Festival Oude Muziek zoekt verborgen schatten in ‘pretpark Europa’

Het Festival Oude Muziek Dit jaar was de blik van het festival gericht op Napels als vergeten muzikale hoofdstad. Met een gespierde acrobaat, bloed en fascinerende koorzang bood het openingsweekend voor elk wat wils.

Pergolesi-opera, Il Ciarlatano door regisseur Adrian Schvarzstein en de Neue Hofkapelle Graz

Een „geënsceneerde Napolitaanse chaos” moest het worden, het openingsconcert van het Festival Oude Muziek. In de vorm van een frivole passegiata (wandeling) werden bezoekers in groepen langs zes „haltes” in TivoliVredenburg gestuwd voor voorproefjes van verwachte festivalhoogtepunten, onderweg vergast op versterkende glaasjes limoncello. Daarbij klonk flamboyante volkszang van Maria Marone, een mediterrane Jan Klaassen mepte er lustig op los en er klonken fraaie zestiende-eeuwse madrigalen van de in Napels wonende componist Giovanni de Macque, vooral schurend wellustig gezongen door prachttenor Jan van Elsacker.

Dat de openingsavond toch geen succes was, lag vooral aan de logistiek. De als hoofdschotel opgediende wereldpremière van de cantate Pace e Partenope van Cristofaro Caresana bleek weliswaar ook geen ontdekking, maar de ware crux vormde filevorming op de vele nauwe trappen onderweg – en dat ondanks alle vrijwilligers die er met scheidsrechter-fluitjes de loop in probeerden te houden.

Lees ook: ‘Ik zoek graag het gevaar op. En dat biedt de blokfluit’

1300 oude muziekliefhebbers ondergingen het goedgemutst („Leuk, bejaardengymnastiek!“) totdat gebeurde waar je voor vreesde en er iemand viel. „Napolitaanser kon het niet, er vloeide zelfs bloed”, vatte festivaldirecteur Xavier Vandamme tijdens zijn toespraakje geestig samen. Maar het vermoeden is toch dat deze formule niet wordt herhaald.

Gomorra

Het thema Napels biedt nog deze hele week rijke mogelijkheden, zowel in de muzikale als de laagdrempelige randprogrammering, bij voorbeeld met een talkshow over Napels met actrice Cristina Donadio van de misdaadserie Gomorra (Netflix).

Maar de (Napolitaanse) componist Pergolesi kreeg zaterdag eerst de spotlights. Diens bekende komische entr’acte La serva padrona werd door Gli Angeli Genève onder Stephan MacLeod door goede zangers wat bleekjes uitgevoerd, waarbij ook op het podium de humor werd gesmoord in de ideeënarme regie van Lorenzo Malaguerra.

Pergolesi-opera, Il Ciarlatano door regisseur Adrian Schvarzstein en de Neue Hofkapelle Graz

Het contrast met een andere korte en komische Pergolesi-opera, Il Ciarlatano door regisseur Adrian Schvarzstein en de Neue Hofkapelle Graz, was maximaal. Schvarzstein en de Hofkapelle presenteren – komend weekend nog meermaals te zien – een mix van prachtmuziek en commedia dell’arte-achtig theater vanuit een Piaggio Ape-brommobiel. Dicht op de huid van het publiek spelen de zangers hun vele rollen na heerlijk knullige verkleedpartijen, een acrobaat epateert met zijn rollende spieren en olympische diabolokunsten en je moet ook nog oppassen voor je tas, want de ciarlatano heeft watervlugge handjes. In de „pauze” kun je trouwens ook terecht voor een Chinese Rolex of een rotte citroen. Eén „eurino” maar!

Is dat geestig? Ja. In humor is timing en finesse alles, en hier versterken alle schakeltjes tussen hoge en ‘lage’ kunst elkaar voortdurend op sublieme wijze. Dietrich Henschel maakt met zijn mooie bariton en dito karakaterkop de verliefde boef Tracollo in alle facetten geloofwaardig, de Hofkapelle speelt Pergolesi geëngageerd en intussen word je alweer afgeleid door de proleterige strapatsen van Schvarzstein als de zelfbenoemde theaterdirecteur.

Koorextravaganza

Artist in Residence is dit jaar dirigent/musicoloog Giulio Prandi, die de Napolitaanse kerkmuziek van de 18-de eeuw belicht in drie programma’s. Prandi’s eigen koor en barokorkest (Ghislieri) bleken zaterdag van uitstekende kwaliteit, en overtuigend zong ook solosopraan Francesca Bocompagni met haar weinig subtiele maar kernachtige lasergeluid. Je moest in de gebrachte werken van Jommelli en Pergelosi echter wel een verklaard liefhebber zijn van veel opera-achtige, dramatische adempauzes en zeer nadrukkelijke tempocontrasten.

Het festival begon vrijdagmiddag ijzersterk met het uit tien zangers samengestelde Huelgas Ensemble. Festival-routinier Paul van Nevel vervatte drie eeuwen Napolitaanse muzikale vernieuwing in een drieluik vol madrigalen die je oor opschudden alsof het een kussen was. Geweldig bleek bijvoorbeeld het raffinement van Stravaganti pensiero van Scipione Lacorcia – in de harmonieën precies zo woest, extreem en extravagant als de tekst. Dáár bood het festival de sensatie waarop je hoopt: het besef dat „pretpark Europa” nog veel schatkamers aan onontdekte prachtmuziek heeft.

Het Festival Oude Muziek duurt t/m 1/9. Info: oudemuziek.nl