Een anarchistische familie langs de A10

Stadsnomaden De Amsterdamse stadsnomaden leven in de rotzooi. Deze week krijgen ze – weer – een nieuwe plek toegewezen van de gemeente.

Foto Simon Lenskens
Foto Simon Lenskens

Pas op, aan de kant voor het varken! De dikke zeug Domino wordt uitgelaten over een smal paadje. Tevreden knorrend snuffelt ze links en rechts aan een broekspijp. Haar baasje, een Litouwer met een lange rode baard en een zwarte muts, knikt nors in het voorbijgaan.

Ondertussen vertelt Michael Jackson zijn levensverhaal. Ja, zo heet hij echt, een magere Noord-Ierse man met piekhaar en een joint in zijn hand. „Michael Joseph Jackson. Ik kan mijn paspoort pakken om het te bewijzen.” Sinds 2003 woont hij in Nederland. In Leiden, in Heemskerk. En nu woont hij hier, in een stacaravan die hij heeft beschilderd met figuren uit het videospel Space Invaders. „Ik moet het nog afmaken.”

Welkom bij de stadsnomaden van Amsterdam. Zo’n 35 mannen en vrouwen wonen in het Westelijk Havengebied, pal aan het talud van de ringweg A10, vlak bij de monding van de Coentunnel.

Lees meer over de verhuizing naar de A10-locatie

Hun kamp is een verzameling caravans, tenten en geïmproviseerde huisjes met een sensationele hoeveelheid rotzooi eromheen: planken, autobanden, fietswrakken, kapotte stoelen, stukken piepschuim, gedeukte pannen. Er is stromend water. Elektriciteit halen ze uit zonnepanelen en generatoren.

In wietplanten is ruim voorzien.

De stadsnomaden – de benaming komt van de gemeente, niet van henzelf – mogen hier wonen, maar permanent is hun plek niet. Vrijwel ieder jaar krijgen ze een nieuwe locatie toegewezen. Ook hier moeten ze binnenkort weer weg: eind deze week maakt burgemeester Femke Halsema bekend wat de volgende bestemming is. Waar dat is, weet niemand nog, maar dat het geen A-locatie zal zijn, staat vast. De gemeente houdt de stadsnomaden het liefst op enige afstand van de bewoonde wereld.

Foto Simon Lenskens

Het slag mensen dat hier woont, valt moeilijk te categoriseren. Zwervers zijn het niet, ze hebben een dak boven hun hoofd. Krakers ook niet, want ze wonen niet in echte huizen. Ze zijn ook minder goed georganiseerd dan de krakers op de ADM-werf verderop in de Amsterdamse haven, die begin dit jaar ontruimd werd. Misschien is drop-outs de beste omschrijving: mensen die niet bij de samenleving willen of kunnen horen.

Kinderen mogen er niet wonen

Een deel is wel afkomstig uit de kraakscene. Toen het kraakverbod negen jaar geleden van kracht werd, verhuisden ze naar braakliggende stukjes land in de periferie van de stad. Maar er wonen ook serieuze probleemgevallen: mensen met psychische problemen, een verslaving, of allebei.

Foto Simon Lenskens

Kinderen mogen er van de gemeente niet wonen. Een van de nomaden pleegde onlangs zelfmoord, vertellen verschillende bewoners. Ze was ernstig in de war en gebruikte drank en drugs.

Een normaal bestaan leidt niemand hier. Sommigen leven van een uitkering, anderen hebben helemaal geen inkomsten. Vrijwel allemaal doen ze aan ‘skippen’: weggegooid voedsel uit vuilnisbakken halen. „Verderop zit een fabriek die brood bakt voor bejaardentehuizen enzo,” zegt Bas (42). „Daar kun je veel halen. En de Hema, da’s ook een hele goeie. Laatst nog veertig à vijftig ongeopende pakjes rosbief gevonden.”

Bas (zijn achternaam wil hij niet in de krant) had vroeger een vrouw, een kind, een koophuis en een eigen bedrijf. Tot zijn vrouw ging „klootviolen met een andere gozer”. Hij belandde in een neerwaartse spiraal: gezin en bedrijf raakte hij kwijt, zijn huis later ook. Zes jaar lang woonde Bas bij de stadsnomaden, op zeven locaties. Sinds kort heeft hij een ‘doorstroomwoning’ in Osdorp, maar hij komt hier nog regelmatig langs – „soms wel vijf keer per week.” „Daar staat mijn caravan, met dat Boeddhabeeld erop.”

