Opinie

Zij ging die koeken echt niet terugleggen

Marcel van Roosmalen

We waren op weg naar Overijssel gestopt bij een tankstation. Niets ongezelligers dan de bordkartonnen snelwegcultuur, een wereld van klantenkaarten, slechte zomerkleding en gore koffie.

Voor dat laatste kwam ik.

De opdracht was: twee dubbele espresso, een zak M&M’s en snel terugkomen.

Vanwege een verbouwing in koffiehoek vormde zich een rij voor de broodjescorner, want daar was wel een apparaat.

Vooraan ging een jongen, getatoeëerd tot aan de onderkaak, tekeer tegen zijn vriendin. Ze had twee roze koeken op de toonbank gelegd, terwijl hij vond dat ze daar geen geld voor hadden, maar dat was slechts de lont in het kruitvat.

Zij ging die koeken echt niet terugleggen.

Neuken kon hij ook niet.

En werken ook niet.

Eigenlijk kon hij niks.

Het was wachten tot de publieke vernedering hem te veel werd.

Ik keek in het gezicht, bij iedere verbale zweepslag werden zijn ogen groter, het was wachten tot ze eruit knalden.

Ik kan in niemands portemonnee kijken, maar in dit geval kregen we een aardig inkijkje omdat zijn vriendin de huishoudportemonnee omkeerde en alles op de grond viel. Een twee-euromunt rolde tegen mijn gymschoen.

Ik bukte niet.

Hij beval zijn vriendin met klem alles op te rapen, de scheldwoorden ketsten door de ruimte. Zij kijfde terug.

Hij bukte uiteindelijk zelf en raapte hun geld op. Als ik wil scoren moet ik nu schieten, dacht ik toen hij bij mijn voeten was, maar ik hield de benen stil. Ik stond me net als de rest heel nadrukkelijk nergens mee te bemoeien.

Ze rekenden af en liepen schreeuwend naar buiten.

We hadden als rij samen wat meegemaakt, allemaal de adem ingehouden, gingen zwijgend over tot de orde van de dag.

„Wat ik me afvroeg”, zei de vrouw voor me, „vallen de zakjes winegums ook onder de kassakoopjes?”

„Zal ik u eerlijk zeggen dat ik dat niet weet.”

„Doe ze toch maar.”

Ik was aan de beurt en bestelde twee espresso.

„Maakt u dat vaak mee, zo’n ruzie?”, vroeg ik.

Ze bracht haar vinger naar haar oor en maakte een gebaar.

„Pistool tegen het hoofd gehad?”, vroeg ik.

„Nee, ene oor in, andere uit. Wilt u er nog een koek bij? Twee voor een euro.”

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.