De wereld heeft gelukkige mensen nodig

Wat werkt Deze zomer bespreekt NRC-redacteur Ykje Vriesinga tips om beter te werken. Deze week: gelukkig zijn is niet egoïstisch.

Illustratie Stella Smienk

‘We moeten oppassen wat we schrijven. Anders onderbreken we haar reeks topdagen”, reageerde een van de lezers in een discussie op nrc.nl naar aanleiding van mijn eerste column van deze zomer. Ik had die week geschreven over mijn gewoonte om iedere avond even te markeren of ik een topdag heb gehad. Hoe meer topdagen aaneen, hoe langer de reeks. Op dat moment stond de teller op 68.

Onder de column ontstond een bevlogen uitwisseling tussen lezers. Eentje vond het „tot mijn verbazing” een goed artikel. Iemand anders daarentegen beschouwde mijn „manier van leven” als „één van de vele signalen van een samenleving die zichzelf gek aan het maken is. Het leven móet leuk zijn”.

Wees gerust gewaardeerde lezers, jullie debat heeft mijn keten niet verbroken. Wel deed een van de negatieve commentaren me inzien dat ik het had nagelaten in te gaan op een diepere motivatie om gelukkig te willen zijn.

Deze betreffende lezer vond mijn focus op topdagen, „heel erg op het ego gericht, ikke”. Hij of zij schreef: „Misschien worden mensen wel gelukkiger door zichzelf eens niet het middelpunt van het universum te wanen, alsof alles om hun eigen persoonlijke geluk draait. Gewoon even niet doen, nu even iemand anders.”

Terecht punt. Ik ben het ermee eens dat het vooral ook belangrijk is om er voor een ander te kunnen zijn. De vraag is echter: hoe bereik je dat? Op basis van mijn eigen leventje en het observeren van dat van anderen is mijn voorlopige antwoord: door zelf goed in je vel te zitten – voor zover je dat in eigen hand hebt. Gelukkig willen zijn is niet egoïstisch, maar een basis voor altruïsme.

Juist in mijn diepste dal raakte ik het meest op ‘ikke’ gericht

Juist in mijn diepste dal raakte ik het meest op ‘ikke’ gericht. Na de geboorte van mijn tweede kindje gleed ik weg in een postnatale depressie. Tegelijkertijd eindigde mijn huwelijk. Een droom in mijn werk ging voorbij.

Ik was een wrak. Wat me heeft gered was de hulp van anderen. Van familie, vrienden, buren, psychologen. Hulp van onbekenden ook. Wildvreemden op straat, schrijvers, filmmakers, adviesgevende youtubers. Mensen die er hun werk van maken om anderen te helpen, zonder altijd te weten of het aankomt.

Door die onbetaalbare steun besefte ik dat ik hetzelfde wilde kunnen betekenen voor anderen. Maar dat ik daar de meeste dagen niet sterk genoeg voor was. Ik moest mijn energie hervinden, mijn veerkracht. Ik moest weer gelukkig worden. Al was het niet voor mezelf, dan in ieder geval voor mijn kinderen en de lieve mensen om me heen.

Een Moeder Teresa ben ik nog steeds niet, maar nu ik me alweer lange tijd gelukkig voel is er ruimte voor andere dingen dan vechten om niet te verzuipen. Om vrienden te helpen met een sollicitatiebrief of een tekst voor een website, bijvoorbeeld. Om een luisterend oor te bieden. Om mijn werk zo goed te doen als op dit moment binnen mijn bereik ligt. Om te stoeien en te lachen met mijn dochter en zoon.

‘Getraind en gemanipuleerd zijn we allen in het ‘gelukkig zijn’ en vooral in het druk bezig zijn om belasting te betalen”, reageerde een andere lezer op mijn topdagen-column. „We passen ons zo goed mogelijk aan in dit volkomen onbegrijpelijke maatschappelijk systeem en houden onze ogen stijfdicht voor ongelooflijk veel misstanden in de wereld. Schapen die in hun comfortzone blijven. Ik doe er zelf aan mee…”

Tot op bepaalde hoogte deel ik dit cynisme. Bij van die welzijnsprogramma’s van werkgevers vraag ik me bijvoorbeeld vaak af: gaat het hier om de mens of om de winst? Bieden ze yogalessen, stoelmassages en coaches aan om oprecht goed voor hun personeel te zorgen? Of is het doel ze daarna nog harder te laten werken?

Het kan natuurlijk hand in hand gaan: goed voor je mensen zijn én meer geld verdienen. Júíst, zullen velen zeggen. Maar wat als er een keuze moet worden gemaakt, misschien als het economisch weer slechter gaat? Wordt er dan nog net zoveel in het welzijn van mensen geïnvesteerd? Of spuugt de economische machine iedereen die ze niet kan gebruiken dan weer uit?

Maar ook als er krachten zijn die calculerend naar menselijk geluk kijken, dan nog is het antwoord niet om uit protest minder goed voor jezelf te gaan zorgen. Een gezonde geest en een gezond lichaam lijken me handig om uit je comfortzone te kunnen ontsnappen. Om met toewijding en veerkracht te werken aan een betere wereld, dichtbij of veraf.

We hebben gelukkige mensen nodig. Juist omdat niet iedereen dat is.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.