Amerikaanse sanctie voor Atradius

Handelsboete De kredietverzekeraar moet in de VS een boete betalen van zo’n 345.000 dollar. Het bedrijf deed zaken met een concern op de zwarte lijst.

Atradius was door een cosmeticabedrijf gevraagd om 5,7 miljoen euro terug te vorderen bij Grupo Wisa. Dat bedrijf staat in de Verenigde Staten op de zwarte lijst.
Atradius was door een cosmeticabedrijf gevraagd om 5,7 miljoen euro terug te vorderen bij Grupo Wisa. Dat bedrijf staat in de Verenigde Staten op de zwarte lijst. Foto Getty Images

Kredietverzekeraar Atradius is onlangs in de VS berispt omdat het zaken deed met een bedrijf dat op een Amerikaanse zwarte lijst staat. Atradius Trade Credit Insurance (ATCI), een dochteronderneming van het Nederlandse bedrijf, sloot in 2016 een deal met het Panamese Grupo Wisa. Tegen dat concern waren kort daarvoor sancties ingesteld vanwege betrokkenheid bij witwassen van drugsgeld. Atradius heeft inmiddels schuld erkend en is een boete van ruim 345.000 dollar (ruim 310.000 euro) overeengekomen, zo blijkt uit een vorige week gepubliceerde, maar nog onopgemerkt gebleven schikking.

Atradius is een van oorsprong Nederlandse kredietverzekeraar die onder meer namens de overheid financiële risico’s afdekt voor bedrijven die zaken doen in corruptiegevoelige landen. Ook verricht Atradius incassodiensten. Na verschillende fusies en overnames heeft het bedrijf een internationaal karakter gekregen, maar het hoofdkantoor staat nog altijd in Amsterdam. Er werken wereldwijd meer dan 3.700 medewerkers bij het bedrijf dat in 2018 een omzet had van bijna 1,9 miljard euro.

De zaak waarvoor Atradius berispt is, dateert van oktober 2016. Een Amerikaanse cosmetica-onderneming (waarvan de naam niet bekend is) schakelde ATCI toen in om een bedrag van ruim 5,7 miljoen dollar terug te vorderen bij het vastgoed- en retailconglomeraat Grupo Wisa. Het cosmeticabedrijf had geïnvesteerd in een luxewinkelcentrum in Panama, de Soho Mall. Grupo Wisa was eigenaar van het pand, waarvan de bouw ruim 300 miljoen dollar kostte.

Witwassen

Grupo Wisa en diens eigenaar Abdul Waked kwamen in mei 2016 echter op een Amerikaanse zwarte lijst terecht. Aanleiding was hun betrokkenheid bij een drugssmokkel- en witwasnetwerk. Een neef van Abdul Waked, Nidal Waked, zou leiding hebben gegeven aan het witwasnetwerk. Abdul Waked heeft zijn betrokkenheid altijd ontkend, Nidal heeft inmiddels schuld bekend en een gevangenisstraf van 27 maanden gekregen.

Het cosmeticabedrijf kon door de sancties geen zaken meer doen met het winkelcentrum in Panama en eiste de investeringen terug. Uiteindelijk sloot Atradius in juni 2017 namens het bedrijf een overeenkomst waarin Grupo Wisa beloofde ruim 4 miljoen dollar terug te betalen.

Hoewel Atradius zelf geen direct voordeel haalde uit de overeenkomst, deed het bedrijf wel zaken met een bedrijf op de zwarte lijst en overtrad zo het verbod.

Het Amerikaanse Office of Foreign Assets Control (OFAC), dat toezicht houdt op de naleving van de handelssancties, rekent het Atradius nu aan dat het bedrijf niet heeft gecheckt of er wel zaken gedaan kunnen worden met Grupo Wisa. Tevens betreft het een dochterbedrijf van een „hoogwaardig globaal kredietverzekerings- en incassoconglomeraat”. Met andere woorden: van zo’n bedrijf verwacht je zorgvuldigheid.

Daartegenover staat volgens het OFAC dat ATCI in de vijf jaar vóór de overtreding niet is berispt. Ook heeft het bedrijf „vrijwillig maatregelen genomen om de oorzaak van de schending aan te pakken” en is Atradius „compliance-verplichtingen aangegaan” om herhaling te voorkomen. De boete is daardoor niet op het maximumbedrag van 590.000 dollar uitgekomen, maar op ruim 345.000 dollar.

NRC heeft Atradius om een reactie gevraagd, maar het bedrijf wil niet op de zaak ingaan en verwijst naar de door het OFAC gepubliceerde schikking.

Boete voor DAF

Lees hier over de boete voor DAF: Aan Amerikaanse sancties ontkom je niet zomaar

Atradius is niet het eerste Nederlandse bedrijf dat recent met het OFAC in aanraking is gekomen. Begin augustus kreeg Paccar, het Amerikaanse moederbedrijf van vrachtwagenbouwer DAF, een boete van 1,7 miljoen dollar vanwege het via tussenhandelaren leveren van vrachtwagens aan Iran. De Amerikaanse autoriteiten verweten DAF dat het had kunnen weten dat de voertuigen in Iran terecht zouden komen. Paccar meldde zich wel vrijwillig bij het sanctiebureau, wat tot een schikking leidde.

Eerder moest Fokker Services, dat vliegtuigen onderhoudt, in 2014 al 21 miljoen dollar betalen omdat het bedrijf ondanks een verbod vliegtuigonderdelen aan onder meer Iran en Soedan leverde. ING kreeg in 2012 een boete van maar liefst 619 miljoen dollar omdat het handel met Cuba en Iran bewust had verzwegen voor de Amerikaanse overheid. En ABN Amro betaalde in 2006 80 miljoen dollar vanwege ongeoorloofde transacties met ondernemingen in Iran en Libië.