Amerikaanse farmaceut moet half miljard betalen voor opioïdencrisis

Farmareus Johnson & Johnson is volgens de rechtbank deels verantwoordelijk voor de „verwoestende” opioïdencrisis in de Amerikaanse staat Oklahoma.

Rechter Thad Balkman tijdens de uitspraak.
Rechter Thad Balkman tijdens de uitspraak. Foto Sue Ogrocki/AP

De Amerikaanse medicijnfabrikant Johnson & Johnson moet 572 miljoen dollar (ruim 515 miljoen euro) betalen voor zijn aandeel in het ontstaan van de opioïdencrisis in Oklahoma. Dat heeft de rechtbank van deze staat maandag bepaald, meldt persbureau AP. Volgens de rechter heeft de farmareus bijgedragen aan de crisis door een „agressieve en misleidende marketingcampagne” van opioïden waarin te weinig aandacht werd geschonken aan hoe verslavend de medicijnen zijn.

Ook zou Johnson & Johnson hebben overdreven hoe effectief de opioïden daadwerkelijk zijn. Volgens de rechter heeft de opioïdencrisis „Oklahoma verwoest” en moet deze zo snel mogelijk tot een einde gebracht worden. In de afgelopen jaren stierven duizenden inwoners van de staat door een overdosis van opioïden. In de hele Verenigde Staten kwamen sinds 1999 meer dan 400.000 Amerikanen om door een overdosis van pijnstillers, heroïne of fentanyl.

De uitspraak in de zaak tegen Johnson & Johnson zal vermoedelijk grote gevolgen hebben. Het is de eerste keer dat een farmareus aansprakelijk wordt gesteld voor zijn aandeel in de opioïdencrisis. Er lopen nog ruim 1.500 vergelijkbare rechtszaken. Johnson & Johnson heeft bekendgemaakt in hoger beroep te gaan. Volgens het bedrijf zijn alle regels en richtlijnen over medicijnen gevolgd.

Lees ook: Heroïne spuiten in de auto, met je kleinkind op de achterbank

In de afgelopen weken kwam justitie tot twee keer toe tot een schikking met farmaceutische bedrijven. Purdue Pharma, de fabrikant van de sterke pijnstiller OxyContin, betaalde 270 miljoen dollar (243 miljoen euro) om een rechtszaak te voorkomen. Het Israëlische Teva Pharmaceutical Industries schikte voor 85 miljoen dollar (77 miljoen euro).