Waarom is het zo moeilijk om het opsluiten te stoppen?

Gesloten Jeugdzorg Het uitbannen van de isoleercel in de jeugdzorg blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. „Voorzieningen staan onder druk.”

Buitensportplaats in een jeugdinstelling in Heerhugowaard. Onbekend is of deze instelling voorkomt in de onderzoeken.
Buitensportplaats in een jeugdinstelling in Heerhugowaard. Onbekend is of deze instelling voorkomt in de onderzoeken. Foto Olivier Middendorp

Ik deed mijn best normaal te doen, maar wat is normaal als je door een gang loopt alsof je een gevangene bent? […] Ik mag mezelf uitkleden, maar als ik dat niet doe dan doen jullie dat. Hoe normaal is het dat ik vervolgens met mijn benen uit elkaar tegen de muur moet staan en, ook al doen ze dat niet met bedoelingen, ik word aangeraakt op plekken waar ik niet de handen van wie dan ook wil voelen? […] Hoe normaal is het dat ik vecht tegen mijn tranen en angst omdat ik die niet durf te laten zien?

Wie een idee wil krijgen van hoe het is om in gedwongen afzondering te zitten, kan het autobiografische Ik ben (niet) normaal van Evi van Arragon lezen, die drie jaar in een residentiële jeugdzorginstelling verbleef. Of het opiniestuk van ervaringsdeskundige Jason Bughwandass, dat vorig jaar in Trouw verscheen:

Daar zit je dan. Meegetrokken door een legertje groepsleiders over de lange gangen van een gesloten jeugdzorginstelling. Kleding die van je lijf getrokken wordt en plaats moet maken voor een zwaar, blauw scheurhemd. Een onaantrekkelijk, niet te slopen kledingstuk. Je laat je futloos vallen op het enige meubel in de witte ruimte, een grijs matras. Het is onverwoestbaar, zeggen ze. […] Alsof je op steen slaapt.

Er moet een einde moet komen aan het opsluiten van jongeren, spraken bestuurders van gesloten jeugdzorginstellingen vorig jaar af met minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, CDA). Het aantal gedwongen afzonderingen, zo werd vastgelegd in een actieprogramma, moet in 2022 op nul komen staan. Uit onderzoeken is de laatste jaren naar voren gekomen dat de maatregel schadelijk is. „Repressie”, zo schreef gedragswetenschapper Sophie de Valk dit jaar in haar proefschrift „veroorzaakt stress bij zowel jongeren als medewerkers, leidt vaak tot meer probleemgedrag en belemmert de effectiviteit van de behandeling”.

Maar het uitbannen van de ‘afzonderingsruimte’ blijkt makkelijker gezegd dan gedaan. Vrijdag meldde de Volkskrant dat instellingen de afgesproken deadline niet dreigen te halen. Na een reeks bezoeken aan Jeugdzorg Plus-instellingen – de zwaarste vorm van jeugdzorg – constateerde de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd onlangs dat het proces van terugdringen „volop in ontwikkeling” is, maar kinderen nog te vaak gedwongen worden afgezonderd.

Hoe vaak jongeren worden opgesloten is niet bekend, ook niet bij de Inspectie. Instellingen hebben geen meldplicht. Bij een ‘nulmeting’ in opdracht van Jeugdzorg Nederland bij tien instellingen, werden eerder dit jaar in enkele weken tijd 860 gedwongen afzonderingen geteld. In driekwart van de gevallen ging het om opsluiten op de eigen kamer.

Waarom wordt er nog gesepareerd? En waarom is stoppen zo moeilijk? Volgens de Inspectie is personeelsgebrek een van de belangrijkste oorzaken. De grote doorstroom van medewerkers is „schadelijk is voor de jeugdigen”, zegt een woordvoerder. Tijdelijke krachten missen een vertrouwensband met de jongeren, en „scholing en ervaring” om volgens de juiste methodiek te handelen. Vrijheidsbeperkende maatregelen moeten altijd op maat en in het belang van de jongere worden ingezet. „Daarvoor moet je het kind kennen.”

Nog te vaak, ziet de Inspectie, worden jeugdigen gedwongen om op hun kamer te gaan zitten. „Dat kan niet. Het mag niet ingezet worden als straf, maar moet altijd na overleg.”

Lector residentiële jeugdzorg Peer van der Helm heeft het aantal afzonderingen in de praktijk zien toenemen. „Kinderen worden soms maanden achter elkaar gesepareerd.” Ook hij stelt vast dat het instellingen steeds meer moeite kost hun rooster vol te krijgen. „Met name bij specialistische instellingen worden medewerkers weggekocht. Ze gaan bijvoorbeeld aan de slag als ambtenaar, met een beter salaris, regelmatige werktijden en zonder dat er zo nu en dan een stoel naar hun hoofd wordt gegooid.”

Daarnaast is er volgens Van der Helm sprake van een „verdikkingseffect”: sinds de decentralisatie worden uitsluitend kinderen met ernstige, meervoudige problematiek nog uit huis geplaatst. Zij zijn het die in de gesloten jeugdzorg terechtkomen, waar het personeel onvoldoende op de zorg voor hen is toegerust. „De voorzieningen staan onder druk.”

In de kern, zegt Van der Helm, gaat het om een belangenconflict: het belang van de cliënt versus dat van de instelling. „Overal zijn tekorten, gemeentes proberen het uit alle macht voor een onsje minder te doen. De duurste groep, de groep met de meest complexe problemen, wordt daarbij het hardst geraakt.”

Nu blijkt dat instellingen hun beloften niet waarmaken, is het tijd dat de overheid ingrijpt, aldus Van der Helm. „Mijn advies aan minister Hugo de Jonge is om met een Algemene Maatregel van Bestuur strenge voorwaarden te stellen.” 

Van der Helm pleit voor een heldere definitie van separeren en meer openheid. „Nu wordt er heel geheimzinnig gedaan. Maar wanneer je goed registreert en de cijfers openbaar maakt – zoals ziekenhuizen verplicht zijn te doen met ernstige fouten – dan gaat daar, dat weet ik zeker, een zuiverende werking van uit.”