Opinie

Woody Allen weer matig

Frits Abrahams

Een bijna uitverkocht Amsterdams bioscoopzaaltje op een zonovergoten zaterdagmiddag bij de voorpremière van Woody Allens nieuwste film A Rainy Day in New York. Kennelijk heeft Allen in Nederland nog genoeg fans overgehouden ondanks al die verhalen over vermeend seksueel misbruik.

Zullen ze tevreden zijn geweest? Eén van hen begon na afloop spontaan te applaudisseren, maar zijn voorbeeld kreeg weinig navolging – ook niet van mij. Dat was niet helemaal verrassend, want al met zijn vorige film, Wonder Wheel, had ik me nauwelijks geamuseerd. Misschien zullen de filmcritici straks milder zijn, maar voor mij was A Rainy Day in New York niet beter dan zijn voorganger.

Al heeft Allen zijn bloeitijd als regisseur al lang achter de rug, ook aan zijn mindere films viel voor de liefhebber altijd wel iets te beleven. Bij de laatste twee films heb ik dat gevoel niet meer. Het is te luchtig en te kluchtig geworden, te gemakkelijk bedacht en Feydeau-achtig, met clichématige wendingen zoals die van de overspelige echtgenoot die op heterdaad betrapt wordt door zijn echtgenote en zijn blote vriendin moet wegmoffelen via een achteruitgang.

Allen lijkt zich te willen toeleggen op de louter romantische komedie, zonder de wrange melancholie van zijn vroegere werk, waarbij de tragiek altijd voelbaar was achter de uiterlijke vrolijkheid. A Rainy Day in New York speelt zich weer af in zijn favoriete stad, net als Manhattan uit 1979, maar het verschil met deze klassieker kon niet groter zijn.

Mariel Hemingway was in Manhattan een naar het moderne leven getekende tiener, verliefd op en gemanipuleerd door een oudere man, Elle Fanning blijft in A Rainy Day in New York een karikatuur van een jonge vrouw, die zich met een mengeling van naïviteit en opportunisme door het leven slaat.

Waarom maakt Allen geen goede films meer? Is zijn creativiteit uitgeput – wat ook wel mag na vijftig films in vijftig jaar – of is er meer aan de hand?

Misschien durft hij de gebaande filmpaden niet meer te verlaten uit angst voor nieuwe verdachtmakingen inzake seksueel misbruik, die in Amerika al leidden tot een boycot van A Rainy Day in New York. Allen zal beseffen dat elke zin en elke scène van hem onder het morele vergrootglas van zelfbenoemde censoren komt te liggen. Heeft-ie nou wéér een jonge meid in de hoofdrol? Wat laat-ie haar allemaal ondergaan en is er nog een ouwe snoeper in de buurt? Mogelijk werd Elle Fanning daarom de karikatuur waaraan de filmer zijn vingers niet hoeft te branden.

Hoe hypergevoelig Allen in dit #MeToo-tijdperk is geworden voor de rol van de media, blijkt uit enkele grappen in zijn nieuwe film. „Alle kranten zijn roddelbladen”, zegt iemand. En: „Journalist – het op een na oudste beroep van de wereld.”

Toevallig ging vorige week een speelfilm over seksueel misbruik in première: Working Woman van de Israëlische regisseuse Michal Aviad. Net als bij Allen zoent bij Aviad in het begin van de film een man onverhoeds een vrouw, maar bij Aviad zijn de gevolgen ernstiger – én geloofwaardiger. Voor die vrouw begint een leven vol onzekerheden en angst waarin alles uitmondt in de vraag: waar trek ik mijn grens? Er valt weinig te lachen om deze film, maar dat hoeft ook niet, daar hebben we Woody Allen voor, althans, daar hádden we…