Onze Arabische vrouw ter plaatse

Interview | Zahra Hankir | journalist Zahra Hankir bundelde persoonlijke essays van vrouwelijke journalisten in Arabische landen. Zij geven nuance bij het nieuws.

De Saoedische journalist Munira al-Mshakhes stelt een vraag tijdens een persconferentie van een Syrische oppositiegroep in Riad in 2015. Zij komt niet voor in de bundel van Zahra Hankir.
De Saoedische journalist Munira al-Mshakhes stelt een vraag tijdens een persconferentie van een Syrische oppositiegroep in Riad in 2015. Zij komt niet voor in de bundel van Zahra Hankir. Foto AFP

Journalist Zahra Hankir kreeg het idee voor haar boek in 2011. Kort daarvoor had een straathandelaar in Tunis zichzelf in brand gestoken, als protest tegen corruptie. Dat bracht een volksprotest op de been, eerst in Tunesië, later in omringende landen. Hankir voelde zich veroordeeld tot haar „luizenbaantje” bij nieuwsdienst Bloomberg, die haar niet toestond zelf verslag te doen van de Arabische Lente. In plaats daarvan volgde ze lokale berichtgeving – en daarbij viel haar het werk van Arabische journalistes op. „Ik wilde meer weten over de uitdagingen waarvoor zij stonden, nog buiten het najagen van nieuws om.” Hankir begon een spreadsheet met auteursnamen die ze tegenkwam in kranten en op weblogs, vertelt ze via Skype.

Negentien van hen staan nu in een door haar samengestelde bundel met persoonlijke essays van „Arabische vrouwen die verslag doen van de Arabische wereld”. Our Women on the Ground kwam in augustus uit – voorlopig alleen in het Engels.

In het voorwoord introduceert u de ‘sahafiya’ – Arabisch voor vrouwelijke journalist. Waarom noemt u hen ‘onze vrouwen ter plaatse’?

„Met dit boek wil ik één kwestie behandelen: de vraag wie geschikt is verhalen over de Arabische wereld te vertellen. Wat mij betreft is de traditie van de correspondent wat ouderwets. Die wordt een gebied ingestuurd, om er een bepaalde tijd door te brengen en die te doorgronden. Deze vrouwen kénnen de regio al; zij hebben een heel ander soort begrip – om te beginnen kunnen zij makkelijker verhalen van andere vrouwen optekenen.

„De klassieke correspondent is vaak ook nog ‘onze man ter plaatse’ – een uitspraak met militaire oorsprong. ‘Onze jongens op de grond’ gaat over westerse militairen in den vreemde. Dat werd later gebruikt in de journalistiek. De eerste keer dat ik ‘our women on the ground’ googelde kreeg ik nul resultaten. Wel de suggestie: ‘zocht u naar men on the ground?’. Nou, toen was me wel duidelijk dat dit de titel ging worden.”

Zagen ze het wel zitten om een persoonlijk essay te schrijven?

„Vrouwen die vaker voor Angelsaksische media werken, begrepen het principe van memoires. Voor de vrouwen in de Arabische wereld was het genre minder voor de hand liggend, zij voelden zich minder comfortabel bij deze manier van schrijven. Veel van deze vrouwen zijn ook nog werkzaam, sommigen moesten zelf nog heftige ervaringen verwerken. Zij zijn zo gewend naar de wereld om zich heen te kijken, dat de eerste reactie vaak was: ‘Waarom wil je iets over míj weten?’ Ze hadden wat aanmoediging nodig. Als samensteller bleef ik ervan overtuigd dat juist hun relaas wat kon toevoegen.”

Het resultaat is een diverse bloemlezing. Hankir laat ervaren verslaggevers aan het woord, maar ook stringers en producers die werken voor buitenlandse tv-ploegen, of jonge journalisten die zelf hun onafhankelijke platforms opzetten. De vrouwen verschillen ook op persoonlijk vlak, in leeftijd en afkomst – veel auteurs met een dubbele nationaliteit. Een gelaagde identiteit, zegt Hankir, „hoort bij de Arabische wereld. Sommige inwoners identificeren zich als Arabisch, of juist als Midden-Oosters, als nationalist of niet. Daar komt bij dat de diaspora essentieel onderdeel zijn van de Arabische wereld, die een lange geschiedenis heeft van volksverhuizingen en vluchtelingenstromen. Ook nu nog. Velen staan met één been in het Westen en met één been daar. Die verhalen hoorden in het boek. Veel van deze vrouwen hebben zo’n uittocht zelf meegemaakt, of doen er verslag van.” Hankir ‘stuurde’ de auteurs niet op de inhoud die zij verlangde, zegt ze, maar in de inzendingen kwamen de thema’s identiteit en afkomst vaak terug.

In Libanon was er tijdens de oorlog geen telefoonverkeer

Zahra Hankir journalist

De vrouwen met dubbele nationaliteit groeiden op in een tweede thuisland en zagen vaak hoe hun ouders het nieuws uit het land van afkomst volgden. Is dat ook een reden om journalist te worden?

„Voor mij wel. Ik groeide op in het VK, mijn ouders komen uit Libanon. Tijdens de oorlog daar was er soms geen telefoonverkeer. Voor mijn ouders was het journaal de enige manier om te achterhalen hoe de situatie was in hun geboorteland, hoe het achtergebleven familie verging. De tv was altijd aanwezig. Het nieuws was een soort levenslijn. Ik weet zeker dat dat mijn beroepskeuze heeft beïnvloed.”

Andere thema’s die aan bod komen: seksisme en discriminatie, maatschappelijke verwachtingen, het onbegrip van ouders voor de keuze van een gevaarlijk beroep. Het laatste essay gaat in op de rol die lokale reporters innemen tegenover westerse collega’s, van de ‘invliegende media’.

Lees ook: Een vrije pers, dat heeft de Arabische wereld hard nodig

Met uw boek wilt u de stem van lokale verslaggeefsters versterken. Heeft naast hen de buitenlandcorrespondent nog bestaansrecht?

„Zij kunnen naast elkaar bestaan en verdienen dezelfde bescherming, respect en gezag. Ik denk dat redacties wereldwijd diverser en inclusiever moeten zijn. De lokale journalist herkent de nuances van een regio. Ik zou ze graag vaker zien en horen: in talkshows, als expert, columnist. Ik hoop dat ieder van deze auteurs nu haar eigen biografie schrijft.”

Correctie dinsdag 27 augustus 2019: dit artikel is aangepast om het antwoord te verduidelijken over de eerste reactie van de essayisten. Vrouwen die in de Arabische wereld werken zijn bekend met het genre van de memoires. Wel moesten zij wennen aan de manier van schrijven. Dat is hierboven aangepast.