In Israël zijn kinderen heilig

Hoog geboortecijfer Israëliërs beschouwen het krijgen van kinderen als een universeel mensenrecht. Nergens zijn zoveel ivf-behandelingen.

Roy Youldous-Raiss en Or Youldous-Raiss met hun tweelingdochters Liri en Elya (5)
Roy Youldous-Raiss en Or Youldous-Raiss met hun tweelingdochters Liri en Elya (5) Foto's Geert van Kesteren

Kinderwagens bepalen het straatbeeld in Jeruzalem. Op straat duwen mannen in het zwart ze voort, terwijl meisjes van verschillende lengte in allemaal hetzelfde bloemenjurkje eromheen huppelen, peuters met pijpenkrullen meesleurend. In de volle trams leiden ze standaard tot botsingen: terwijl de ene moeder nog niet is uitgestapt, duwen twee anderen hun buggy’s al naar binnen. In restaurants staan de kinderwagens naast de familietafels, waar oma aan het hoofd zit. En op vrije dagen is er nauwelijks een plekje in het park te vinden tussen kinderwagens, barbecues en rondrennende kleuters.

Een Israëlische vrouw krijgt gemiddeld 3,1 kind. Dat is het hoogste geboortecijfer in de OESO, het economische samenwerkingsverband van geïndustrialiseerde landen. Ter vergelijking: in Nederland is het 1,6. De Israëlische bevolking groeit het snelst van de industriële wereld – te snel, volgens milieu-experts die waarschuwen dat het land de groei niet aankan. Toch komt de discussie over geboortebeperking heel voorzichtig op gang. De Israëlische maatschappij is ingericht op kinderen krijgen, liefst zoveel mogelijk.

‘Demografische oorlog’

Daar zijn diverse oorzaken voor. Israël voert om politieke redenen een actief bevolkingsbeleid. Israëlische politici vreesden lange tijd dat Israël de „demografische oorlog” van de Palestijnen zou verliezen omdat Palestijnse vrouwen gemiddeld meer kinderen kregen dan joods-Israëlische. Naast joodse immigratie werd kinderen krijgen bevorderd. De baarmoeder was een wapen in de nationale strijd. Overigens verschilde het Israëlische beleid daarbij per groep. Terwijl de overheid Israëliërs van Europese afkomst aanmoedigde meer kinderen te krijgen, werden gezinnen van Noord-Afrikaanse of Ethiopische afkomst juist gezien als te groot. Sinds de jaren 90 zijn de geboortecijfers onder Palestijnen zowel in Israël als in de bezette gebieden gedaald, terwijl die bij de joods-Israëlische bevolking stegen.

Verder is religie sterk aanwezig in de maatschappij. Het land telt zo’n 12 procent ultraorthodoxe gezinnen, met veel kinderen. Gezinnen van tien kinderen of meer zijn geen uitzondering. Kinderbijslag per kind liep tot niet zo lang geleden op naarmate een gezin meer kinderen had.

„Het idee dat vrouwen moeders moeten zijn, heerst in alle samenlevingen”, zegt sociologe Orna Donath in een Skypegesprek. „In Israël is het alleen meer in your face.” Dat komt volgens Donath niet alleen door politiek en religie. „We hebben door de Holocaust een collectieve angst voor de dood en om weggevaagd te worden, en we hebben een echte familiecultuur.” In seculiere gezinnen is het kindertal weliswaar lager, maar geen kinderen willen is ook daar een zeldzaamheid. De laatste jaren steeg het geboortecijfer juist onder niet-religieuze Israëliërs.

Universeel mensenrecht

Israëliërs beschouwen het krijgen van kinderen als een universeel mensenrecht. Voor gezinnen die geen kinderen kunnen krijgen, wordt zo lang mogelijk naar oplossingen gezocht. Israël heeft het hoogste aantal ivf-behandelingen per capita (5,3 per duizend inwoners) ter wereld. Niet alleen worden ivf-behandelingen vrijwel onbeperkt en tot op hoge leeftijd vergoed, Israël staat in tegenstelling tot Nederland ook commercieel draagmoederschap toe, sinds 1996 voor heteroseksuele, getrouwde koppels en sinds eind vorig jaar ook voor alleenstaande vrouwen. Toen bij de wetsverruiming over draagmoederschap homoseksuele koppels uitgesloten bleven, werden grote demonstraties en een staking georganiseerd. De getroffenen konden met name in Tel Aviv op grote solidariteit rekenen.

