Een tweede kans

Vanuit Princeton, New Jersey, schrijft over wat haar opvalt. Vandaag: op weg zijn naar het land van de doden en dan mogen omkeren.
Illustratie Eliane Gerrits

Buurman is zichzelf niet meer. Gisteren kwam hij thuis als een verbeterde versie na een beenmergtransplantatie. Hij heeft een upgrade gekregen. Hij is Buurman 2.0.

Eerst was zijn bloedgroep A-negatief, nu A-positief. Dat geldt ook voor zijn kijk op het leven. Hij had een dodelijke variant van leukemie en nog maar een paar maanden te leven. Nu is van de ziekte geen spoor meer te vinden.

„Vandaag ben ik 125 dagen oud”, zegt hij. Hij telt vanaf de dag waarop het donormerg zijn bloed indruppelde in het Memorial Sloan Kettering Cancer Center in New York. Hoewel hij niet gelovig is, verzamelde een team van artsen en verpleegkundigen zich aan zijn bed om de stamcellen te zegenen. Hij bedankte de anonieme donor met een korte toespraak, tussen zijn tranen door.

Hij stuurde diezelfde dag een foto. Een kleine bleke man verdwaald in een groot wit bed. Hij had al niet veel haar, maar wat hij had was uitgevallen vanwege de chemo. Boven hem hing het kleine rode zakje dat alle hoop in zich droeg.

Ik zocht hem een paar dagen later op in het wat vervallen gebouw in Manhattan. Ik kreeg een masker en handschoenen. Aanraken mocht niet. Buurman praatte aan een stuk door. Hij probeerde mij aan het lachen te maken. De schrik moet van mijn gezicht te lezen zijn geweest.

Ik liep terug langs de vele kamers met transplantatiepatiënten, jong en oud, zo’n driehonderd per jaar in dit ziekenhuis. Er hing een plechtige sfeer. Hier wordt het menselijk vermogen op de proef gesteld, zowel van de patiënten als van de medische staf. Buiten op straat, te midden van alle drukte, stond ik stil en keek omhoog. Ik stuurde mijn zegen naar boven.

Na zijn transplantatie verloor ik een tijdje contact. Een akelige stilte. Van zijn familie begreep ik dat het kantje boord was geweest. Toen kreeg ik weer een mailtje van hem met een foto van zijn kleindochters in hun zomerjurkjes.

Hij verloor bijna de moed toen de jonge man in de kamer naast hem stierf. Hij kon een paar dagen niet praten. Buurman is 75, echtgenoot, vader en grootvader; deze jongen stond aan het begin van zijn leven. Hij wilde zijn zegeningen graag inruilen voor degene die de jongen nooit zou krijgen.

Na zeven weken mocht hij naar een appartement verhuizen vlakbij het ziekenhuis, speciaal voor transplantatiepatiënten. De stoere buitenkant was verdwenen, de dankbaarheid gekomen. Het was alsof hij alles voor het eerst zag. Zijn benen waren zo dun als luciferhoutjes, maar hij sleepte zichzelf naar het raam en wees naar een stukje blauwe lucht boven de wolkenkrabbers: „Kijk eens hoe speciaal.”

Nu zit hij voor het eerst weer in zijn eigen stoel thuis met een glas van zijn geliefde Chardonnay. Hij vertelt me dat hij het gevoel had dat de duivel hem naar de oever van de rivier de Styx had gebracht en had gezegd: „Nu ken je het land van de doden. Je kunt je omdraaien en terugkeren naar het land van de levenden.”

Dat deed hij. En hij kijkt niet achterom.

Reacties naar pdejong@ias.edu.