‘Le Sauvage’ kan rekenen op sterk protest, maar niet in Aat

Karikatuur Antiracisme-activisten protesteren tegen ‘Le Sauvage’ in de traditionele optocht in het Waalse stadje Aat.

'Le Sauvage' is het meest populaire personage in de traditionele optocht in het Waalse Aat.
'Le Sauvage' is het meest populaire personage in de traditionele optocht in het Waalse Aat. Foto Wouter van Vooren

Luid gejuich stijgt op uit het publiek als de boot langskomt waarop ‘Le Sauvage’ staat. De zwartgeschminkte man met een gouden ring door zijn neus brult oerkreten, drinkt bier en spuugt dat in het gezicht van de zeilers die de kettingen aan zijn polsen vasthouden. Ouders houden hun, soms huilende, kinderen naar hem op in de hoop dat ze een zwarte veeg van zijn make-up krijgen. Onverwacht behoedzaam legt Le Sauvage zijn zwarte wijsvinger op de neus van een baby, als een zegening.

Le Sauvage is onmiskenbaar de populairste figuur in de traditionele optocht die op de laatste zondag van augustus wordt gehouden in het Waalse Aat (29.000 inwoners), hoogtepunt van het meerdaagse volksfeest, La Ducasse d’Ath. Maar buiten Aat is hij omstreden omdat de geschminkte witte man een stereotiep beeld van zwarten in stand zou houden. Zijn verentooi, neusring en ketenen worden door activisten gezien als vernederende kenmerken.

Antiracismegroep de ‘Brusselse panters’ heeft Unesco vanwege dit personage in de optocht gevraagd La Ducasse te schrappen als Cultureel erfgoed. Het volksfeest La Ducasse d’Ath staat sinds 2005 op de Unesco-lijst.

Geen afscheid

Maar de inwoners van Aat zijn niet van plan afscheid te nemen van ‘hun wilde’. Verschillende bewoners dragen deze zondag zwarte t-shirts met ‘Je suis Sauvage’ erop. Uit ramen hangen affiches met zijn beeltenis, in de kleuren van de stad: paars, wit en geel. Een kleine aanpassing in zijn optreden is er wel. Aan het begin van de optocht overhandigt Le Sauvage de ketting die hij rond zijn nek droeg aan de burgemeester van Aat, die hem opbergt. Maar de kettingen aan zijn polsen blijven, soms vastgehouden door de zeilers, soms los bungelend.

Bij aanvang van de stoet legt de 45-jarige Nathalie uit dat ze in de twintig jaar dat ze inwoner van Aat is, geen moment aan racisme heeft gedacht bij het zien van Le Sauvage. „Het is folklore, geen racisme.” Ze snapt de discussie niet en heeft het over ‘wij’ en ‘zij’. „Wij moeten accepteren dat zij een hoofddoek dragen want dat is hun religie, maar zij accepteren onze tradities niet.”

Net als in Nederland bij Zwarte Piet komt het verzet tegen Le Sauvage vooral uit de grote stad, Brussel in dit geval. En net als veel Nederlanders hebben de bewoners van Aat het gevoel dat hun iets wordt ontnomen. Ook de mengeling van angst, bewondering en ontzag bij de kinderen voor Le Sauvage, doet denken aan de gevoelens van kinderen voor Zwarte Piet. Ook Le Sauvage wordt ingezet als hulp bij de opvoeding, net als Zwarte Piet (‘Je gaat in de zak naar Spanje als je niet...’). Kinderen geven hem hun speen, als ritueel afscheid. Aan het einde van de optocht hangen er trosjes spenen aan de stagen van de boot.

Veiligheidsmaatregelen

Hoewel de sfeer vrolijk is, is de optocht dit jaar met meer veiligheidsmaatregelen omgeven dan voorgaande jaren. Bij de belangrijkste toegangswegen naar Aat waren politievoertuigen opgesteld. En vooral bij aanvang van de optocht was volop politie aanwezig. Julien Pettiaux vertelt namens de organisatie desgevraagd dat rond de boot van Le Sauvage vier agenten in burger meelopen. En alle agenten in Aat hebben ter voorbereiding foto’s van de gezichten van de Brusselse panters bekeken.

De 38-jarige Yayi, geboren in Mali, is benieuwd naar Le Sauvage, die ze nog nooit gezien heeft. Ze staat halverwege de route met haar man en twee tienerdochters te wachten. Het is warm en de sfeer is uitgelaten – de biertaps zijn al een tijdje open. Als hij langskomt gaat haar veertienjarige dochter Wa enthousiast met hem op de foto. En als hij voorbij is zegt haar moeder Yayi: „Dit is voor mij geen racisme, hij is een feestelijk figuur.” Maar dat hij ‘Le Sauvage’ heet, vindt ze jammer. „Het beeld kan blijven hangen dat mensen met een zwarte huidskleur ‘wilden’ zijn.”

De stad uit geëscorteerd

De Brusselse panters wilden vandaag demonstreren, maar dat werd ze afgeraden door de burgemeester. Hij kon hun veiligheid niet garanderen. De woordvoerder van de panters, Mourad Reghif, ging toch naar Aat, maar werd al voor aanvang van de optocht herkend en door de politie de stad uit geëscorteerd.

Hij voelt zich in zijn rechten aangetast, vertelt hij telefonisch. „Ik wilde Le Sauvage zelf graag eens zien, zoals iedereen mij aanraadde met wie ik over hem sprak. Maar ik mag mij blijkbaar niet vrij in België bewegen.”

Na de klacht bij Unesco, ontving Reghif naar eigen zeggen vele dreigementen. Maar er waren ook steunbetuigingen, zelfs uit Aat, zegt hij. „Bewoners die zich schamen voor de optocht, maar dat niet hardop durven te zeggen.” Reghif noemt het „een opluchting dat zij er ook zijn”.