Recensie

Recensie

Vier nieuwe talen in één jaar leren

Recensie Een nieuwe taal leren of een goede redenaar worden kan razendsnel, beweert Scott H. Young in zijn nieuwe boek Ultralearning.

Illustratie iStock

In 2011 stelde de Canadees Scott H. Young (1988) zichzelf een uitdaging. In een jaar tijd wilde hij alle stof leren van de bachelor-opleiding computer science van het Massachusetts Institute of Technology (MIT). Hij deed alle tentamens die hij kon vinden en voltooide het overgrote deel van de vierjarige opleiding in een jaar tijd.

Het idee hiervoor ontstond uit onvrede over de studie commerciële economie die hij had gekozen, en gebrek aan geld en motivatie om de opleiding computerwetenschappen op reguliere manier te volgen. Nadat zijn project ‘MIT in een jaar’ was geslaagd, bedacht hij weer een uitdaging: ieder kwartaal een nieuwe taal op gemiddeld niveau (B2) leren beheersen. Zo leerde Young zichzelf Spaans, Portugees, Mandarijn en Koreaans.

Young noemt zijn methode ultralearning. Hij omschrijft dit in zijn gelijknamige boek als: „Een zelfsturende en intensieve strategie om vaardigheden en kennis aan te leren.” Op basis van informatie over en gesprekken met anderen die hij ook als ultralearners beschouwt, heeft hij de methode aangescherpt. Zo las hij over werk en studie van natuurkundige Richard Feynman, schaakster Judit Polgar en wiskundigen Mary Sommerville en Srinivasa Ramanujan. In zijn boek vertelt hij hoe Benjamin Franklin, grondlegger van de VS, zichzelf essays leerde schrijven en hoe Nigel Richards scrabblekoning werd in twee talen. Ook sprak hij ultralearners die via training heel snel talen leren, de Amerikaanse spelshow Jeopardy! hebben gewonnen of in hun eentje een uitgebreid computerspel maakten, inclusief muziek en visuals.

Op basis van al die ervaringen onderscheidt Young negen principes die alle ultralearners in meer of mindere maten gebruiken om sneller te leren: meta-leren, focus, direct zijn, drill, terughalen, feedback, vasthouden, intuïtie en experiment. Hij benadrukt het belang van bepalen wat je precies wil leren en hoe je dat gaat aanpakken. Ook onderstreept hij dat discipline en doorzettingsvermogen nodig zijn om het project vol te houden. Maar hij belicht ook minder voor de hand liggende aspecten. Direct zijn, is er eentje. Ofwel: gooi jezelf in het diepe.

Praktijk

Young is geen liefhebber van leren uit een boekje. Duik zo snel mogelijk de praktijk in, is zijn devies. Dat was ook zijn methode bij het leren van vier talen in een jaar. Met een vriend reisde hij in dat jaar naar de vier landen waar die talen worden gesproken en stopte met Engels praten. Vanaf dag één spraken ze alleen nog in de andere taal. Ze redden zich met handen en voeten, en Google Translate. Ze volgden lessen en gingen vooral veel in gesprek.

Young snapt dat zijn directe methode schrik aanjaagt, maar het is noodzakelijk. „Direct leren wat we onder de knie willen krijgen voelt te ongemakkelijk, saai of frustrerend, dus houden we het bij een boek, lezing of app in de hoop dat we zo in het echt beter worden.” Precies daarom werkt een taal-app als Duolingo niet, zegt Young. Het is leuk, maar heeft niks met de praktijk te maken. En dat is ook het gevaar met traditionele scholing, als studenten slechts de (examen)stof kennen, maar zeer slecht zijn in toepassing ervan of van varianten die buiten de stof vallen. In de praktijk iets leren verhelpt dit.

Young is overigens niet tegen traditionele scholing. Hij vindt alleen dat je als autodidact ook een eind komt. Ultralearners missen soms wat theoretische achtergrond, maar zijn beter in toepassingen.

Stampen

Stampen en drillen lijkt grotendeels uit het onderwijs verdwenen, maar volgens Young behoren deze manieren van inprenten tot de belangrijke wapens van de ultralearners. Zoek je zwakke plekken in iets waarin je je wil bekwamen en word je eigen drill-instructeur. Hak je problemen in kleine stukjes. En als je motivatie daalt en de frustratie stijgt, gebruik dan een timer. Begin met vijf minuten, zegt Young – zelfs de vervelendste dingen kun je vijf minuten volhouden, en meestal kan je het langer als je eenmaal bezig bent.

Bij talen draait het vaak om woorden of zinnetjes stampen. Muzikanten en sporters oefenen eindeloos dat ene dingetje dat ze onvoldoende onder de knie hebben. En daar hoort ook bij dat je de stof, eenmaal verworven, blijft herhalen. Zo leert viervoudig wereldkampioen Scrabble Nigel Richards lijsten met woorden uit zijn hoofd en blijft hij die woorden herhalen op lange fietstochten.

Om zijn methode te testen, ging Scott Young aan de slag met Tristan de Montebello. Young kende deze muzikant al een tijdje; hij volgde Youngs blog en bood aan proefkonijn te zijn. Ze besloten dat De Montebello zou leren spreken in het openbaar. Hij heeft tot dan toe niet meer dan een handvol speeches gehouden, waarvan eentje in een grote mislukking uitmondde.

Obsessief gaat De Montebello aan de slag, en na zeven maanden bereikt hij de toptien in het wereldkampioenschap public speaking dat het bedrijf Toastmasters organiseert. Belangrijk in die zeven maanden zijn de vele mensen die hem helpen. Hij vraagt iedereen advies en kritiek. Een enkele keer krijgt hij het advies: doe waar je het meest bang voor bent. Uiteindelijk houdt hij een speech voor een schoolklas, waarbij de achterliggende idee is dat er geen moeilijker en eerlijker publiek bestaat dan pubers.

In Ultralearning verwaarloost Scott Young toch een belangrijk element. Hij benadrukt wel hoe belangrijk motivatie is en geeft onmisbare tips om afleiding te beperken, dingen beter te onthouden en sneller te leren, maar gaat te snel voorbij aan het karakter van de ultralearners. Enkele van zijn voorbeelden wekken de indruk obsessief of manisch te zijn.

Met de methode van Young kom je ongetwijfeld een eind, zelfs als je weinig tijd hebt. Met een gestructureerd schema van enkele uren per week moet ultrasnelleren volgens hem lukken, ook als je geen genie bent. Maar je moet wel de instelling hebben om er zo obsessief voor te werken.