Opinie

Gaten

Ellen Deckwitz

In een poging de neefjes (13 en 11) kennis te laten maken met de wereld buiten het internet schopte ik ze gisteren de deur uit en mezelf erachteraan. Mokkend zaten ze op de achterbank terwijl ik hen naar het bos reed. Zelfs eenmaal tussen de bomen bleven ze pruilen. „Je ontmantelde de router op een heel spannend moment”, gromde de oudste (ze kijken een of andere Netflix-komedie over het leven na de dood), „Nu kan ik alleen maar denken aan hoe het verder zal gaan.”

„Zeur niet”, zei ik, „Vroeger kon je van een serie slechts één aflevering per week zien, en dat dan ook nog op een tijdstip dat je niet zelf kon uitkiezen, tenzij je begreep hoe je je videorecorder moest programmeren maar dat konden destijds alleen computerdeskundigen.”

„Wow, dus dan zat je altijd op een vast moment thuis”, zei de jongste.

„Dus eigenlijk werd je een soort van gegijzeld door de programmamakers”, zei de oudste.

„Niet altijd, soms miste je de aflevering dan maar”, zei ik.

Dat moesten ze even verwerken.

„Maar”, sputterde de oudste, „dan snapte je toch niets van wat er de week daarop gebeurt?”

„Dat vond ik juist wel leuk”, zei ik, „Het raden naar wat er was gebeurd was vaak leuker dan hetgeen dat je daadwerkelijk had gemist. Soms viel je ook spontaan in een serie die al afleveringen lang aan de gang was en kon je zelf gaan reconstrueren. Wat waren de onderlinge verhoudingen, welke antwoorden lagen er in het verleden.”

De jongste kon dit niet aan, maar je zag hoe het idee in het hoofd van de oudste wortel schoot. „Eigenlijk net zoals in het dagelijks leven”, zei hij langzaam. „Zoals wanneer je soms in een gesprek of groep belandt waarvan je voelt dat er al heel veel aan de hand is, en dan zelf kan gaan uitvinden wat. Je wordt een detective.”

„Precies”, zei ik, „En vroeger kon je dat dus al oefenen door af en toe níét de hele dag voor de televisie te hangen en een afleveringetje over te slaan.”

De jongste was al vooruitgesneld naar de open plek. Stond hij daar in het felle augustuslicht. Leve de hiaten, de dingen die we nog moeten achterhalen, dacht ik, kijk nou hoe hij straalt daar in die lege ruimte.

„Misschien is dat wel een van de belangrijkste dingen die je moet leren”, zei de oudste, „Ik bedoel, je wordt toch op een bepaald moment geboren terwijl er, qua geschiedenis dan hè, al heel wat is gebeurd met de mensheid. Naar heel veel dingen kan je slechts raden, moet je graven, terug in de tijd.”

En na een tijdje: „Vanaf onze geboorte zijn we eigenlijk allemaal verhalenarcheologen.”

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.