Festivalgangers als proefkonijnen

Testgebied Voor veel start-ups is het lastig prototypes in de praktijk te testen. Innofest biedt een unieke proeftuin: het festivalterrein.

Anna van Nunen, directeur van Innofest: „Bekeken vanuit een start-up is een festival een grandioze testplek.”
Anna van Nunen, directeur van Innofest: „Bekeken vanuit een start-up is een festival een grandioze testplek.” Foto ANP

Je kunt met ruimtevaarttechnologie wel een apparaat bouwen dat van grote hoeveelheden urine schoon water maakt, maar waar test je zoiets?

Nou, Vlieland.

Meer precies: Into The Great Wide Open (ITGWO), dat komend weekend weer op het Waddeneiland gehouden wordt. Onder de paraplu van Innofest is ITGWO samen met een tiental andere festivals al een paar jaar een proeftuin voor start-ups die hun prototypes in de praktijk testen. Denk aan composttoiletten, een app om geluid mee te meten of een camerasysteem dat mensen telt.

„De infrastructuur op een festival is qua energie en water gelijk aan die van een kleine stad”, zegt Innofest-directeur Anna van Nunen. „Tegelijkertijd kun je haar wél manipuleren en er A/B-tests uitvoeren. En het ligt er maar voor een weekend. Bekeken vanuit een start-up is een festival een grandioze testplek.”

Van Nunen begon vier jaar geleden met de Stichting Innofest, toen de noordelijke festivals Eurosonic Noorderslag, ITGWO en Welcome to the Village ondernemers uit met name de duurzame hoek wilden aantrekken.

Met een team van scouts worden ieder jaar zo’n veertig start-ups geselecteerd om op de festivals mee te draaien. Het kan een klein evenement zijn, zoals FestivalderAa in Drenthe, of een massale publiekstrekker, zoals het TT-festival in Assen. Van Nunen: „Dat is interessant voor crowdmanagement, want er komen ineens 200.000 mensen af op een stad met 60.000 inwoners.” Dit jaar werkte Zwarte Cross voor het eerst mee.

Vluchtelingenkampen

De start-ups die via Innofest kunnen testen, hebben buiten de festivalsetting veel potentie. Neem Semilla Sanitation, dat technologie van het Europese ruimtevaartagentschap ESA voor een mogelijke missie naar Mars gebruikt voor een circulair watersysteem. Op Eurosonic Noorderslag in Groningen exploiteerde het bedrijf een deel van de toiletten, waarbij het de bedoeling was dat een speciale unit zo’n 600 liter urine per dag van meststoffen ontdeed en omzette in schoon water. „We moesten zelfvoorzienend zijn en hadden geen aggregaten, maar wel zonnepanelen”, zegt Semilla-directeur Peter Scheer. „Alleen sneeuwde het.”

Tijdens het festival DGTL in Amsterdam en later op ITGWO nam het bedrijf meer backups voor de energievoorziening mee. „3.500 liter urine, dat was een echte vuurdoop. We hebben alle meststoffen kunnen verwerken; op Vlieland haalden we er 300 liter aan meststoffen uit, die je weer kunt gebruiken in de land- en tuinbouw.”

De festivalomgeving lijkt in zekere zin op de plek waar Semilla uiteindelijk wil opereren: vluchtelingenkampen. „Natuurlijk heb je daar vergeleken met een festival doffe ellende, maar een festival is een goede testplek om snel iets op te bouwen, en snel weer te vertrekken. Ons eerste prototype was voor maar tientallen mensen, nu gaat het om duizenden.”

Domme meters slim maken

Voor Clockworks werd in een festivalomgeving duidelijk wat het prille bedrijf vooral niet moest doen. Het maakt ‘domme’ water- en energiemeters slim door deze met beeldherkenningssoftware af te lezen. Mede-oprichter Victor Westerwoudt: „In fabrieken is het soms duur en ingrijpend om dergelijke meters te vervangen. Plaatsen van een cameraatje met slimme software is dan een kleine handeling.” Het bedrijf hinkte een tijdje op twee gedachten: zou het zich richten op meters voor nutsbedrijven of op de industriële variant in bijvoorbeeld fabrieken?

Op ITGWO deed Clockworks een proef met de biermeters die de bierconsumptie bijhouden om te voorspellen wanneer een nieuw fust nodig is. Het probleem voor Clockworks: zijn systeem had moeite de teller van de biermeter af te lezen onder de telkens wisselende omstandigheden van het festival. De software was goeddeels ontwikkeld op basis van afbeeldingen van energiemeters in meterkasten. Westerwoudt: „We hebben miljoenen voorbeelden gebruikt om bij water, gas en elektra de standen te herkennen. De verwachting was daarmee ook de biermeters, die er compleet anders uitzien, foutloos uit te kunnen lezen; het ontbrak alleen aan voldoende data daarvoor.”

Die data kwamen dus tijdens de pilot, en ze maakten Clockworks duidelijk waar het zich op moest richten: nutsbedrijven, met veel meters onder voorspelbare omstandigheden. Westerwoudt: „We kregen ons verhaal scherper en zijn nu aan het opschalen.” Vorig jaar haalde het bedrijf drie ton voor de verdere ontwikkeling op bij een investeerder.

Duurzaamheid

Veel van de aan Innofest verbonden start-ups, zitten in het ‘duurzame domein’. „Toen wij begonnen, ging dat net opspelen”, zegt directeur Van Nunen. „Dit jaar zie je dat het echt overal een thema is, zoals met het terugdringen van het plastic in de festivalsector.”

Dat is goed nieuws voor Innofest, al neemt ook het risico op greenwashing toe: festivals die pretenderen dat ze duurzaam zijn door een paar zonnepanelen neer te zetten – in de schaduw.

Lees ook: Hoe maatschappelijke betrokkenheid een marketingmiddel is geworden

Van Nunen moet daar niet veel van hebben: „Ze bepalen niet wat ze van ons krijgen. Als een organisatie zonnepanelen in het zicht wil hebben, terwijl een start-up daar niets aan heeft, zetten we die backstage. Wij richten ons op de ondernemer, en dat is vaak achter de schermen. De bezoeker ziet er niks van.”

Innofest wil nu ook internationaal actief worden. Het gaat samenwerken met drie festivals in Finland, en ook in België wordt gekeken of festivals daar geschikt zijn. Van Nunen: „Er zijn weinig testplekken die zo flexibel, snel en goedkoop zijn, en tegelijkertijd levensecht.”