Een heerlijke parade van vijfletterwoorden

Zap ‘Lingo’ heeft zijn aantrekkingskracht nog lang niet verloren. ‘Ik voelde van alles, ik voelde woorden.’

Lingo keert na vijf jaar terug op de Nederlandse televisie.
Lingo keert na vijf jaar terug op de Nederlandse televisie. Foto SBS6

Wij vroegen ons de hele maandag al af wat het vijfletterwoord zou zijn waarmee SBS6 de wederopstanding van de klassieker Lingo zou vieren. ‘Retro’ om duidelijk te maken dat John de Mol zich bij zijn programmering lijkt te baseren op een oude AVRO-bode die hij onder zijn bed heeft gevonden? ‘Brood’ als eerbetoon aan de legendarische Lingo-presentator François Boulangé? Of gewoon Talpa? Zou De Mol, befaamd om zijn briljante bemoeienis met zijn eigen televisieformats, die woorden eigenlijk zelf bedenken?

Maar voordat Jan Versteegh het Eerste Lingoloze Tijdperk (2014-2019) kon afsluiten was er een ander programma dat door SBS is opgepikt in de kringloopwinkel van de publieke omroep: Man bijt hond. En ik was altijd meer een man-bijt-hondman dan een lingoman.

Ik wist meteen weer waarom, toen een vrouw uitlegde hoe ze voor het eerst met een kat in gesprek was geraakt („Ik voelde van alles, ik voelde woorden”). Met een slang was het lastiger communiceren, legde ze uit. Onwillekeurig moest ik eraan denken dat ons als mensheid een boel ellende was bespaard als Eva niet zo goed met slangen had kunnen praten. (Slang, appel, zonde en Satan zijn trouwens allemaal vijfletterwoorden… als Lingo maar niet van de duivel is!)

Man bijt hond was ook nog steeds een steun in de rug voor mensen die niet goed zijn in weggooien of opruimen. Al was het ook wat véél, dertig volle minuten menselijke tragiek. Van de ‘oude bekende’ Jan Stam, die op zijn 78ste nog steeds smoezelig door zijn boerderijtje scharrelt, werd ik een beetje verdrietig. Waar begint het aapjes kijken?

Daarna volgde gelukkig een schitterend bezoek aan een vrouw die herstellende was van een hersenbloeding en koste wat kost niet in een rolstoel wilde. In een paar minuten kwam een kleine roman voorbij: haar liefde voor house en techno, de instructiebriefjes met opbeurende woorden aan haar muur, de zorgen van haar jongvolwassen zoons als hun moeder naar het café was vertrokken, het verlangen daar ‘iemand’ tegen te komen.

Ineens was het acht uur en begon Lingo. De nieuwe presentator Jan Versteegh nam geen tijd voor een beginbabbeltje met de kandidaten (twee kapsters en een tweeling), maar liet hen dadelijk aanvallen op het eerste woord, dat met een A begon. Aaien was het niet en ook geen afzet of ander. Uiteindelijk bleek het ‘avond’. Een goed Hollands woord, en welbeschouwd wás het avond, maar als ik John de Mol was geweest had ik toch een eerste woord gekozen met wat meer cachet, zoals azuur, abuis of aarde.

Nadat Versteegh een aantal onbegrijpelijke spelregelwijzigingen (vier groene ballen is vijftig euro voor iedereen in het publiek) had uitgelegd, kwamen harem, fruit en zucht voorbij. Ik begon zeer fanatiek mee te spelen. „Sukkel” mompelde ik – we waren bij de zesletterwoorden – toen iemand ‘mazzel’ niet zag. Zoals de vrouw in Man bijt hond had gezegd: ik voelde van alles, ik voelde woorden.

Verschrikt keken mijn huisgenoten op toen ik heel hard ‘UITROEPTEKEN!’ riep. Ik had als eerste het ‘puzzelwoord’ geraden. „Ik ben hier héél goed in”, zei ik tegen niemand in het bijzonder. In gedachten vulde ik de inschrijfformulieren al in. Het was alsof de rechter kapsterkandidaat daardoor een seintje had gekregen, want plotseling begon zij in hoog tempo het ene woord na het andere te raden. Baas boven baas.

De natuurlijke verhoudingen waren weer hersteld. ‘Krant’ en ‘leest’ zijn ook vijfletterwoorden. Iets zegt me dat Lingo zijn oude aantrekkingskracht nog niet heeft verloren.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.