Makkelijk is het leven langs de A10 niet, vertelt Bas. Nu schijnt de zon, maar als het regent, verandert het kamp in één grote modderpoel. Er struinen hordes ratten en muizen rond. En dan is er nog het fijnstof van de aanpalende snelweg. „Aan het eind van de dag kun je het zwarte spul van je schouders vegen.” Om nog maar te zwijgen van de Hemwegcentrale, de meest vervuilende kolencentrale van Nederland, die vijfhonderd meter verderop staat te roken.

Foto Simon Lenskens

De caravans staan hutjemutje op elkaar, en dan hebben de nomaden clandestien nog twee keer zoveel ruimte ingenomen als de bedoeling was. „De brandweer vindt het te gek voor woorden hoe we hier wonen”, zegt Bas.

Weemoed over ‘het landje’

In de loop van de verhuizingen werd de toegemeten ruimte steeds krapper. Met weemoed spreken de stadsnomaden nog altijd over ‘het landje’, de eerste locatie waar ze bivakkeerden, in Amsterdam-West. Wat een ruimte hadden ze daar!

Eén voordeel heeft de afgelegen plek wel: ze kunnen ’s nachts onbeperkt feesten. „Er zijn hier een paar serieuze sound systems”, grijnst Bas. „Bijna iedereen hier houdt wel van trancemuziek.” Van klagende buren hebben ze geen last: verderop staat alleen een paar kantoren, en die zijn ’s nachts verlaten. De rust in het kamp getuigt van het omgekeerde levensritme van de bewoners: het is half twaalf ’s ochtends, maar de meesten liggen nog te slapen.

De stadsnomaden spreken over zichzelf als een ‘gemeenschap’ of zelfs een ‘hechte familie’. Maar dan wel een familie zonder duidelijke afspraken en verhoudingen. „Full-on anarchy”, zo noemt Reka Kiss (39) de omgangsvormen. „Als je zegt: ‘Morgen hebben we een bijeenkomst’, dan komt de helft niet opdagen.”

Foto Simon Lenskens

Reka, kunstenares en Hongaars van geboorte, is een van de stadsnomaden van het eerste uur. Ze was een paar jaar weg, naar Spanje, waar ze haar geld verdiende met jongleren bij verkeerslichten. Nu zijn zij en haar Nederlandse vriend Janus weer terug. Ze wonen in een camper die ze beschilderd heeft met Maya-tekens.

Zelf behoort Reka, een levendige ex-kraakster, tot de „nuchtere” types in het kamp, zegt ze. Ze woont hier omdat ze houdt van de vrije levensstijl, en omdat het haar zonder vaste inkomsten in staat stelt te reizen. Maar het is lastig samenleven met types met psychische problemen en verslavingen. „Die gaan ineens flippen en schreeuwen. Ik zou hier wel workshops willen houden voor kinderen. Met dit soort mensen in de buurt kan dat gewoon niet.”

Douchen in de gemeenschappelijke douchecabine doet Reka niet meer, sinds er een paar locaties terug een streptokokkenepidemie uitbrak. Voor een wasbeurt koopt ze een douchezak, of ze gaat langs bij een vriendin die een huis heeft in de stad. „Dan maak ik er gewoon een leuk dagje van.”

Foto Simon Lenskens

Waar ze over een paar maanden wonen, weet niemand in het kamp. Begin dit jaar wilde de gemeente ze nog onderbrengen op een voormalig sportpark in Amsterdam-Noord. Na heftig verzet uit de buurt zette burgemeester Halsema daar een streep door: te dicht op de bewoonde wereld.

Einde aan het verhuiscircus

Op dit moment legt Halsema de laatste hand aan een „fundamentele oplossing” voor de stadsnomaden, zo laat haar woordvoerder weten. Wat die behelst, wil hij nog niet zeggen. Wel is duidelijk dat er een einde gaat komen aan het „verhuiscircus”: de nomaden krijgen een vaste plek.

Ook wordt de groep vermoedelijk uit elkaar gehaald. De problematische nomaden zouden kunnen worden opgenomen „in een klassieke zorginstelling”, zei Halsema eerder dit jaar. Anderen zullen woonruimte krijgen aangeboden, zoals bij Bas en enkele anderen al eerder gebeurde.

Of alle stadsnomaden daar vrijwillig aan zullen meewerken, is nog maar de vraag. Michael Jackson piekert er voorlopig niet over om zijn vrijheid op te geven, hoe pittig zijn bestaan soms ook is. „A certain kind of living”, zegt hij, terwijl hij een ferme haal neemt van zijn joint, „creates a certain kind of style.”