duurzaam beleggen niet betekent dat je met minder rendement genoegen hoeft te nemen. Een bedrijf dat rekening houdt met de maatschappij, zou op de lange termijn zelfs beter moeten presteren dan bedrijven die voor de korte, minder duurzame klap gaan. Uit het VEB-onderzoek blijkt dat dat voor de duurzame trackers vooralsnog niet geldt. Een vergelijking van alle 56 duurzame ETF’s met een historie van minstens drie jaar laat zien dat zij een gemiddeld rendement van bijna 10 procent halen, dat is bijna 4 procent lager dan het tracken van de traditionele, niet-duurzame S&P 500.