Robots in het kaaspakhuis: ‘De mens is hier de grootste verstoorder’

Kaas In het kaaspakhuis van FrieslandCampina in het Groningse Marum is de mens „de grootste verstoorder”.

Het kazenpakhuis van FrieslandCampina in Marum werd verregaand geautomatiseerd. Harde weerstand onder het personeel was er niet. Wel onbehagen.
Het kazenpakhuis van FrieslandCampina in Marum werd verregaand geautomatiseerd. Harde weerstand onder het personeel was er niet. Wel onbehagen. Foto Olivier Middendorp

Binnen een paar minuten zijn er drie robots opgedoken uit het schemerige pakhuis. De geautomatiseerde karretjes kunnen niet verder en staan op een meter afstand van ons te dralen. Kalm en afwachtend, niet opdringerig ofzo.

Al gauw trekt pakhuismanager Jacob Huisma zijn bezoek naar de zijkant van het pad. „We moeten het systeem niet in de weg zitten.” Zachtjes zoeven de drie robots voorbij, de enorme hallen in. „De mens is hier de grootste verstoorder.”

We staan in het Edammer kazenpakhuis van FrieslandCampina in het Groningse Marum. Het is een vrijwel volledig geautomatiseerde opslagplaats, waarin alleen de robots weten waar welke kazen liggen. Jacob Huisma: „Ik kan het wel opzoeken in het systeem, hoor. Maar ik hoef het niet te weten. Als zíj het maar weten.”

In het pakhuis in Marum liggen de kogelronde Edammer kaasjes van bijna twee kilo (die al voor hun komst werden gepekeld) te rijpen om klaar te worden gemaakt voor vertrek richting landen als Japan, Egypte, Mexico en Libië. Het is een volcontinu proces dat 45.000 ton kaas per jaar verwerkt.

Dat proces begint op de bovenste verdieping. Daar pakken soepele grijparmen in noodtempo de verse kazen uit pallets en plaatsen ze rechtop in treetjes. Aan het einde van de lopende band zet een andere robot de bollen kaas weer over in plastic bakken. Die gaan vervolgens door de metaaldetector – niemand wil een schroef in z’n kaas vinden, of een pennendop. De verslaggever heeft dan ook een speciale pen uit één deel gekregen. Dan gaan de kazen naar beneden, het pakhuis in.

Nog één collega aan de band

Collega Tom Kooistra staat met zijn handen in zijn zakken naar de zoemende armen te kijken. Kooistra, 59 jaar, voelt zich de absolute winnaar van de automatisering die FrieslandCampina de afgelopen jaren doorvoerde.

Vrijwel alle functies in het pakhuis heeft hij gehad: heftruck rijden, kazen rechtzetten, kazen stapelen, met kazen sjouwen. Zwaar werk dat hij niet mist. „Ik denk: mooi. Als die dingen er mee ophouden, moet ik het weer gaan doen.” Hij wijst naar het plekje aan de lopende band waar hij een paar jaar geleden nog acht uur per dag op een stoel zat. „Nu kan ik vrij rondlopen.”

Aan het einde van de lijn staat nog één collega de plastic zakken in te laden, een taak die binnenkort ook verdwijnt. „Wel jammer”, vindt die collega dat, „zo blijf ik sterk”. Welnee, wuift Kooistra de opmerking weg. „Straks is hij blij. Hij wordt ook oud”.

Jacob Huisma kreeg acht jaar geleden de taak om het pakhuis verregaand te automatiseren. Harde weerstand voelde hij niet onder het personeel. Wel onbehagen. „De mannen zeiden: hoe gaat het er dan uitzien? Wat wordt dan die nieuwe manier van werken? Ze konden zich er niks bij voorstellen.”

De kunst is om te leren vertrouwen op het systeem, zegt Huisma. Het systeem het handwerk te laten doen en zelf alleen nog maar te controleren en te signaleren. Dat kost tijd om aan te wennen. „Maar het went wel”, zegt Kooistra.

Het hielp tegen de argwaan dat arbeidskrachten schaars zijn in Marum. Grote ontslagrondes waren niet nodig. Kooistra heeft nu in feite de functie van opzichter. „Ik heb mooi personeel hoor. Robots zeuren niet.”

Veiligheidseisen

Eén verdieping lager brengen de rijdende robots de bollen kaas naar hun plek in het pakhuis. Kooistra gaat voor een rijdende robotheftruck staan, die meteen stil houdt. Met genoegen: „Die heeft óók mijn baan overgenomen.” Bij de overzetlijn, waar de kazen door robotarmen in kleinere stellages worden gezet die de vrachtwagen ingaan: „Dit heb ik vroeger ook gedaan. Op je knieën de kazen stapelen in de vrachtwagen die vanaf een bandje naar je kwamen toegerold. Om één uur, twee uur, vier uur ’s nachts.”

Verderop staan een paar robotarmen bollen kaas te plastificeren. De hallen zijn vrijwel uitgestorven, mensen zijn hier grotendeels overbodig. Maar een handjevol mensen loopt rond. Uit de speakers galmt toch een dansmuziekje. Dat is voor als er storing is, zegt Huisma. „Dan gaat de muziek uit. Dat valt iedereen meteen op.”

Is het werken nou heel ingrijpend veranderd? Jawel, zegt Kooistra. Maar meer nog dan aan de robots, moest hij wennen aan de strenge veiligheidseisen die met de machines werden ingevoerd.

Om elke robotarm staat bijvoorbeeld een hek met een slot erop. Pas als het slot weer met een sleutel is dichtgedraaid, kan de machine weer aan. Op zich wel goed hoor, hij vertelt een gruwelverhaal over een slachtoffer van een robot in een autofabriek. „Maar het is wel heel anders. Vroeger deed je alles: snel, snel, snel. Nu moet het rustig, rustig, rustig.”

Correctie (3 september 2019): In het artikel stond aanvankelijk dat de kazen in het pakhuis worden gepekeld, maar dat is al gebeurd voordat de kazen arriveren. De tekst is aangepast.