Geen kinderen nauwelijks een optie

In een land waar kinderen krijgen vanzelfsprekend is, is geen kinderen willen nauwelijks een optie. Donath brak sociale taboes door al in 2011 een sociologische studie te maken van de keuze voor kinderloosheid en vervolgens ook nog een boek te schrijven over moeders die spijt hebben. Al krijgt Donath nog steeds hatelijke reacties, langzaam lijkt er een verschuiving te komen. Een tv-zender zond recent een discussieprogramma uit met mensen die kinderloos wilden blijven, en er zijn Facebook-groepen waar mensen hun frustratie uiten over de sociale druk om vader of moeder te worden.

„Maar voor twijfel is nog geen ruimte”, zegt de sociologe. „Als je kinderen wilt, word je door de maatschappij omhelsd. Als je geen kinderen wilt, wordt je niet omhelsd, maar het wordt iets meer geaccepteerd dan voorheen. De diverse opties openlijk bespreken, kan nog steeds niet.”

Om de kindercultuur in Israël te illustreren, portretteerde NRC drie Israëlische koppels die verschillende keuzes maakten.

18 kinderen om te voeden, 100 broden voor sabbat, moeder bakt 3 kilo

Vader Yoalish Krois poseeert met 8 van zijn 18 kinderen en 2 kleinkinderen. Moeder Rachel en 10 andere kinderen staan niet op de foto.

 Yoalish en Rachel

Vrijdagmiddag, vlak voor het traditionele Sabbatsmaal. Nechama (11) veegt de stenen vloer. Esther (20) en Yokheved (18) zijn in het keukentje bezig. Op een bakblik liggen gevlochten broodjes. „Honderd broden voor sabbat”, vertelt Yokheved. „Mijn moeder bakt drie kilo, de rest kopen we.” Er zijn ook vijftig vissen, en talloze andere etenswaren. Achttien kinderen hebben Yoalish en Rachel Krois te voeden. Het huishouden wordt deels door de oudste meisjes gerund. „Het is nooit rustig in huis, maar altijd gezellig”, zegt Yokheved. Zelf wil ze „wel 25 kinderen” als ze gaat trouwen. Bang dat haar lichaam dat niet aankan, is ze niet. „Als Hij kinderen geeft, geeft Hij je gezondheid erbij.”

Moeder Rachel (45) neemt de kleine Shimon op schoot. De peuter huilt, zijn gezichtje tussen de lange blonde piekharen is witjes. „Hij heeft een beetje koorts”, zegt zijn moeder. Toen vorig jaar mazelen uitbrak, werden er zeven tegelijk ziek. Vader Yoalish haalt een flesje uit de kast. „Paracetamol en het is over.” Een zorgverzekering hebben ze niet; het gezin behoort tot een ultraorthodoxe beweging die de staat Israël niet erkent en geen financiële ondersteuning accepteert, al hebben ze daar formeel wel recht op. „Wie niet verzekerd is, gaat ook minder snel naar de dokter”, zegt Yoalish. Hij zegt dat het gezin leeft van zijn cateringwerk, de salarissen van twee dochters die in winkels in de ultraorthodoxe wijk in Jeruzalem werken en wat steun van buitenlandse weldoeners. Moeilijk, zo’n enorm gezin draaiende houden? Yoalish: „Na hun derde jaar gaan ze vanzelf. Zonder dat wij tegen elk kind zeggen wat ze moeten doen, zien ze aan de ouderen hoe het gaat. We zijn een soort robots.”

Vandaag is de oudste, getrouwde zoon Aaron er met zijn twee kinderen. Yoalish’ jongste zoon Abraham is jonger dan de kinderen van Aaron. Wat Yoalish en Rachel betreft, is Abraham niet de laatste. „Kinderen zijn het eerste gebod in de Thora”, zegt Yoalish. „Elk kind voelt als de eerste”, zegt Rachel, „het is steeds weer een cadeautje.”

‘Ik wist dat ik ooit een gezin zou hebben, al wist ik niet hoe’

Roy Youldous-Raiss en Or Youldous-Raiss met hun tweelingdochters Liri en Elya (5). V.l.n.r: Roy, Liri, Or, Elya.

 Roy en Or

Terwijl de vijfjarige Elya en Liri vrolijk op de bank op en neer springen, vertellen hun vaders Roy en Or Youldous-Raiss hoe de tweeling ter wereld kwam. „Ik wist al vanaf mijn achtste dat ik vader wilde worden”, vertelt Roy Youldous-Raiss (38). „Toen ik er rond mijn zestiende achter kwam dat ik homo was, was ik verdrietig: homo’s met een gezin was sciencefiction. Toch wist ik dat ik ooit een gezin zou hebben, al wist ik niet hoe.”

