OM noemt arts schuldig, maar eist geen straf in unieke euthanasiezaak

Justitie meent dat de arts, die euthanasie pleegde op een 74-jarige dementerende vrouw, goede bedoelingen had. Wel is er volgens het OM sprake van moord.

Artsen mogen meewerken aan euthanasie als een patiënt „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt.
Artsen mogen meewerken aan euthanasie als een patiënt „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijdt. Foto Flip Franssen/ANP

Het Openbaar Ministerie heeft maandag geëist dat een 68-jarige arts die in 2016 een demente vrouw assisteerde bij euthanasie, schuldig wordt bevonden aan moord. Volgens justitie moet de arts echter geen straf opgelegd krijgen.

Het is de eerste keer dat in Nederland een arts voor de rechtbank moet verschijnen vanwege euthanasie sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002. Centraal staat de vraag of de arts in kwestie in 2016 legitiem gehandeld heeft door bij een zwaar dementerende 74-jarige vrouw euthanasie toe te passen.

Toen de vrouw, een oud-kleuterleidster, de diagnose dementie kreeg, stelde zij twee verklaringen op. Daarin legde zij vast dat ze euthanasie zou willen, mocht ze opgenomen moeten worden in een verpleeghuis. Toen de vrouw eenmaal in het verpleeghuis zat, gaf ze volgens justitie echter „gemengde signalen over haar doodswens”. In overleg met de familie van de patiënte ging de arts in kwestie over tot geassisteerde levensbeëindiging. Zonder overleg met de vrouw roerde de arts een slaapmiddel door haar koffie.

Lees ook: Eerste strafvervolging van een arts om euthanasie. Wat nu?

voorbedachten rade

Justitie gaat uit van „de beste intenties”, maar vindt dat de arts, een inmiddels gepensioneerde specialist ouderengeneeskunde, toch met de vrouw in gesprek had moeten blijven over haar doodswens. De vrouw was weliswaar wilsonbekwaam, maar schreef in haar verklaringen dat zij euthanasie wilde zodra zij „de tijd daar rijp voor achtte”.

Zolang de vrouw reden tot twijfel gaf, had de arts niet tot euthanasie mogen overgaan, vindt justitie. Omdat de arts met voorbedachten rade het leven van de vrouw beëindigde, gaat de openbaar aanklager uit van moord. De familie van de vrouw vindt dat de arts destijds goed heeft gehandeld. Artsen mogen meewerken aan euthanasie als er sprake is van „ondraaglijk” en „uitzichtloos” lijden bij een patiënt.

Het is de eerste keer dat een arts strafrechtelijk wordt vervolgd voor ‘onzorgvuldig’ uitgevoerde euthanasie. Justitie wil daarmee duidelijkheid scheppen voor artsen over wanneer hulp bij levensbeëindiging wel of niet is toegestaan.

Sinds de invoering van de wet in 2002 is wel een aantal artsen berispt of gewaarschuwd door de tuchtrechter. Ook deze zaak werd eerder aan een tuchtrechter voorgelegd. Die oordeelde in maart van dit jaar dat de twee verklaringen van de vrouw niet duidelijk waren over het specifieke moment waarop zij de euthanasie wenste. Wel oordeelde de tuchtrechter dat de arts voldoende overleg had gepleegd met de familie van de vrouw en collega’s. De arts kreeg een waarschuwing.