Incident Assen: aanhouden mag, maar waar ligt de grens?

Heterdaad De overheid stimuleert ‘burgermoed’. Burgers die iemand aanhouden, kunnen rekenen op coulance van justitie.

De speelweide in de Assense wijk Peelo, waar zaterdag een man om het leven kwam.
De speelweide in de Assense wijk Peelo, waar zaterdag een man om het leven kwam. Foto Vincent Jannink/ANP

Bij een heterdaad is iedereen bevoegd een verdachte aan te houden, zo staat het in de wet. „Dagelijks” maken burgers hiervan gebruik en dat is „toe te juichen”, schrijft het Openbaar Ministerie (OM) op zijn website. „Om te voorkomen dat de verdachte de benen neemt, mag de aanhouder dwang uitoefenen, bijvoorbeeld door hem tegen de grond te houden.”

Maar het burgerarrest kent een „duidelijke grens”, schrijft het OM ook. „Zodra de verdachte zich heeft overgegeven of weerloos is, dan is het doel bereikt en is er geen geweld meer nodig.” Sterker, wanneer het geweld doorgaat nadat iemand is aangehouden, slaat het om in „redeloos geweld”. Eigenrichting, en dat is strafbaar.

Waar ligt de grens? Die vraag speelt in de zaak van de 32-jarige man die zaterdagmiddag op een speelweide in Assen overleed, verwacht advocaat Marieke Wormmeester, die een van de vijf verdachten bijstaat. De vijf worden volgens de politie verdacht van betrokkenheid bij de dood van de man, die mogelijk even daarvoor aan een meisje zou hebben gezeten. En al mag Wormmeester van haar cliënt inhoudelijk niets over de zaak zeggen - „hij wil zich nu vooral richten op zijn eigen gezin” – ze bevestigt dat haar cliënt een poging deed tot burgerarrest. „De vraag is nu hoeveel geweld is gebruikt, en door wie.”

Dat de mannen inmiddels zijn vrijgelaten is volgens haar veelzeggend: „Ruim voor de wettelijke termijn van inverzekeringstelling eindigt en nog voor de uitslag van de schouw op het lichaam van het slachtoffer. Daar kun je conclusies aan verbinden.”

Lees ook: In de Assense wijk Peelo proberen ze rustig te blijven

Coulance

In het algemeen kunnen burgers die het initiatief nemen tot een aanhouding op enige coulance bij justitie rekenen. Want mits binnen de grenzen is het juist de overheid die onder het mom van ‘burgermoed’ een actieve rol van de burger bij een veiliger samenleving aanmoedigt. Dat idee kwam op in de jaren tachtig, „als reactie op de toenemende criminaliteit en het uitdijend politieapparaat”, zegt Hans Boutellier, hoogleraar veiligheid en veerkracht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Een belangrijke rol speelde Frans Denkers, destijds psycholoog in dienst van de politie, die het Kossok-principe introduceerde - ‘Klop op de schouder, schop onder de kont’. „Dat idee werd weer sterker door de intrede van de participatiesamenleving onder Rutte II.”

Een actieve burgersamenleving die zichzelf kan corrigeren, op zichzelf is dat een goed idee, vindt Boutellier. Maar het is ook „linke soep”. De intrinsieke spanning tussen burgermoed en eigenrichting leidt soms tot incidenten waarbij de grens is opgezocht of overschreden, met verhitte discussies tot gevolg. Lucien van V. uit Oosterhout werd in 2000 door sommigen volksheld genoemd nadat hij de aanrander van zijn zoontje had gedood. Maar de rechter veroordeelde hem wel tot een forse gevangenisstraf. In 2002 betaalde prins Bernhard de boete die twee medewerkers van een supermarkt in Amsterdam-Oost hadden gekregen nadat ze met geweld een winkeldief hadden overmeesterd.

Maar verdachten die een jaar later een andere vermeende winkeldief in Amsterdam achtervolgden en doodden – aanleiding: een blikje bier en een pak hondenvoer - konden op minder publieke sympathie rekenen.

Lees meer over de verwarring rond het boerkaverbod

Boerkaverbod

Verwarring was er ook rondom het boerkaverbod dat eind juli werd ingevoerd. Het AD meldde dat mensen mogen voorkomen dat een overtreder wegloopt, „door iemand bijvoorbeeld tegen de grond te houden”. De politie zei daarop dat burgers boerkadragers niet zelf mochten arresteren, een uitleg die later werd ingeslikt. De politie hield het daarna op het advies „voorzichtig te zijn met het zelf aanhouden van mogelijke overtreders van de wet”.

In landen waar het vertrouwen in de politie laag is, kan eigenrichting eerder op maatschappelijke goedkeuring rekenen, blijkt uit onderzoek. In Nederland is dat vertrouwen relatief groot en hangt de publieke reactie vooral af van het incident. Maar dan moeten feiten wel helder zijn, en dat is in de zaak in Assen nog allerminst het geval.