Opinie

Wat politici alleen aan elkaar toevertrouwen

Tom-Jan Meeus

Ik las dat Sybrand Buma maandag werd geïnstalleerd als burgemeester van Leeuwarden, en het deed me denken aan zijn afscheidsreceptie voor de zomer in Den Haag. Met groot genoegen citeerde hij toen, je kon zien dat het hem opluchtte, het gedicht Ik ben lekker stout van Annie M.G. Schmidt:

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!

Ik wil geen handjes geven!

Ik wil niet zeggen elke keer:

Jawel mevrouw, jawel meneer...

nee, nooit meer in m'n leven!

Ik hou m’n handen op m’n rug

en ik zeg lekker niks terug!

Buma, zoon van een burgemeester, was ongetwijfeld de meest vormelijke politicus van zijn tijd – hij voelde haast fysieke weerzin tegen het oprukkende gescheld in de nationale vergaderzaal.

En dat uitgerekend hij op zijn afscheid behoefte had een hele strofe uit Ik ben lekker stout voor te dragen, onderstreept de enorme druk waaronder beroepspolitici tegenwoordig staan. Het is eigenlijk niet meer te doen. Ze hebben het daar ook regelmatig over, onder elkaar, en in achtergrondgesprekken met journalisten, maar in het openbaar zullen ze dit nooit herhalen, want ze weten allemaal: wie hierover klaagt krijgt alleen maar meer te verduren.

Nu is dit een subtiel thema. Conflict en kritiek horen bij politiek. Politiek is er nu eenmaal om meningsverschillen geweldloos uit te vechten. Ze delen uit, ze incasseren. Dus graag niet zeuren daarover.

Maar gewoonten veranderen, en de verharding van het debat en de routinematige vergroving van de omgangsvormen in de Kamer zorgen ervoor dat de bekendste politici bijna allemaal anoniem bedreigd worden, vaak dagelijks. Sociale media zijn ongetwijfeld een katalysator, maar het dreigen gebeurt ook veelvuldig op andere manieren – via mails, brieven, telefoontjes, stalking. Als ze pech hebben, worden zelfs hun partners en kinderen erin betrokken.

Er komt bij dat politici vaker aangifte tegen elkaar doen, en ze weten allemaal: als dat gebeurt, nemen de bedreigingen verder toe. Ik ken in elk geval één politicus voor wie de opeenstapeling van risico’s een van de redenen is geweest om Den Haag te verlaten.

Dan nog kun je denken dat politici niets te klagen hebben – met hun inkomen, hun aanzien, hun invloed. Maar het is natuurlijk ongezond als de gezichten van een democratie zich nog zelden echt veilig kunnen voelen. Terwijl ze tegelijkertijd – juist omdat ze de gezichten van de democratie zijn – amper gelegenheid hebben dit ontwrichtende verschijnsel te agenderen.

Tom-Jan Meeus (t.meeus@nrc.nl; @tomjanmeeus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Lotfi El Hamidi.