Toen ze elkaar ruim tien jaar geleden ontmoetten, ging het gesprek snel over kinderen. Draagmoederschap kwam op. Roys ouders hielpen het traject van bijna 100.000 dollar te betalen. Na vier vergeefse pogingen in India bracht een Thaise draagmoeder de meisjes ter wereld. „De bevalling was eerder dan verwacht, we konden net onze vlucht veranderen”, zegt Youldous-Raiss. „We kwamen twee uur voor de geboorte aan.” Hij toont een foto. „Kijk, Liri lijkt sprekend op de Zuid-Afrikaanse donor.”

Youldous-Raiss kent de kritiek dat draagmoederschap vrouwenuitbuiting zou zijn. Hij verdedigt zijn keuze als vader én als medewerker van het commerciële bureau dat hem aan zijn dochters hielp en waar hij kort na hun geboorte ging werken. „Het is ook een kans voor de draagmoeder. Ze kan ervoor kiezen tien jaar als dienstmeisje te werken, of een jaar en zo anderen te helpen. De Thaise draagmoeder stuurt ons hartjes op de verjaardag van de meisjes.”

Toen het gezin van Tel Aviv naar een voorstadje verhuisde, waren ze even bang voor negatieve reacties. „Daar zaten op de crèche vier kinderen van homostellen, hier waren we de enige.” Iedereen reageerde positief, ook de orthodoxe juf. „Een van de kinderen zei zelfs: ik wil ook een papa en een papa!” Youldous-Raiss merkt dat het ouderschap de maatschappelijke acceptatie van hem en Or vergroot. „Eigenlijk kom je als homo elke keer opnieuw uit de kast – in de trein, op school, in de taxi”, zegt hij. „Op vragen als ‘wat is de naam van je vrouw?’ zeg ik nu niet meer: „Ik heb geen vrouw, ik heb een man”, maar praat ik over „mijn partner en mijn dochters”. Het is alsof ik hen nodig had om ‘normaal’ te zijn. Vader of moeder worden is je toegangsbewijs tot de mainstream maatschappij.”

‘We willen niet het pad volgen dat anderen hebben uitgestippeld’

Olga Lempert (33) en Shai Halimi (35) met hun twee honden. Ze besloten bewust kinderloos te blijven.

 Olga en Shai

Shai Halimi (35) groeide op in een kinderrijke familie en dacht toen hij Olga ontmoette nog dat hij kinderen wilde. „Ik had altijd een beeld van mezelf omringd door kleine meisjes”, vertelt Halimi. Tot hij bij zijn zus zag hoe een ideale moeder er bijna onderdoor kan gaan aan de lasten van een gezin, en hij het opvoeden van een puppy al een hele klus bleek te vinden. „Ik realiseerde me langzaam dat het niet zo ideaal is als het eruit ziet.”

Zijn vrouw Olga Lempert (33) was eerder getrouwd. „Ik was niet klaar voor kinderen. Hij kreeg ze vlak erna met een ander.” Ze dacht dat het „mysterieuze gevoel dat vrouwen op een gegeven moment krijgen” ooit zou komen. Hoewel dit niet gebeurde, overwoog ze er aan te beginnen toen ze een relatie kreeg met Shai. „Ik dacht: als hij dat zo graag wil, kan ik hem dit niet onthouden. Toen Shai van mening veranderde, was ik niet bedroefd.”

Ze noemen talloze redenen. om geen kinderen te willen. Ze vinden de economische situatie in Israël ongeschikt om een kind in groot te brengen. „Toen wij opgroeiden, kon je van één salaris leven”, zegt Halimi. „Nu moeten beide ouders werken en dan is het nog niet genoeg voor een gezin.”

Ze hechten aan hun levenswijze, met onregelmatige werktijden en spontane activiteiten. En Lempert vindt zich geen geschikte moeder. „Ik ga meteen van één naar 120, niet gezond voor een baby. Je kunt kinderen niet in de wacht zetten omdat mammie een mentale crisis heeft.”

„Er is mij nooit gevraagd of ik kinderen wilde, alleen wanneer”, zegt Lempert. Familie wordt langzamerhand ongeduldig. „De zussen en tantes van Shai vragen twee keer per week wanneer we kinderen krijgen.” Toch zal de familie niet echt verbaasd zijn: geen kinderen hebben past bij hun non-conformistische houding. Twee jaar geleden trouwde het koppel in het buitenland, in Israël is geen burgerlijk huwelijk. „We willen niet gedwongen worden zo te leven als het hoort en het pad volgen dat anderen voor ons uitstippelden.”