‘Robotadvocaten? Je moet je niet gek laten maken’

Advocatuur Een robot in de rechtbank zal niet snel voorkomen. Het werk van advocaten „is heel moeilijk te automatiseren”.

Veel technologie valt er in dit advocatenkantoor nog niet te bespeuren.
Veel technologie valt er in dit advocatenkantoor nog niet te bespeuren. Foto Maartje Geels/HH

„Toen ik begon in de advocatuur dicteerden partners hun memo’s op een cassettebandje. Dat bandje werd dan opgehaald door de secretaresse en die typte het uit. Vervolgens ging die advocaat nog een keer met de rode pen door de tekst heen. Vandaag zit die advocaat achter een laptop en typt datzelfde verhaal. Inhoudelijk is er niets veranderd, maar de verwerkingstijd is met 80 procent gereduceerd.”

Jaap Bosman werkte ruim vijftien jaar in de topadvocatuur van Nederland, bij Zuidas-kantoren NautaDutilh en Houthoff. In 2014 begon hij een eigen bedrijf dat advocatenkantoren wereldwijd adviseert hoe ze hun bedrijfsmodel toekomstbestendig kunnen maken. Dat TGO Consulting heeft kantoren in Den Haag, New York en Hong Kong. „Er wordt heel opgewonden gedaan over automatisering binnen de advocatuur, maar het is niets nieuws”, wil hij met het voorbeeld van het cassettebandje zeggen. „Technologie waardoor advocaten sneller kunnen werken bestaat al twintig jaar. Het zal advocaten niet vervangen.”

Nog nooit zo veel advocaten

Robotisering zou allerlei beroepen – zoals magazijnmedewerker en brugwachter – overbodig maken. En al meer dan tien jaar voorspellen technologie-evangelisten het naderende einde van de advocatuur. Computers kunnen het sneller, beter en goedkoper, zo luidt het verhaal in apocalyptische bestsellers als The end of lawyers? van Richard Susskind.

Geregeld verschijnen er alarmistische nieuwsberichten die dat beeld ondersteunen „meer dan 100.000 juridische banen worden geautomatiseerd” (FT) of „Advocaten kunnen worden vervangen door kunstmatige intelligente” (CNBC). En wie met een schuin oog naar de websites van advocatenkantoren kijkt en de ‘legal tech’-evenementen in Nederland voorbij ziet komen, verwacht dat dit automatiseringsproces ook in Nederland al in volle gang is, met alle personele gevolgen van dien.

Maar de cijfers spreken dat tegen. Nederland telde nog nooit zo veel advocaten als vorig jaar (17.784), zo blijkt uit het jaarverslag van de Nederlandse Orde van Advocaten. „De realiteit is dat veel van het werk van advocaten een hoge creativiteitsfactor heeft. Dat is heel moeilijk te automatiseren”, zegt ABN Amro-bankier en sectorspecialist Han Mesters.

Voor de zakenbanktak van ABN Amro analyseert hij de advocatenwereld. Op internet circuleert een filmpje van hoe hij drie jaar geleden op een ‘innovatiecongres’ van de Nederlandse Orde van Advocaten de tweehonderd aanwezigen geruststelt terwijl achter hem op een groot scherm ‘Robot als confrère’ prijkt. „Je moet je niet gek laten maken”, was én is zijn boodschap.

Zeker, er wordt het nodige geautomatiseerd, ook binnen de advocatuur. Er is software die advocatenwerk vergemakkelijkt, bijvoorbeeld om oude vonnissen door te spitten of te helpen bij het opstellen van contracten. „Maar de kern van het advocatenwerk is gewoon heel moeilijk te automatiseren”, zegt Mesters, anders dan bijvoorbeeld in de accountancy waar controle en rekenwerk misschien zelfs beter door computers gedaan kan worden.

En het is ook niet zo dat de grotere advocatenkantoren alles inzetten op vergaande automatisering van hun praktijk. Het raakt namelijk direct aan hun bedrijfsmodel dat nog grotendeels gestoeld is op het per uur declareren van werk. De grote advocatenkantoren zijn georganiseerd in een piramidestructuur. De partners aan de top verdelen onderling de winst en kunnen zomaar voor 600 euro (exclusief btw) per uur factureren, voor de advocaat-stagiairs onderaan de piramide ligt dat rond de 250 euro per uur. „Financieel gezien zijn advocatenkantoren vreemde organisaties”, zegt Mesters. „Het bedrijf is als het ware een platform om het partnersalaris eruit te halen. Normaal gaat winst van een bedrijf deels naar het eigen vermogen. Dat kennen zij niet. Organisatievernieuwing is nooit onderdeel van de bedrijfsvoering geweest.”

Voor het stoplicht

Bosman ziet dat advocatenkantoren wel in automatisering investeren, maar dat overwegend verkeerd aanpakken. „Een investering zou ertoe moeten leiden dat óf de hoeveelheid werk toeneemt of er minder mensen nodig zijn voor dezelfde hoeveelheid werk.” Als Amazon een supersonische machine aanschaft die pakketdozen precies op maat vouwt dan wordt eerst de businesscase nauwkeurig berekend. Er zijn zo veel minder mensen nodig om in te pakken, zo veel minder karton. Op basis daarvan besluit men tot een investering. Volgens Bosman maken advocatenkantoren zelden tot nooit zo’n berekening, waardoor in 95 procent van de gevallen het bedrijfseconomische verdienmodel voor investeringen ontbreekt.

Desalniettemin ziet Bosman op termijn door automatisering wel een probleem ontstaan voor de grotere advocatenkantoren. Hij verdeelt advocatenwerk onder in ‘productie’ en ‘creatie’. „De werkelijke waarde van een topadvocaat zit niet in de kennis van het recht maar menselijke eigenschappen zoals strategisch inzicht, creativiteit, onderhandelingsvaardigheid, empathie en sluwheid. Als een advocaat bijvoorbeeld voor het stoplicht stilstaat en opeens de strategie voor een overname of procedure ziet, hoeveel rekent hij/zij daar dan voor? Voor die werkelijke waarde reken je altijd te weinig.”

Met ‘productie’ wordt ‘creatie’ momenteel gesubsidieerd. Grote zaken zoals een bedrijfsovername worden vaak begeleid door een aantal partners, maar tegelijkertijd is er ook een bataljon advocaatmedewerkers aan het werk die allerlei handwerk doen zoals contracten en andere stukken napluizen en controleren. Juist doordat die medewerkers ook zo veel tijd in ‘productie’ steken – en per uur factureren – kan het advocatenkantoor daar behoorlijk op verdienen en zo compenseren voor het geringe bedrag dat voor ‘creatie’ in rekening kan worden gebracht.

Bosman voorziet echter dat het ‘productiewerk’ dat zij verrichten door technologische ontwikkelingen veel sneller zal gaan. „Daar zit de pijn voor advocatenkantoren. Dan stort dit businessmodel in. Mensen zullen in de advocatuur niet vervangen worden door machines, maar er zullen wel minder mensen nodig zijn omdat men productiever wordt.”