Opinie

Weg met die zuinige Calvinist

Marike Stellinga

We zijn voorbij het out-of-the-box-denken. Out of the box is niet wild genoeg. We bevinden ons inmiddels in een compleet andere wereld, de omgekeerde wereld zelfs volgens sommigen. Nu de rente negatief is, en de overheid geld toe krijgt als het geld leent, kunnen we de boekhouder in onszelf de mond snoeren - weg met die zuinige Calvinist - en met nieuw elan investeren in de toekomst van Nederland.

Hoe heerlijk. Waarom klein denken als het ook groot kan? Make Holland great again.

Het pleidooi van diverse economen om de focus op een lage staatsschuld los te laten, lijkt voor een verandering van denken te zorgen bij politici die tot voor kort nog voorzichtigheid predikten. Het kabinet denkt over het oprichten van een investeringsfonds van tientallen miljarden euro’s, zo gonst het in Den Haag. Minister van financiën Wopke Hoekstra (CDA) heeft bijnamen als ‘Mister Nein’ en ‘de blokkeerfries’, maar nu heeft ook hij oren naar zo’n fonds.

Ambtenaren van de Europese Commissie kwamen in een brainstorm op hetzelfde idee: een toekomstfonds met 100 miljard euro erin, gefinancierd door de lidstaten. Volgens de Financial Times schreven ze het op voor de nieuwe Commissievoorzitter Ursula von der Leyen.

Nu kan ik de redenering van economen als Olivier Blanchard, Coen Teulings, en Bas Jacobs prima volgen. Als geld lenen goedkoper is dan gratis, is het gek om af te lossen op een toch al lage staatsschuld. En: mochten de begrotingstekorten de komende jaren weer oplopen, dan is het verstandig om te blijven investeren en niet direct te gaan bezuinigen. In het licht van deze pleidooien is een fonds dat wordt gevuld met nieuw geleend geld misschien niet zo’n gek idee.

Maar ergens in mij zit nog een boekhouder te zeuren. En mijn meest prangende vraag is: waarin gaan we investeren? Tot nu toe zijn de antwoorden vaag. Maar of zo’n fonds een goed idee is, hangt echt af van de kwaliteit van de investeringen. Bij het wegen van opties hebben we die boekhouder nog steeds nodig. Want wat is beter: investeren in het openbaar vervoer, in innovatie, of in onderwijs? Daar kan je een mooi debat over voeren.

Overal ligt politiek opportunisme op de loer waar de economie niet per se beter van wordt. Neem investeringen in innovatie of de energietransitie. Hoe geef je die zo vorm dat ze niet de concurrentie verstoren, door bijvoorbeeld bestaande bedrijven te bevoordelen boven beginnende? Hoe zorg je ervoor dat de overheid projecten financiert die de markt laat liggen, en geen projecten die bedrijven anders zelf hadden betaald?

Neem het gelekte idee van de Europese ambtenaren. Zij zouden willen investeren in ‘Europese kampioenen’ die Chinese en Amerikaanse bedrijven als Alibaba en Google moeten verslaan. Dat klinkt mij riskant in de oren. Hoe voorkomt de Commissie dat het de concurrentie belemmert door grote bedrijven nog meer voordelen te geven?

Groots investeren is makkelijker gezegd dan gedaan. Onder het vorige kabinet werd de Nederlandse investeringsinstelling opgericht om de economie te versterken. In 2018 hield dat op: er waren te weinig rendabele projecten die geen financiering konden vinden. Niet getreurd: binnenkort start een nieuwe staatsinvesteringsbank, Invest-NL, geleid door Wouter Bos. Zijn opdracht: transities financieren. Nu komt daar misschien nóg een fonds bij. Waarom eigenlijk?

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.