Opinie

Angst voor nieuwe verpleegkundige is niet nodig

De hbo-opgeleide regieverpleegkundige kan met literatuur- en praktijkonderzoek de zorg verbeteren, schrijft . Deze nieuwe functie is bovendien geen bedreiging voor ervaren verpleegkundigen.

Illustratie Hajo

Begin juni presenteerde minister Bruno Bruins (Medische Zorg, VVD) na jaren overleg met de verpleegkundige beroepsgroep een wetsvoorstel waarmee een nieuw beroep geïntroduceerd moet worden: dat van regieverpleegkundige, bedoeld als een hogere functie naast de ‘gewone’ verpleegkundige.

Vanuit het werkveld stak een storm van protesten op die ik niet eerder heb meegemaakt. Als de flarden teksten in die storm mij niet bedriegen dan dreigt een aanzienlijk deel van de huidige beroepsgroep het bijltje erbij neer te gooien. Slecht nieuws voor alle instellingen in die zorg, en nog slechter nieuws voor de patiënten.

Ikzelf ben begin juli afgestudeerd als zogeheten bachelor of nursing, na het voltooien van een hbo-opleiding verpleegkunde. Enkele jaren geleden werd namelijk duidelijk dat er eindelijk stappen genomen werden om de hbo-verpleegkundigen een ander profiel te geven dan de mbo-verpleegkundigen. Eindelijk, want jarenlang bestond er in de dagelijkse praktijk geen enkel verschil tussen verpleegkundigen op hbo- en mbo-niveau. Eenmaal afgestudeerd deed iedereen hetzelfde werk. Dat zou dus gaan veranderen. Naar mijn idee functioneerde ik al jaren op hbo-niveau, maar op papier had ik alleen maar mbo-diploma’s. Dus koos ik eieren voor mijn geld en ging de hbo-opleiding doen.

Deze hbo-bacheloropleiding verpleegkunde is erop gericht de student tot professional op te leiden die de principes van evidence-based practice in de vingers heeft. Aan de hand van praktijk- en literatuuronderzoek kan een verpleegkundige dan vaststellen wat kwalitatief de beste zorg is die aan patiënten gegeven zou moeten worden. Daarbij weegt zij of hij de bestaande kennis en kunde af en geeft een advies aan de manager wat in haar of zijn ogen de beste zorg zou moeten zijn op de afdeling, in het ziekenhuis of in de gezondheidszorg als geheel.

Praktijkonderzoek

Een paar voorbeelden kunnen verduidelijken wat hbo-opgeleide verpleegkundigen kunnen toevoegen: een collega kwam er door onderzoek te doen achter dat verpleegkundigen die tijd besteden aan het invullen van ‘pijnscores’ op formulieren, de werkelijke pijn van patiënten slechter inschatten dan de verpleegkundigen die iets met de pijn van patiënten deden. Een andere student verpleegkunde onderzocht de gevolgen van alle geluiden op de afdeling spoedeisende hulp op de gezondheid van de patiënten die daar lagen. Andere verpleegkundigen deden onderzoek naar het inzetten van een werklastprogramma om de werkdruk op de afdelingen te verminderen. En ikzelf heb me gestort op de rol van verpleegkundigen bij ethische dilemma’s rond het levenseinde van oncologische patiënten.

Lees ook: Woede verpleegkundigen om wet: ‘Het doet mij pijn dat mijn diploma gedegradeerd is’

Door de vernieuwde hbo-bacheloropleiding lijkt het vak verpleegkunde zich tot een zelfstandige professie te ontwikkelen met stevige wortels in de wetenschap. Daarmee zet verpleegkundig Nederland langzaam maar zeker een stap in de richting van de praktijk in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk.

Maar de minister heeft het wetsvoorstel in de koelkast gezet en de verpleegkundige beroepsvereniging V&VN heeft de steun ervoor ingetrokken, geschrokken als ze zijn van de vele protesten uit het werkveld. Ervaren inservice- (opgeleid in het ziekenhuis) en mbo-verpleegkundigen, al dan niet met een specialisatie, vrezen dat hun zelfstandige en vooraanstaande positie op de afdeling ingenomen zal gaan worden door jonge hbo-blaaskaken die net uit de schoolbanken komen en dat zij een lagere functie op de afdeling moeten accepteren.

Terecht wijzen deze verpleegkundigen op hun ervaring en hun belang voor de afdeling. Terecht wijzen ze de eis af dat zij als ervaren en gespecialiseerde verpleegkundigen nog eens een extra opleiding zouden moeten volgen om hun positie op de afdeling te kunnen behouden.

Angst is niet nodig

Maar die angst van verpleegkundigen voor een nieuw en hoger functieniveau, vind ik interessant. In de praktijk hoeft namelijk geen enkele specialistische verpleegkundige bang te zijn dat een hbo-verpleegkundige zonder specialisatie boven hem of haar komt te staan. Er zullen ook niet veel managers zijn die onervaren hbo’ers een heel team laten leiden.

Wat zit er dan achter die angst? Misschien is die er, omdat verpleegkundigen al decennia lang als kostenpost worden gezien door overheid, zorgverzekeraars en raden van bestuur? Dat als er bezuinigd moet worden het vooral de verpleegkundigen zijn die daar de gevolgen van zullen ondervinden, daarna de artsen en als laatsten de managers en ministers die de besluiten nemen? Ik heb er geen onderzoek naar gedaan; ik kan alleen maar gissen.

Wat het ook is, het is angst en angst remt ontwikkelingen in het vak. Ontwikkelingen die hard nodig zijn. Ik moet er niet aan denken dat het uitstellen van de nieuwe wet tot gevolg heeft dat hbo-verpleegkundigen het vak verlaten. Beter is om de realiteit onder ogen te zien. Een verpleegkundige met een vernieuwde hbo-opleiding vormt geen bedreiging voor een gespecialiseerde of ervaren verpleegkundige. Het is een aanwinst voor het team om iemand erbij te krijgen die in staat is op een abstractere manier naar de zorg te kijken. Dat vereist een andere functie, met een andere opleiding. Waarom zouden die niet naast de gespecialiseerde verpleegkundige kunnen bestaan? De enige voorwaarde voor dit ‘naast elkaar’ is de bereidheid van overheid, verzekeraars en ziekenhuismanagers om de beide functieniveaus op een open en inzichtelijke manier in te schalen, uitgaande van gelijkwaardigheid. Dan kan iedere verpleegkundige zijn of haar beroep uitoefenen.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.